fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

De kenmerkende aspecten zijn een belangrijk onderdeel van het vak Geschiedenis.

Zoek jij een samenvatting van al deze 49 hersenkrakers?

Lees dan snel verder!

In deze samenvatting vind je een overzicht van ieder kenmerkend aspect van:

  1. Tijdvak 1: Tijd van Jagers en Boeren
  2. KA1: De levenswijze van jagers en verzamelaars
    <3000 v.C. = prehistorie. Duidelijke rolverdeling mannen (jagen) en vrouwen (verzamelen) en kleine groepen. Nomadisch bestaan: van plek naar plek zwerven ivm het tekort aan voedsel bij langdurig verblijf. Er is ook kunst gevonden uit deze tijd: ter ering van de goden.

    KA2: Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
    Rond 10000 v.C. ontstond in het gebied van de halve maan een landbouwsamenleving incl het temmen van wilde dieren. Oorzaken: klimaatverandering (ijstijd → milder klimaat), aantal wilde dieren nam af en meer mensen gevoed d.m.v. landbouw. Sedentaire levenswijze.

    KA3: Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
    3500 v.C. ontstaan eerste stedelijke beschaving: niet iedereen hoefde meer boer te zijn door vruchtbare riviergebieden en akkers moesten beschermd worden tegen rivier (dammen, dijken) → niet iedereen meer boer = landbouwstedelijke samenleving. Ontstaan handel, nijverheid en (spijker)schrift. Godsdienst is polytheïstisch en mythologisch wereldbeeld.

  3. Tijdvak 2: Tijd van Grieken en Romeinen
  4. KA4: De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat
    6 v.C. filosofen ontwikkelen rationeel-wetenschappelijke manier van denken. Wetenschappen: wiskunde & natuurkunde (Archimedes en pythagoras) en medisch (Hippocrates). Filosofen: Plato (idealisme), Aristoteles (zichtbare werkelijkheid) en Socrates (tegen democratie).

    Griekse stadstaat (polis) is zelfstandig. Bestuursvormen: monarchie, oligarchie, aristocratie, tirannie en democratie (Athene; burgers gelijk & vrijheid meningsuiting)

    KA5: De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde
    500 v.C. Romeinen stichten Republiek en Rome werd aristocratie met senaat. Expansie in Europa, Noord-Afrika en West-Azië. Rijk gaat van tirannie naar keizerrijk. Na veel burgeroorlog enkele jaren Pax Romana. Romeinse rijk sterk vanwege organisatie, leger en respect voor overwonnen volkeren. Ontstaan Grieks-Romeinse cultuur en verspreiding d.m.v. expansie. Volkeren werden geromaniseerd. Einde: machtsstrijd, Germanen & epidemieën zorgen voor verdeling van het Romeinse Rijk.

    KA6: De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
    Grieken wilden volmaakte schoonheid uitbeelden (Goden). Dorische stijl = sober. Ionische stijl = iets versierde zuilen. Korintische stijl = uitgebreid versierd. Tempelbouw.
    Romeinen wilden realistisch uitbeelden. Tempels, openbare gebouwen, aquaduct, theaters; afgeleid van de Griekse vormentaal.

    KA7: De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noord-West Europa
    Germanen leefden in Noord-West Europa in een landbouwsamenleving zonder schrift; leger was ongeorganiseerd en geen wapenuitrusting. Toch winnen ze de eerste slag door terrein voordeel. Vanaf 3 n.C. dringen ze het Romeinse Rijk binnen.

    KA8: De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten
    Jodendom: 1 God zonder zwaktes (Jahweh). Tenach is heilig boek en verlosser komt nog. Christendom: ontstaan uit jodendom. Bijbel is heilig boek en Jezus is verlosser van de Romeinse heerschappij (christenen werden vervolgd). Jaar 313: Edict van Milaan; einde christelijke vervolging en later zelfs staatsgodsdienst onder keizer Constantijn.

    Zo werkt de app

  • Tijdvak 3: Tijd van Monniken en Ridders
  • KA9: Ontstaan en verspreiding van de islam
    Islam: 1 God is Allah. Koran is heilig boek en Mohammed is profeet. Volgelingen = moslims en jihad = streven naar verspreiding van de islam. Islam verspreidt snel in Midden-Oosten en Noord-Afrika. 650: onrust door stichting dynastie; verspreiding in soennieten (voor) en sjiieten (tegen). Sterke verspreiding door taaiheid, paarden, eenheid en tolerantie naar christendom en jodendom. Later uit elkaar vallen in staatjes bestuurd door sultan/emir.

    KA10: De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
    Steden van Romeinse rijk verdwenen, platteland is autarkisch en leven is onveilig. Ontstaan horigheid: boeren mogen van de landheer het land niet verlaten. Hofstelsel; op het domein van landheren liggen hoeves waar boeren herendiensten deden in ruil voor bescherming.

    KA11: Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
    Karel de Grote kreeg een groot rijk in Europa, door een eed van trouw bond hij adel aan zich. Feodalisme: een gebied/ambt werd geleend aan vazal/leenman die een eed van trouw zwoer aan zijn leenheer. Karel verdeelde zijn rijk in graafschappen en hertogdommen, waar de graven en hertogen zijn vazallen waren.

    KA12: De verspreiding van het christendom in geheel Europa
    Kerkorganisatie bleef: bisschop benoemt in zijn eigen kerk/bisdom lagere geestelijken. Tweezwaardenleer: geestelijke macht en wereldlijke macht. Monniken en nonnen (missionarissen) trokken rond om anderen te kerstenen. Karel de Grote erkende christendom. Na 1000 drong het christendom door in heel Europa, waarbij het deels het heidense geloof had overgenomen: godinnen leefden voort in heiligen.

  • Tijdvak 4: Tijd van Steden en Staten
  • KA13: De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving
    Einde aan de plunderingen (van bijv. Vikingen) & toename voedsel (drieslagstelsel, ijzeren werktuig, gebruik van paarden) zorgde het opbloeien van steden (Hanze) aan rivieren met slechte wegen, kronkelige straatjes, stadsmuren en slechte hygiëne. Voedseloverschot werd verkocht op de markt, waar ook ambacht was. Handel zorgde ook voor geldeconomie.

    KA14: De opkomst van stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden
    Iedere stad had stadsrechten (eigen bestuur, wetten en regels) en in ruil voor de privileges werd er belasting betaald. Schutterij zorgde voor veiligheid, baljuw voor rechtvaardigheid en schepenen voor wetten. Gilde = beroepsgroep. Veel boeren vertrekken naar steden vanwege geen herendiensten en werkgelegenheid. Burgerij is rijk vanwege handel en ambacht.

    KA15: Het begin van staatsvorming en centralisatie
    Het ontstaan van een centraal bestuur en nationale wetgeving vanuit een hoofdstad door een vorst en alle ambtenaren = ontstaan staat. Burgers zijn hierin belangrijk. Mogelijk door geldeconomie (belasting), militaire macht en ambtenarenapparaat. Succes in Frankrijk (Staten-Generaal) en Engeland, mislukt in Duitsland en rond 1430 een deels succes in NL. Magna carta: macht koning beperkt, parlement bestaande uit 3 standen controleert

    KA16: Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben
    In de strijd wie het primaat behoorde te hebben gaf paus Gregorius VII keizer Hendrik een ban, waarmee de keizers in 1122 afstand deden van de investituur. Paus bepaalde het geloof en stelde de inquisitie op om de ketters te vervolgen. Afspraken tussen keizer en paus: bisschop heeft wereldlijke en geestelijke taak, keizer mag bisschop wereldlijk benoemen en paus geestelijk.

    KA17: De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe onder andere in de vorm van kruistochten
    D.m.v. een kruistocht naar o.a. Jeruzalem verspreidde het christendom (expansie). Jeruzalem werd bloederig veroverd van de Moslims, maar later is deze weer terug veroverd. Moslims en christenen voeren overal strijd. Kruistochten kennen religieuze en sociaal-economische redenen.

  • Tijdvak 5: Tijd van Ontdekkers en Hervormers
  • KA18: Het begin van Europese overzeese expansie
    Europeanen konden niet meer langs Turkije voor de specerijen uit Azië → zochten zeeroute. Stimuleert nieuwe ontwikkelingen oa navigatie. 1492: Columbus komt uit in Amerika. Conquistadores nemen het land van Azteken en Inca’s over (kolonisatie), maar door ziektes sterven de volkeren uit. Ontdekkingsreis vanwege: machtsuitbreiding, vergroten handel, kolonisatie en verspreiding Christendom.

    KA19: Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

    KA20: De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.
    In Italië ontstond nieuw mens- en wereldbeeld: plezier (carpe diem), god niet meer centraal, rede en onderwijs; humanisme (gebaseerd op klassieke oudheid). Herleving van de klassieke oudheid is de renaissance. Ideale mens = uomo universalis (Leonardo da Vinci). Erasmus: christelijk humanisme. More: Utopia. Copernicus: zon middelpunt (aanloop wetenschappelijke revolutie). Kunstenaars focusten op menselijke anatomie en natuur.

    KA21: De protestantse reformatie die de splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had
    Kritiek op kerk: corruptie, rijkdom, verkoop van geestelijke zaken en rol van priester. In 1517 verspreidt Luther deze kritiek via uitvinding boekdrukkunst. 1521 Rijksdag in Worms: verbannen uit de kerk en vogelvrij verklaard. Luther wordt in bescherming genomen door de vorst van Saksen. Calvijn: hemel of hel voorbestemd, volledig leven aan God, overheid bepaalt staatsgodsdienst. 1555 Vrede van Augsburg: vorst bepaalt godsdienst in Duitsland. 1598 Edict van Nante: godsdienstvrijheid in Frankrijk.

    KA22: Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat
    Karel V probeerde de Nederlanden te centraliseren dmv raad van State, Staten-Generaal etc. Onder Filips II komt verzet olv Willem van Oranje tegen centralisatie en vervolging protestanten. Hertog van Alva vermoordt vele edelen → Nederlandse opstand (1568). Filips komt in geldnood → spaanse furie door Europa. Zuidelijke gewesten horen bij Spanje. Noordelijke gewesten vrede (Unie van Utrecht) en daarna Plakkaat van Verlatinghe (1581): onafhankelijkheid. 1588: ontstaan Republiek der Verenigde Nederlanden. 1648: NL erkent als Republiek.

  • Tijdvak 6: Tijd van Regenten en Vorsten
  • KA23: Het streven van vorsten naar absolute macht
    Doordat de keizer in Duitsland zijn macht probeert te versterken (mislukt) versnippert Duitsland in onafhankelijke staatjes. Lodewijk XIV streeft naar absolute macht: opheffen godsdienstvrijheid, ambtenarenapparaat, vergroot leger, invoering mercantilisme. Frankrijk centraliseert. Na een machtsstrijd wordt Engeland een constitutionele monarchie.

    KA24: De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek
    NL naar buiten toe eenheid, maar ieder gewest regeert zichzelf dmv regenten. Stadhouder: benoeming regenten en opperbevelhebber leger. Raadpensionaris: contacten buitenland. Staten-Generaal beslist alle buitenlandse politiek. Amsterdam groeide met dank aan de val van Antwerpen en de gewetensvrijheid die heerste. In combinatie met VOC ontstaan Gouden Eeuw.

    KA25: Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
    1602: oprichting VOC → krijgt handelsmonopolie in Azië. Handelskapitalisme: geld voor personeel. NL verovert als het ware Azië. VOC is rijk en vormde het begin van wereldeconomie. In Amerika en Afrika WIC voor kolonies: slaven.

    KA26: De wetenschappelijke revolutie
    Kepler en Galilei (telescoop) bewezen dat Copernicus gelijk had: tegen de kerk in. Newton ontdekt zwaartekracht: wetenschappelijke revolutie kent hoogtepunt: nieuw wereldbeeld. Verandering werkwijze: ratio, eigen waarnemingen, observatie en experimenten. De revolutie hielp Europeanen bij oorlog.

  • Tijdvak 7: Tijd van Pruiken en Revoluties
  • KA27: Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
    Verlichting: kritisch denken en eind aan sociale verschillen en onwetendheid. Rationalisme leidt tot vooruitgang. Economie: Smith met klassieke theorie; typisch verlichting want rationeel denken en vrijheid. Godsdienst: Voltaire: God heeft wereld gemaakt maar bemoeit zich er niet meer mee. Ontstaan atheïsme en deïsme. Kennis boven godsdienst. Politiek: Locke vrijheid en mensenrechten. Montesquieu: trias politica. Rousseau: volkssoevereiniteit. Sociale verhoudingen: Gelijkheid en vrijheid

    KA28: Het voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme)
    Frankrijk bleef standenmaatschappij met ancien régime (voortbestaan oude orde). Duitsland deed verlicht absolutisme: alles voor het volk, niets door het volk. Nederland kende veel corruptie bij regenten en hoge belastingen: meer een monarchie

    KA29: Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel en de opkomst van het abolitionisme
    Trans-Atlantische slavenhandel: slaven van Afrika naar Amerika om te werken op plantagekoloniën, opbrengst naar Europa. In 18e eeuw beweging tegen slavenhandel geïnspireerd door christendom en verlichting: abolitionisme (populair in GB).

    KA30: De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap
    Amerikaanse revolutie: Oneens met britse regering. Onafhankelijkheidsverklaring: gebaseerd op idee Locke; vrijheid, mensenrechten → ontstaan grondwet en rechtsstaat. Bill of rights beschermt grondrechten van staatsburgers. Bataafse revolutie: tegen corruptie en democratisch bestuur. NL eenheidsstaat. Oorlog zorgt ervoor dat NL uiteindelijk monarchie wordt. Franse revolutie: hongersnood en ongelijkheid zorgen voor revolutie tegen Lodewijk XVI. Nationale vergadering maakt FR constitutionele monarchie: radicalen krijgen macht. Napoleon neemt daarna alleenheerschappij.

  • Tijdvak 8: Tijd van Burgers en Stoommachines
  • KA31: De industriële revolutie legde in de westerse wereld de basis voor een industriële samenleving
    Industrialisatie vanwege technologische vooruitgang en mechanisering van de productie. Machines zorgen voor snelle en grootschalige productie. Oorzaken: meer winst, door agrarische revolutie minder mensen nodig op het land, transportrevolutie. Komst van elektriciteit, voedingsmiddelenindustrie etc. Gevolg: ontstaan van een industriële samenleving met snel groeiende bevolking en steden.

    KA32: De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
    Afrika verdeeld over invloedssferen (EU). Ook in Azië imperialisme waarin EU de overhand had en hier niet tegen in gegaan mocht worden. Door industrialisatie in EU landen konden Afrika en Azië niet veel doen. Oorzaken imperialisme: nationalisme, blank superioriteitsgevoel, economisch gewin en macht.

    KA33: De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme

    Congres van Wenen: machtsevenwicht herstellen en restauratie van oude orde (burgerrechten beperkt). Gevolg zijn politieke stromingen tegen de gevestigde orde. Liberalisme: individuele vrijheid, grondwet, geen bemoeizucht overheid en burgerij.
    Socialisme: gelijkheid, gematigde sociaal democratie, communisme en arbeiders.
    Nationalisme: natiestaat, eenheid, eigen volk eerst en sterk in Duitsland
    Conservatisme: gevestigde orde handhaven: adel, kerk en monarchie heeft leiding.
    1848: steeds meer EU landen krijgen liberale grondwet en democratie beginselen.

    KA34: Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces

    NL: constitutionele monarchie → parlementair stelsel (= geen democratie) met censuskiesrecht parlementaire democratie met algemeen kiesrecht.
    GB: parlementair met adel en districtenstelsel. Conservatieven en liberalen zorgen voor onrust. Pas laat een sociaaldemocratische partij opgericht door vakbonden. Na WOI algemeen kiesrecht.
    Pruisen: Onderdrukking. Conservatieve Bismarck populair: instelling Rijksdag, maar niet democratisch bedoeld (weinig bevoegdheden). Pas democratie na WOI.

    KA35: De opkomst van emancipatiebewegingen
    Confessionalisme: volwaardige positie voor religieuze christenen. Gelijke rechten, maar geen acceptatie. NL protestanten hadden succes en werden groot.: ARP olv Kuyper
    Feminisme: gelijke rechten voor vrouwen, zoals vrouwenkiesrecht.

    KA36: Discussies over de ‘sociale kwestie’
    Slechte woon- en werkomstandigheden voor arbeiders zorgen voor discussies over de sociale kwestie. Liberalen zeggen niks doen. Uiteindelijk wel kinderarbeidswet en na epidemie ook betere woonomstandigheden. Volgens socialisten (Marx) is oorzaak kapitalisme. Conservatieven voor beperking kapitalisme. Rechtse liberalen zeggen eigen verantwoordelijkheid en linkse liberalen voor bestrijding sociale misstanden.

  • Tijdvak 9: Tijd van de Wereldoorlogen
  • KA37: Het voeren van twee wereldoorlogen
    Eerste Wereldoorlog: veel spanning in EU. Twee samenwerkings machtsblokken: Duitsland en Oostenrijk-Hongarije (centraal) en FR, GB en Rusland (geallieerden). Door moord op kroonprins Servië en ondersteuning van machtsblokken ontstaat WOI. Duitsland voert tweefrontenoorlog met loopgravenoorlog in het westen en in het oosten tegen Rusland. Later vrede met Rusland in ruil voor grond. Opstand in Duitsland van arbeiders. Verdrag van Versailles: Duitsland schuldig, herstelbetalingen en zwak leger.
    Tweede Wereldoorlog: Hitler wil macht over EU en GB voert appeasement politiek. Vanaf 1939 gaat Hitler landen veroveren. Weer groepen: geallieerden (VS, GB en SU) en asmogendheden (Duitsland, Japan en Italië). Duitsland kan SU niet verslaan en op D-Day landen geallieerden in Normandië, waarmee de geallieerden winnen.

    KA38: De crisis van het wereldkapitalisme
    Na WOI crisis en werkloosheid, korte periode van welvaartsstijging waarna de koersen hard daalden en opnieuw crisis en werkloosheid geleid tot wereldwijde recessie vanwege wereldeconomie. Oorzaken Grote depressie: direct= de beurs, indirect= overproductie. Crisisbestrijding: liberalen zeggen economie laten gaan (maar regering niet consequent), 1933 New Deal zegt stimuleren van uitgaven. Duitsland en SU weinig crisis door voorbereiding oorlog en afstoten kapitalisme.

    KA39: Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaalsocialisme
    Communisme: SU (Lenin en Stalin), alle controle, totale gelijkheid, Grote Terreur, collectivisatie, klasseloze maatschappij, tegen kapitalisme en censuur.
    Fascisme: Italië (Mussolini), geweld, Romeinen = voorbeeld, nationalistisch
    Nationaalsocialisme: Duitsland (Hitler), nationalistisch, geweld, rassenleer, alleenheerschappij, censuur en zekere vrijheid voor individu.
    Overeenkomsten: leven, denken en voelen van bevolking beheersen = totalitaire beweging. Democratie is zwakte. Alles in de naam van ideologie.

    KA40: De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie
    Propaganda en massaorganisatie (vakbonden, jeugdorganisaties, Hitlerjugend) groter door betere bereikbaarheid en terugdringen analfabetisme. Moderne communicatiemiddelen zorgen voor betere verspreiding. Voornamelijk in het interbellum. Ook totalitaire bewegingen gebruiken propaganda: allemaal zwart-wit.

    KA41: Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme
    In kolonies groeide nationalistisch verzet. Door modern imperialisme en onderwijs komen kolonies de westerse waarden tegen en verzetten tegen de gevestigde orde. Europese landen geven langzaam meer vrijheid, maar niet genoeg. Veel onrust in de kolonies. Er wordt stil verzet gevoerd en verzet op basis van non-coöperatie, ook in EU zelf.

    KA42: Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering
    Eerste wereldoorlog: Voor het eerst tanks, granaten, kanonnen, gifgas etc. zorgt voor massavernietiging. Legers bestaande uit dienstplichtigen en nationalisten. Burgers leven vaak in bezetting en zijn de dupe van blokkades = veel hongersnood.
    Tweede wereldoorlog: veel bombardementen en hongersnood. Genocide op joden, communisten etc. En SU ook veel werkkampen etc.

    KA43: Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden
    Holocaust is genocide op Joden. Racisme en discriminatie staan hierin centraal. Hitler heeft antisemitisme en behandelden de Joden slecht (eerst regels tegen Joden, later concentratiekampen en genocide). Kristallnacht worden Joden geplunderd en beroofd. Ook andere groeperingen behoorden tot de genocide.

    KA44: De Duitse bezetting van Nederland
    Na bombarderen Rotterdam geeft NL zich over en vlucht Wilhelmina naar GB. Seyss-Inquart neemt regering NL over. Duitsers hielden zich lang stil, maar anti-Duitsland gevoelens worden sterker. Februaristaking, april-meistaking en landelijke spoorwegstaking tegen Duitsers. 1944 Hongerwinter. Ook in NL jodenvervolging.

  • Tijdvak 10: Tijd van Televisie en Computer
  • KA45: De dekolonisatie maakte een eind aan de westerse hegemonie in de wereld
    Kolonies willen onafhankelijk worden. WOII heeft machtsposities van EU verslechterd, waardoor dekolonisatie gebeurde. Kolonies steun van sommige EU landen. Communisme probeert in Azië door te dringen. Later ook in Afrika dekolonisatie. Gevolg: eind aan westerse hegemonie, maar EU houdt wel invloed op derde wereld landen.

    KA46: De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog
    Zie Historische Context Koude Oorlog.

    KA47: De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen

    De welvaart stijgt vanwege economische groei → consumptiemaatschappij. Verzorgingsstaat voor veiligheid en welzijn burger. Democratie → welzijn en zekerheid leidt tot sociaal-culturele veranderingen met toenemende individualisering (minder afhankelijkheid); afname traditie. Jongerencultuur (eigen groep); minder afhankelijk ouders. Hoogopgeleid + protestgeneratie; tegen gevestigde orde, links en vanwege Koude oorlog anti-Amerika. Feminisme (Dolle Mina); (hoogopgeleide) vrouwen willen ook werken. Mogelijk door welvaart.

    KA48: De eenwording van Europa
    SU vormt gevaar voor herstellend EU, dus ontstaat samenwerking Europese Gemeenschap van Kolen en Staal → later gaat dit over in EEG; vrije handel. Bestuur = Europese commissie met Raad van Ministers en Europese Raad met regeringsleiders. EEG wil democratie versterken en economische vooruitgang. Steeds meer landen doen mee. Verdrag van Schengen = afschaffen grenscontroles. Duitse hereniging zorgt in 1992 voor EU: economie, politiek en veiligheid (!). Verdrag van Maastricht= euro. Europese eenwording met meer lidstaten in de EU.

    KA49: De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen
    Pluriforme samenleving: mensen met verschillende normen, waarden, gewoonten en leefstijlen hebben een gelijkwaardige plaats in de samenleving. Mogelijk door sociaal culturele veranderingen. Jaren ‘70: industrie naar lageloonlanden, arbeid geautomatiseerd en informatiemaatschappij = post-industriële samenleving → opnieuw economische groei na korte recessie. Minder traditioneel. Door migratie worden samenlevingen multicultureel. Oorzaak migratiestromen: dekolonisatie, voormalig SU landen, crisisgebieden of oost-EU. Migratiestromen zorgen voor sociaal en politieke spanningen.

    Heb jij een vraag over een kenmerkend aspect? Of wil je iets anders weten? De coaches van Mr. Chadd helpen je graag met al je vragen!

  • Upload je eigen samenvatting!
  • Chat
    Chat

    Hulp nodig met je huiswerk?

    Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

    icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp