fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Ben jij op zoek naar een samenvatting van het boek Politieke Besluitvorming?

Zoek niet verder, vind hem hier! Mr. Chadd helpt je graag.

In deze samenvatting:

  • Hoofdstuk 5: Politieke actoren
    • 5.1 Ambtenaren en adviesorganen
    • 5.2 Pressiegroepen en politieke partijen
    • 5.3 Massamedia
    • Upload je eigen samenvatting!

Hoofdstuk 5: Politieke actoren

5.1 Ambtenaren en adviesorganen
Organisaties en instituties met politieke macht noemen we politieke actoren. beleidsvoorbereiding en/of toezicht houden. Toezicht houden vindt plaats door accountants e.d. die geldstromen van ministeries controleren. Deze accountants (ambtenaren) werken vaak voor het AFM (Autoriteit Financiële Markten) of bij bijvoorbeeld de Rekenkamer of Belastingdienst.
Beleidsvoorbereidende ambtenaren hebben vaak een hele sterke positie. Zij blijven op een ministerie werken, terwijl ministers om de vier jaar wisselen. Zodoende hebben ambtenaren vaak meer kennis en ervaring, waarmee ze veel invloed kunnen uitoefenen. Ministers blijven echter wel verantwoordelijk.

Alle ambtenaren vormen samen een geordend ambtenarenapparaat waarbinnen volgens vaste regels en procedures besluiten worden voorbereid en uitgevoerd. Dit het ook wel de overheidsbureaucratie, de macht van de overheidskantoren.
Zeer belangrijk in een ministerie is het onpersoonlijke karakter. Ambtenaren moeten hun taken altijd uitvoeren, ongeacht politieke kleur minister of persoonlijke voorkeuren. Andere kenmerken zijn de onpartijdige behandeling van burgers, het voorkomen van corruptie en vriendjespolitiek en de zorg voor bestuurlijke orde.
Nadeel bureaucratie is dat er vaak gedacht wordt aan regeltjes en verkokering. Verkokering is dat ambtenaren alleen vanuit eigen expertise naar een probleem kijken. Hierdoor zijn de genomen maatregelen geen eenheid en ontstaat er chaos.

Hiërarchie in een ministerie:

  • Minister (eindverantwoordelijk, zet grote lijnen uit)
  • Secrataris-generaal / SG (manager ministerie, vrije toegang tot minister en is als laatste controle voordat iets naar minister gaat)
  • Enkele directeuren-generaal / DG (laatste controle voor iets naar SG gaat, bepalen details)
  • Ambtenaren ( beleidsvoorbereiding)

Voordat ministers of Tweede-Kamerleden een wetsvoorstel indienen, kunnen ze advies vragen aan adviesorganen. Deze onafhankelijke organisaties hebben veel kennis en zijn representatief voor de bevolking. De belangrijkste adviesorganen zijn:

  1. Raad van State. Dit is het hoogste adviesorgaan en behandelt alle wetsvoorstellen. De leden worden benoemd door de regering, de koning is de voorzitter, maar doordat deze er nooit is, is eigenlijk de vice-voorzitter het belangrijkst. Baseert advies op effectiviteit en efficiëntie en mogelijke botsingen met andere wetten. Advies weegt meestal zwaar. Ook is de RvS belangrijk bij administratieve rechtspraak: conflicten tussen bestuursorganen.
  2. Sociaal-Economische Raad (SER). Deze adviseert bij belangrijke maatregelen op sociaal en economisch gebied.33 leden ; 11 voor werkgevers, 11 voor werknemers en 11 onafhankelijk (kroonleden). Advies heeft meeste invloed als ze unaniem zijn, komt laatste tijd vaak voor.
  3. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Leden worden benoemd door regering. Moet ‘wetenschappelijke informatie verschaffen over ontwikkelingen die op lange termijn samenleving kunnen beïnvloeden’, zoals vergrijzing.
  4. Onderwijsraad / Gezondheidsraad geeft (on)gevraagd advies . De een op gebied van onderwijs, de ander op gebied van gezondheid. Bestaan uit afgevaardigden uit alle geledingen van hun sector.
  5. College van Zorgverzekeringen (CvZ). Kijkt of iedereen zorg krijgt die nodig is. Is onafhankelijk en geeft (on)gevraagd advies.
  6. Planbureaus als Centraal Planbureau (CPB) of Sociaal en Cultureel Planbureau (SCPB) doen onderzoeken onder de bevolking.
  7. Laatste jaren vraagt overheid vaak commerciële adviesbureaus om advies. Soms omdat deze bureaus meer kennis hebben, soms omdat deze onafhankelijker zijn de ambtenaren. Nadelen zijn de hoge kosten en de partijdige belanghebbenden van het bureau.

Zo werkt de app

5.2 Pressiegroepen en politieke partijen
Je hebt drie soorten participatie:

  1. Electorale participatie (stemmen of campagne voeren)
  2. Niet-electorale participatie (actievoeren, burgerinitiatief, politicus aanspreken)
  3. Actief lid worden van partij of pressiegroep.

Organisaties en groepen die bewust proberen invloed uit te oefenen op de politieke besluitvorming, noemen we pressiegroepen. Dit zijn geen politieke partijen, want pressiegroepen focussen op één gebied. De invloed van een pressiegroep hangt af van haar omvang, geld, positie en kennis.
Actiegroepen zetten zich vaak voor korte tijd in op één duidelijke kwestie. Na die kwestie is het klaar. Er zijn ook grote actie- of pressiegroepen, zoals GreenPeace en de ANWB.
Kans op succes voor een pressiegroep is groter als ze eendrachtig optreedt, en mee mag doen aan officiële vergaderingen/overleggen.

Machtsmiddelen:

  1. Lobbyen
  2. Demonstreren
  3. Publiciteitscampagne voeren (media gebruiken)
  4. Sleutelposities in handen krijgen
  5. Bezwaarschriften indienen
  6. Burgerlijke ongehoorzaamheid (wet overtreden, vaak voor groot probleem als racisme e.d.)

Functies politieke partijen bij politieke besluitvorming:

  1. Articulatiefunctie (wensen achterban aangeven)
  2. Communicatieve functie(kiezers informeren over overheidsbeleid)
  3. Aggregatiefunctie (losse opvattingen maken tot partijprogramma, ook wel integratiefunctie)
  4. Participatiefunctie (Mensen politiek actief maken, door info te delen)
  5. Recruterings- en selectiefunctie ( mensen voordragen voor politieke functies)

Politieke partijen hebben minder leden door de ontzuiling, toegenomen welvaart en individualisering. Ze hebben door belangrijker wordende media minder invloed bij met name articulatie- en communicatiefunctie. Beter onderwijs en internet zorgen voor kleinere rol voor partijen bij participatiefunctie.

5.3 Massamedia

Rollen massamedia

  1. Informatiefunctie ( informatie geven over politieke gebeurtenissen)
  2. Spreekbuisfunctie (doorgeefluik standpunten van burgers)
  3. Onderzoeksfunctie (maatschappelijke probleem onderzoeken, zorgt vaak voor Kamervragen)
  4. Waakhondfunctie ( controle op ministers en bestuurders)
  5. Commentaarfunctie ( kritiek leveren, debat organiseren etc.)

Verschil tussen democratie en dictatuur op gebied massamedia is dat er in een democratie sprake is van persvrijheid en pluriformiteit.

Media is veel brutaler geworden, omdat ze kijkcijfers willen. Dit doen ze door relletjes te veroorzaken en uitspraken te verdraaien. Politieke partijen hebben daarom een persvoorlichter, die politici zo beschermt. Ook hebben ze een spindoctor, die bedenkt hoe de partij aandacht kan trekken.
Politici en media hebben dus een dubbele agenda. Hierdoor is sensatie soms belangrijker dan inhoud. Dit noemen we de communicatieoorlog.

Wil jij nog meer weten over de politieke besluitvorming? Kijk dan bij de andere samenvattingen van dit boek op onze Academy of stel je vraag aan een van de coaches van Mr. Chadd. Zij helpen je graag!

Upload je eigen samenvatting!

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp