fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

In de Nederlandse taal hebben we veel ingewikkelde werkwoordvervoegingen: sterke, zwakke en onregelmatige werkwoorden!

Wij leggen je uit wat ze zijn en hoe je ze moet gebruiken.

Sterke, zwakke en onregelmatige werkwoordenSterke werkwoorden worden ook onregelmatige werkwoorden genoemd. Sterke werkwoorden zijn werkwoorden waarvan de klank verandert als het werkwoord wordt omgezet in voltooide tijd. Daarnaast hebben ze geen achtervoegsel (-te of –de) nodig. De klank van sterke werkwoorden verandert als het werkwoord wordt omgezet in voltooide tijd. Een voorbeeld van een onregelmatig werkwoord is ‘lopen’. In de verleden tijd wordt ‘lopen’ ‘liepen’. Als ‘lopen’ wordt gebruikt als voltooid werkwoord verandert de ‘ie’ klank weer naar de ‘o’ klank, namelijk ‘gelopen’.


Sterke werkwoorden worden ook onregelmatige werkwoorden genoemd omdat bij beide groepen de klank verandert in voltooide tijd. Deze veronderstelling klopt niet helemaal, omdat niet alle sterke werkwoorden onregelmatig zijn. Het Nederlands kent de volgende onregelmatige werkwoorden: hebben, kunnen, mogen, willen, zijn en zullen. Er zijn veel meer sterke werkwoorden, zoals lopen en bieden.

Bij het vervoegen van zwakke werkwoorden wordt –de of –te achter de stam van het werkwoord geplakt in de verleden tijd. Om te weten of je –de of –te moet gebruiken kijk je naar ’t kofschip. ’t Kofschip bevat de medeklinkers t, f, k, s, ch en p. Als de stam van het werkwoord eindigt op een van die letters wordt de uitgang –te gebruikt. Werkwoorden waarvan de stam op een andere letter eindigt krijgen –de als uitgang.

Oefenen in het herkennen van sterke, zwakke en onregelmatige werkwoorden? In de onderstaande lijst staan een aantal werkwoorden, maak de oefening door aan te geven welke werkwoorden sterk, zwak of onregelmatig zijn en zet ze om naar de verleden tijd.

  1. Melken
  2. Bellen
  3. Lachen
  4. Kluiven
  5. Zwemmen

Andere bezoekers keken ook naar: Moeilijke woorden




 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Jeffrey.

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp