fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Soms wil een schrijver de tekst versieren door ergens nadruk op te leggen.

Hiervoor kunnen stijlmiddelen of stijlfiguren worden gebruikt.

In het Nederlands werken deze net zoals in het Latijn. Uitleg over de belangrijkste stijlmiddelen en -figuren lees je in dit artikel!

stijlmiddelen en stijlfiguren
Afhankelijk van je leerjaar hoef je nog niet al deze stijlfiguren te kennen. Vraag bij je docent na welke je precies moet kennen! Voor examenleerlingen is dit extra belangrijk, omdat niet elk stijlfiguur elk jaar onderdeel is van het examenprogramma. Zoek je naar één bepaald stijlfiguur? Gebruik dan de sneltoets ctrl + F om hem direct op te zoeken! Kun je een stijlfiguur niet vinden? Vraag dan vooral hulp bij een van onze coaches. Zij staan klaar om je te helpen!

Anafoor (of repetitio)
Een woord wordt aan het begin van zinnen of zinsdelen herhaald.
Alle leerlingen werden geroepen, alle docenten kwamen bij elkaar en alle bestuursleden werden erbij gehaald.

Anastrofe (of inversie)
De gebruikelijke woordvolgorde wordt omgedraaid.
Lui ben je! Leren zal je!

Anticlimax
Er wordt een opsomming gegeven waarvan de leden steeds zwakker worden.
De leerling kreeg geen tien, noch een acht, maar enkel een zes.

Antithese
Er wordt een tegenstelling gegeven.
Ik steun je door dik en dun, of je nou hoog of laag scoort.

Alliteratie
Meerdere woorden in dezelfde zin hebben beginrijm.
De docent vond dat de leerlingen deze drie dagen duidelijk dwars deden.

Apostrofe
Iets of iemand die niet aanwezig of niet levend is, wordt aangesproken. Vaak geeft dit een bepaalde emotie aan.
Als jij, rekenmachine, niet zoveel energie zuigt, hoef ik niet elke week jouw batterijen te vervangen!

Assonantie
Soms hebben woorden in dezelfde zin klinkerrijm.
Graag ga ik vandaag haar vragen beantwoorden.

Asyndeton
Leden van een opsomming worden met komma’s aan elkaar verbonden.
Ik mag hopen dat de toets makkelijk, eenvoudig, kort, simpel wordt.

Chiasme
Soms worden woorden in een kruisstelling opgesteld. Als je de woorden in een schema zet, vormen ze de Griekse letter (een chi). Aan de linkerkant staat het eerste zinsdeel, en aan de rechterkant het tweede zinsdeel.
De linkerkleedkamer was voor de meiden, terwijl de jongens de rechterkleedkamer bezetten.

Linker kleedkamer  voor de meiden
de jongens  Rechter kleedkamer

 

De kruisstelling kan door allerlei tegenstellingen gevormd worden. In het voorbeeld hierboven gebeurt het met betekenis (geslacht aan de ene kant, kleedkamers aan de andere kant), maar dit kan ook aan de hand van bijvoorbeeld woordsoort of grammaticale functie.

Climax
Er wordt een opsomming gegeven waarvan de leden steeds sterker worden.
De docent was niet alleen boos, maar woedend, zelfs ziedend op de leerling.

Dichterlijk meervoud
Soms wordt in de poëzie een meervoudsvorm gebruikt wanneer enkelvoud veel logischer is. De meervoudsvorm geeft dat een nadruk of een soort grootsheid aan. In het Nederlands doen we dit eigenlijk nooit, maar in het Latijn komt het wel voor.
Librum mihi da! Liber noster est! (Geef het boek aan mij! Het is ons / mijn boek!)

Ellips
Soms wordt een woord weggelaten wanneer dat grammaticaal eigenlijk niet kan.
Liber noster! (In plaats van Liber noster est!)

Enjambement
In poëzie wordt de regel soms op een onverwacht moment afgekapt om nadruk te geven op het woord wat daardoor op de nieuwe regel komt te staan.
Bijna nooit zie je een vogel in de
lucht zich bedenken, zwenken, terug.
(Gedicht van Judith Herzberg)

Enallage (of hypallage)
Soms wordt een bijvoeglijk naamwoord aan een zelfstandig naamwoord gekoppeld, terwijl het eigenlijk beter past bij een ander zelfstandig naamwoord in de zin.
De muren van het hoge Rome (in plaats van De hoge muren van Rome)

Eufemisme
Iets ergs kun je verzachten met een andere uitdrukking.
We hadden gisteren ongewenst bezoek (in plaats van Er werd gisteren bij ons ingebroken)

Hyperbaton
Twee woorden die grammaticaal gezien bij elkaar horen, worden uit elkaar gezet.
Brevis a natura nobis vita data est. (Een kort leven werd ons door de natuur gegeven.)

Hyperbool
Een woord kun je enorm overdrijven.
Het duurt jaren voordat de docent de toets heeft nagekeken.

Ironie
Je kunt expres het tegenovergestelde zeggen van wat je bedoelt om ergens mee te spotten.
Nou, dat was een leuke toets zeg…

Litotes
Als je het tegenovergestelde wat je bedoelt ontkent, gebruik je een litotes.
Die toets was niet bepaald makkelijk ( = Die toets was moeilijk)

Metafoor
Soms wordt een vergelijking gemaakt door een woord compleet te vervangen.
De docent kan niet omgaan met Magister, hij is echt een clown. (De docent is niet echt een clown, maar hij is onhandig)

Metonymie (metoniemen)
Het gaat nu niet om een vergelijking door middel van een overeenkomst, maar juist om een logisch verband tussen het object en beeld. Wanneer een god(in) wordt gebruikt in plaats van datgene waar die god(in) voor staat, hoort dat ook bij metonymie.
Ik ga vanavond vroeg onder de wol. (Een deken is gemaakt van wol)

Oxymoron
Twee tegenstrijdige woord(combinaties) worden soms samen gebruikt.
De hardwerkende luilak heeft zijn examen gehaald.

Paradox
Soms lijken twee woorden een tegenstrijdigheid te vormen, maar kan het eigenlijk wel kloppen als je er op een dieper niveau over nadenkt.
Zeg nooit nooit! / Schrijven is de kunst van het schrappen.

Parallellisme
Soms lopen betekenissen, grammaticale functies of woordsoorten parallel aan elkaar.
Naar school ga ik om te leren, naar de keuken ga ik om te eten, naar bed ga ik om te slapen.

Personificatie

Aan iets wat niet menselijk is wordt soms menselijke eigenschappen toegeschreven.
Mijn telefoon is dood. / Zet je hersenen eens aan het werk!

Pleonasme
Soms wordt een woord overbodig toegevoegd aan de zin. Die kun je weglaten zonder de betekenis te veranderen. Deze moet je niet verwarren met een tautologie (zie de uitleg bij tautologie)!
Natte regen / Witte sneeuw / De hete zon

Polysyndeton
Wanneer minimaal drie leden van een opsomming met ‘en’ verbonden worden, noem je dat een polysyndeton.
De docenten en de leerlingen en de bestuursleden en de ouders waren allemaal aanwezig bij de presentatie over de Tweede Fase.

Retorische vraag
Een vraag waar niemand een antwoord op verwacht.
Ja hoor, wie is er weer eens te laat?

Tautologie (of synonymie)
Iets wordt met een synoniem herhaald om nadruk te leggen.
enkel en alleen / vast en zeker

​Zie jij door de bomen het bos niet meer? Dan kan 1-op-1 bijles Latijn handig zijn!


Deze uitleg is geschreven door Maurice.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp