fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Voorzetselvoorwerp

Het voorzetselvoorwerp is een lastige woordsoort om te herkennen bij het ontleden van zinnen.

Wat het voorzetselvoorwerp precies is en hoe je het kan vinden, legt Mr. Chadd je hieronder uit!

Uitleg
Het voorzetselvoorwerp laat in een zin zien waar het gezegde betrekking op heeft; het geeft dus meer informatie over het gezegde. Het bestaat altijd uit twee delen: (1) een voorzetsel en (2) een zelfstandig naamwoord of persoonlijk voornaamwoord. Het voorzetsel komt altijd als eerst.
voorzetselvoorwerp
Het voorzetsel van het voorzetselvoorwerp vormt een vaste combinatie met het hoofdwerkwoord van de zin. Dit klinkt misschien nog een beetje onduidelijk, maar laten we naar een voorbeeld kijken:

Ik twijfel aan jouw eerlijkheid.

Het hoofdwerkwoord in deze zin is twijfel en dit vormt een vaste combinatie met het voorzetsel aan (“twijfelen aan”). Dit voorzetsel hoort bij het deel ‘jouw eerlijkheid’ en dus vormen die twee samen het voorzetselvoorwerp aan jouw eerlijkheid. Het is dus opgebouwd uit het vaste voorzetsel van twijfelen (aan) en het voorwerp waarop dit betrekking heeft (jouw eerlijkheid).


Verschil met lijdend voorwerp
Het voorzetselvoorwerp wordt wel eens verward met het lijdend voorwerp. Toch is er een makkelijk regeltje waarmee je het onderscheid tussen allebei kan onthouden: het voorzetselvoorwerp begint altijd met een voorzetsel, terwijl het lijdend voorwerp geen voorzetsel bij zich heeft. Kijk maar eens naar het verschil tussen deze twee zinnen:

Ik luister naar muziek. (voorzetselvoorwerp)
Ik luister muziek. (lijdend voorwerp)

Verschil met bijvoeglijke bepaling
Ook is het soms niet duidelijk of je te maken hebt met een voorzetselvoorwerp of een bijvoeglijke bepaling. Dit verschil is moeilijker dan het vorige, maar ook hier is er weer een duidelijke regel die laat zien of iets een voorzetselvoorwerp of een bijvoeglijke bepaling is. Als het zinsdeel een plaats aangeeft, dan is het een bijvoeglijke bepaling. Is dat niet zo, dan kan je spreken van een voorzetselvoorwerp. Kijk maar eens naar het verschil tussen deze twee zinnen:

Ik wacht al tien minuten op de bus. (voorzetselvoorwerp)
Ik wacht al tien minuten op het busstation. (bijvoeglijke bepaling van plaats)

En nu jij!
Onderstreep in de volgende zinnen het voorzetselvoorwerp. Als je denkt dat er sprake is van een lijdend voorwerp of bijvoeglijke bepaling, omcirkel de woordgroep dan en schrijf er naast welke woordsoort het is.

  1. Wij hebben veel plezier in ons werk.
  2. Mijn vader verlangt al maanden naar de zomervakantie.
  3. Het meisje hangt aan het touw.



 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Jeffrey.

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp