fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Het participium – wat is het ook alweer?

En hoe werkt het?

het participum wat was het ook alweer
Ben je alleen op zoek naar het participium praesens actief, participium perfectum passief of het praesens futurum actief? Klik dan hieronder op het juiste kopje! Dan spring je direct naar het goede onderwerp.

Wat is een participium?
Het participium is wat in het Nederlands een deelwoord heet. Het zijn dus werkwoorden die we op andere manieren vertalen dan ‘normale’ werkwoorden. Je kent vast de Nederlandse termen zoals het voltooid deelwoord en het onvoltooid deelwoord. In het Latijn hebben we daar normaal het perfectum en het plusquamperfectum voor. Een andere naam voor het participium in het Nederlands is de bepaling van gesteldheid. Het geeft dus extra informatie over een bepaald deel in de zin. Participia worden om deze reden vaak vertaald als een bijzin. In het Latijn is het echter gewoon een deel van de hoofdzin.

Er zijn drie soorten van het participium, namelijk het participium praesens actief (PPA), het participium perfectum passief (PPP) en het participium futurum actief (PFA). Hier vind je een uitleg over de drie soorten participia en hoe je ze vertaalt.

Het participium praesens actief (PPA)
De eerste vorm waar we naar kijken is het PPA. Dit heet ook wel het tegenwoordig deelwoord. Je vormt het PPA door de stam van een werkwoord te nemen en -ns of -nt + uitgang erachter te plakken. Voor vocare gaat dat zo:

vocare –> voca- –> vocans

of

vocare –> voca- –> vocant- + uitgang –> vocantis

Je verbuigt het volgens het rijtje van rex of tempus (dat rijtje heet de consonant-declanatie):

 

Mannelijk/Vrouwelijk Onzijdig
ev. mv. ev. mv.
Nom. vocans vocantes vocans vocantia
Gen. vocantis vocantium vocantis vocantium
Dat. vocanti vocantibus vocanti vocantibus
Acc. vocantem vocantes vocans vocantia
Abl. vocante vocantibus vocante vocantibus

Bij de andere stammen gaat het zo:

e-stammen terrere terrens – terrentis etc.
medeklinkerstammen vincere vincens– vincentis etc.
i-stammen audire audiens – audientis etc.
capio-groep capere  capiens – capientis etc.

Zo werkt de app!

Maar hoe vertaal je het PPA eigenlijk? Laten we daar naar gaan kijken. Er zijn 3 manieren waarop je het kunt vertalen, namelijk zelfstandig, bijvoeglijk en predicatief. Laten we kijken hoe het woord leren (discere) vertaald kan worden op deze 3 manieren.

  • Zelfstandig:

Discentes tentaminem timent.” – “De lerenden zijn bang voor de toets.”

Discentes is hier het PPA (nom – man/vr – mv). Er is in de zin geen andere nominativus, dus kom je er snel achter dat je dit zelfstandig mag vertalen. Dan vertaal je “discentes” dus met “de lerenden”. Je mag het ook vertalen als “zij die leren”.

  • Bijvoeglijk

Een participium kun je behandelen alsof het een bijvoeglijk naamwoord is. Bijvoorbeeld zo:
“Discipuli discentes tentaminem timent.” – “De lerende leerlingen zijn bang voor de toets.”

Je ziet dat discentes is vertaald als lerende en dat lerende een bijvoeglijk naamwoord is bij leerlingen. Dit is een goede en efficiënte vertaling! Soms wordt het lastig omdat er nog een extra zinsdeel bij het participium staat. Kijk maar eens naar de volgende zin:

“Discipuli linguam Latinam discentes tentaminem timent.” – “De leerlingen die de Latijnse taal leren zijn bang voor de toets.”

Je kunt dit ook vertalen als “De Latijnse taal lerende leerlingen…”, maar dit is niet erg gebruikelijk Nederlands. Je kunt dit ook op een betere manier aanpakken. Je opent dan een bijzin met die of dat (een betrekkelijk voornaamwoord). Daarna vertaal je het participium als persoonsvorm! In dit geval kun je linguam Latinam als lijdend voorwerp meenemen in de bijzin. De bijzin die we in deze voorbeeldzin hebben is “… die de Latijnse taal leren…”.

Let op: kijk goed waarnaar je betrekkelijk voornaamwoord naar verwijst. In deze zin verwijst die naar de leerlingen omdat discipuli congrueert met discentes. Je betrekkelijk voornaamwoord moet dus in het Nederlands ook congrueren met het woord waar het naar verwijst (het antecedent). Die verwijst naar en congrueert met de leerlingen, dus op die manier heb je het goed vertaald!

  • Predicatief (ook wel dubbelverbonden genoemd)

“Discipuli linguam Latinam discentes tentaminem timent.” – “De leerlingen zijn bang voor de toets, terwijl zij de Latijnse taal leren.”

Je mag in dezelfde zin het participium ook predicatief vertalen. Je opent dan een bijzin niet met een betrekkelijk voornaamwoord, maar met toen, terwijl, hoewel of omdat. Verder doe je precies hetzelfde als bij een bijvoeglijke vertaling. In deze voorbeeldzin is de bijzin dus “…, terwijl zij de Latijnse taal leren”. Het participium wordt hier “dubbelverbonden” genoemd, omdat het extra informatie geeft over zowel de leerlingen als het leren. Dit kun je zien als je de zin letterlijk vertaald: “De Latijnse taal lerend, zijn de leerlingen bang voor de toets.” Let op! Dit is dus anders dan “De Latijnse taal lerende leerlingen zijn bang voor de toets.” Het participium wordt in de eerste letterlijke zin gelijktijdig vertaald aan de persoonsvorm (timent), in plaats van bijvoeglijk in de tweede zin.

  • Hoe kies je op welke manier je het PPA gaat vertalen?

Deze keuze komt aan op een stukje inzicht. Nadat je veel hebt geoefend met het vertalen van participia, zul je op gevoel kunnen bepalen hoe je het moet vertalen. Maar om dit te doen als je net begint met oefenen, kun je jezelf een aantal vragen stellen. Kun je het participium zelfstandig vertalen zonder dat het een rare zin oplevert? Waar gaat de zin over en wat is het doel van het participium? Wil de schrijver alleen extra informatie geven over het antecedent van je participium? Dan kies je voor bijvoeglijk. Wil de schrijver laten zien dat de bijzin tegelijk plaatsvindt met de hoofdzin (toen…, terwijl…), een reden geven voor de hoofdzin (omdat…) of een tegenstelling laten zien (hoewel…)? Gebruik dan een predicatieve vertaling. Soms kun je een participium op meerdere manieren vertalen! Zolang je vertaling dus logisch klinkt en de zin inhoudelijk blijft kloppen, mag je het vertalen op de manier die jou het meeste aanspreekt. En vergeet het niet, oefening baart kunst!

Let op: bij het PPA vindt de bijzin altijd tegelijk plaats met de hoofdzin. Als de hoofdzin dus in de verleden tijd staat, staat de bijzin dat ook! Dit is wat gelijktijdig betekent. Bijvoorbeeld zo:

“Zij waren bang voor de toets terwijl zij de Latijnse taal leerden.”

Het participium perfectum passief (PPP)

Het PPP ken je in het Nederlands als het voltooid deelwoord. We kunnen het voltooid deelwoord op heel veel manieren gebruiken en je kent de bekendste soort gebruik waarschijnlijk al. Dat is namelijk het perfectum. Maar we kunnen het voltooid deelwoord nog op andere manieren gebruiken (zelfstandig, bijvoeglijk en predicatief, net zoals bij het PPA) – en daarvoor hebben we het PPP!

Je vormt het PPP met stam + t + uitgang. Bijvoorbeeld zo:

vocare –> voca- –> vocat- + uitgang

Net zoals bij het perfectum gebruiken veel werkwoorden voor het PPP een andere stam. Dit staat dan in het woordenboek of je woordenlijst vermeld. Deze vormen moet je uit je hoofd leren! Een voorbeeld is relinquere. Het PPP daarvan is relictus.

De uitgangen zijn precies hetzelfde als de uitgangen van het bijvoeglijk naamwoord bonus. Het rijtje ziet er dus zo uit:

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig
ev. mv. ev. mv. ev. mv.
Nom. vocatus vocati vocata vocatae vocatum vocata
Gen. vocati vocatorum vocatae vocatarum vocati vocatorum
Dat. vocato vocatis vocatae vocatis vocato vocatis
Acc. vocatum vocatos vocatam vocatas vocatum vocata
Abl. vocato vocatis vocata vocatis vocato vocatis

Ook het PPP kun je op 3 manieren vertalen, namelijk zelfstandig, bijvoeglijk en predicatief.

  • Zelfstandig

Audiuti cum exercitatione continuare possent.” – “De geholpenen kunnen verdergaan met het oefenen.”

Je ziet dat deze vertaling erg lijkt op de zelfstandige vertaling van het PPA, maar er zitten ook verschillen tussen. Ten eerste geeft geholpenen aan dat ze al geholpen zijn, in plaats van dat ze nú geholpen worden. Het PPP is dus voortijdig aan de hoofdzin. Daarnaast is het PPP passief, zoals de naam al zegt. De geholpenen worden geholpen – het is niet zo dat ze hebben geholpen.

Je mag dit PPP ook letterlijk zelfstandig vertalen als “Zij die geholpen zijn…”.

  • Bijvoeglijk

“Discipuli audiuti cum exercitatione continuare possent.” – “De geholpen leerlingen kunnen verdergaan met het oefenen.”

Je mag een PPP ook als bijvoeglijk naamwoord vertalen, zoals we in deze voorbeeldzin hebben gedaan. Maar als er een extra zinsdeel bij staat, is dat soms lastig. Bijvoorbeeld bij de volgende zin:

“Discipuli cum rogatione audiuti cum exercitatione continuare possent.” – “De leerlingen die met hun vraag geholpen zijn, kunnen verdergaan met het oefenen.”

Je kan dit ook vertalen als “De met hun vraag geholpen leerlingen…”, maar dit is niet echt gebruikelijk Nederlands. Daarom mag je ook een bijzin openen met die of dat, net zoals bij het PPA. In de bijzin vertaal je dan het participium als persoonsvorm – dus een vorm van zijn plus het voltooid deelwoord. In dit geval krijg je dan “… die met hun vraag geholpen zijn…”.

Let op: kijk goed waarnaar je betrekkelijk voornaamwoord naar verwijst. In deze zin verwijst die naar de leerlingen omdat discipuli congrueert met audiuti. Je betrekkelijk voornaamwoord moet dus in het Nederlands ook congrueren met het woord waar het naar verwijst (het antecedent). Die verwijst naar en congrueert met de leerlingen, dus op die manier heb je het goed vertaald!

  • Predicatief

Ook mag je het PPP predicatief vertalen, net zoals het PPP. Je opent dan een bijzin met nadat, omdat of hoewel (dus niet met die of dat). Het participium vertaal je dan met een voltooid deelwoord in de bijzin. Bijvoorbeeld zo:

“Discipuli cum rogatione audiuti cum exercitatione continuare possent.” – “De leerlingen kunnen verdergaan met het oefenen, nadat ze met hun vraag geholpen zijn.”

  • Hoe kies je op welke manier je het PPP gaat vertalen?

Net zoals bij het PPA komt deze keuze aan op een stukje inzicht. Nadat je veel hebt geoefend met het vertalen van participia, zul je op gevoel kunnen bepalen hoe je het moet vertalen. Maar om dit te doen als je net begint met oefenen kun je jezelf een aantal vragen stellen. Kun je het participium zelfstandig vertalen zonder dat het een rare zin oplevert? Waar gaat de zin over en wat is het doel van het participium? Wil de schrijver alleen extra informatie geven over het antecedent van het participium? Dan kies je voor bijvoeglijk. Wil de schrijver laten zien dat de bijzin plaatsvindt vóór de hoofdzin (toen…, nadat…), een reden geven voor de hoofdzin (omdat…) of een tegenstelling laten zien (hoewel…)? Gebruik dan een predicatieve vertaling. Soms kun je een participium op meerdere manieren vertalen! Zolang je vertaling dus logisch klinkt en de zin inhoudelijk blijft kloppen, mag je het vertalen op de manier die jou het meeste aanspreekt. Met genoeg oefening krijg je snel een gevoel voor welke vertaling de beste is!

Let op: bij het PPP vindt de bijzin altijd voortijdig plaats aan de hoofdzin. Als de hoofdzin dus in de verleden tijd staat, moet je de bijzin alsnog voortijdig vertalen! Bijvoorbeeld zo:

“De leerlingen konden verder gaan met het oefenen, nadat ze met hun vraag geholpen waren.”

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig
ev. mv. ev. mv. ev. mv.
Nom. vocaturus vocaturi vocatura vocaturae vocaturum vocatura
Gen. vocaturi vocaturorum vocaturae vocaturarum vocaturi vocaturorum
Dat. vocaturo vocaturis vocaturae vocaturis vocaturo vocaturis
Acc. vocaturum vocaturos vocaturam vocaturas vocaturum vocatura
Abl. vocaturo vocaturis vocatura vocaturis vocaturo vocaturis

Een PFA geeft aan dat iets in de toekomst gaat gebeuren. Een PFA kun je heel letterlijk vertalen, bijvoorbeeld zo:

“Vocaturus est.” – “Hij is roepen zullende.”

Maar dit is natuurlijk heel ongebruikelijk Nederlands. Daarom mag je het ook vertalen als “Hij staat op het punt om te roepen” of “Hij is van plan te roepen” of “Hij zal roepen”.

Soms geeft een PFA een doel aan. Je mag het participium dan vertalen met “om te (roepen)”. Bijvoorbeeld zo: “Alte vocaturus aspirat.” – “Hij haalt adem om luid te roepen.” Letterlijk staat er: “Roepen zullende, haalt hij adem.”

Participia met esse

Vaak komt een participium voor in combinatie met een vorm van esse. Je kunt het participium dan vaak erg letterlijk vertalen. Dat gaat zo:

PPA: “Vocans est.” – “Hij is roepende.” oftewel “Hij is aan het roepen.” Het PPA is actief, dus je moet het participium ook actief vertalen.

PPP: “Vocatus est.” – “Hij is geroepen.” Het PPP is passief, dus je moet het ook passief vertalen. Het PPP plus esse wordt ook wel het perfectum passief genoemd. In het Latijn zijn er namelijk geen passieve werkwoorden voor het perfectum! In plaats daarvan gebruiken ze het PPP in combinatie met esse. Dit lijkt dus enorm veel op het Nederlands, want zo doen wij het ook.

PFA: “Vocaturus est.” – “Hij is roepen zullende.” Inmiddels weet je ook dat je dit mag vertalen als “Hij is van plan te roepen” of “hij staat op het punt om te roepen”.

Latijn is en blijft een ingewikkeld vak. Wil jij extra persoonlijke hulp? Klik dan hier!




Deze uitleg is geschreven door Maurice.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp