fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Zelfstandige naamwoorden, zoals stoel of boek, moet je vaak ook in het meervoud gebruiken.

Dan krijg je stoelen of boeken. Maar hoe weet je precies hoe je het meervoud van deze zelfstandige naamwoorden maakt?

Mr. Chadd legt het je uit!

meervoud maken van zelfstandige naamwoorden
Meervouden op -en
Heel veel zelfstandige naamwoorden hebben een meervoud dat eindigt op -en, zoals feest (feesten) en plank (planken). Maar hoe maak je dit meervoud? Je zet hierbij eigenlijk gewoon de -en achter het enkelvoudige woord. Dat lijkt natuurlijk heel makkelijk. Soms moet je echter ook nog iets anders doen. Het kan namelijk zijn dat je de laatste letter van het woord in het enkelvoud moet verdubbelen, zoals bij het woord brug (bruggen). Ook kan het zijn dat je een klinker (a, e, o of u) moet weglaten, zoals bij het woord boot (boten). En ten slotte kan het zijn dat je een -f moet veranderen in een -v of een -s in een -z. Voorbeelden hiervan zijn sluis (sluizen) en duif (duiven).

Bovendien is er nog iets geks met woorden die eindigen op -ee en -ie. Als het enkelvoud eindigt op -ee, wordt dit in het meervoud met -ën. Zo wordt idee in het meervoud ideeën. Als het enkelvoud eindigt op -ie, maak je het meervoud met -ën of met -n. Wanneer je welke letter toevoegt, is afhankelijk van de klemtoon. Als de klemtoon op -ie valt, voeg je -ën toe (theorie wordt theorieën). Als de klemtoon op een andere lettergreep valt, krijgt de laatste e in het woord een trema en voeg je alleen de -n toe (olie wordt oliën).


Meervouden op -s
Er zijn ook nog zelfstandige naamwoorden die niet een meervoud op -en hebben, maar een meervoud dat eindigt op een -s. Je zet simpelweg een -s achter het enkelvoud, zoals bij decoratie (decoraties). Soms kan je de -s niet direct achter het woord zetten, maar moet er nog een apostrof (‘) tussen worden geplaatst. Dit doe je alleen bij woorden die eindigen op een klinker (a, i, o, u of y) en bij afkortingen. Voorbeelden hiervan zijn auto (auto’s), pc (pc’s) en cd (cd’s).

Bij woorden die eindigen op twee of drie klinkers die samen als een klank worden uitgesproken, schrijf je in het meervoud de -s wel aan het woord vast, zoals bij milieus of etuis. Maar ook hierop bestaat weer een uitzondering. Bij bijvoorbeeld het woord cavia gebruik je in het meervoud wel cavia’s en gebruik je dus weer een apostrof, omdat de klinkers niet samenvallen (ca-vi-a).

Oefenen:
Vorm het meervoud van de volgende woorden.

  1. Dier, weg, bos, raam
  2. Schoorsteen, huis, keuken, wc
  3. Jas, sjaal, handschoen, schoen
  4. Radio, gameboy, fee, tram



 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Joyce.

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp