fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Een komma, iedereen kent ze, maar waar horen ze wel en waar niet?

Dát leggen we je hier uit!

Er zijn twee soorten komma’s. Als eerste heb je een grammaticale komma die wordt gebruikt om de structuur van de zin te verduidelijken. Bijvoorbeeld: ‘Deze les is bedoeld voor leergierige, jonge mensen’. De komma geeft in dit geval aan dat het om mensen gaat die zowel jong als leergierig zijn. De tweede soort komma geeft een leespauze aan als je de tekst hardop opleest, bijvoorbeeld: ‘Het gezonde sapje, wat m’n zus heel smerig vond, had mijn moeder zelf gemaakt’. Op de plekken van de komma’s houd je een kleine leespauze, waardoor de nadruk van de zin komt te liggen op ‘wat m’n zus heel smerig vond’. In deze zin is het grammaticaal niet nodig om een komma te gebruiken.

Komma

Er zijn veel verschillende situaties waarin je een komma hoort te gebruiken. In deze lijst vind je ze allemaal.

  1. Je gebruikt een komma tusesn twee hoofdzinnen zonder voegwoord. Als een van de hoofdzinnen al een komma bevat is het beter om een puntkomma te gebruiken.
  2. Tussen hoofdzinnen met een nevenschikkend voegwoord (en, maar, want) gebruik je een komma.
  3. Een hoofdzin binnen een andere hoofdzin staat tussen twee komma’s. Dit hoeft niet, want er kunnen ook –gedachtenstreepjes- gebruikt worden.
  4. Een komma wordt ook gebruikt aan het einde van een bijvoeglijke bijzin.
  5. Als het om een uitgebreide bijvoeglijke bijzin gaat, dan wordt aan het begin ook een komma gebruikt.
  6. Aan het begin van een beperkende bijvoeglijke bijzin die gescheiden is van het woord waar het bij hoort staat ook een komma.
  7. Aan het begin van een lange bijzin.
  8. Er hoort ook een komma tussen een hoofdzin en een bijzin.
  9. Bij lange zinnen hoort ook een komma tussen twee persoonsvormen.
  10. Een bijzin in een bijzin hoort tussen twee komma’s.
  11. Een beknopte bijzin hoort ook tussen twee komma’s.
  12. Als de zin erg lang is komt tussen een beknopte bijzin en een hoofdzin een komma. Dit is ook het geval als het werkwoord uit de bijzin naast de persoonsvorm van de hoofdzin komt te staan.
  13. Komma’s worden ook gebruikt bij een ondergeschikt zinsdeel, deze staat altijd tussen komma’s.
  14. Bij een opsomming worden komma’s gebruikt tussen de delen van de opsomming. Dit geldt niet voor het laatste, daar wordt het woordje ‘en’ gebruikt in plaats van een komma.
  15. Tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden hoort ook een komma. Bij de laatste van een reeks mag ook ‘en’ staan in plaats van een komma.
  16. Als zinsdelen als nevengeschikt kunnen worden gezien dan komen er komma’s tussen te staan.
  17. Een bijstelling staat altijd tussen komma’s.
  18. Een tussenwerpsel staat altijd tussen komma’s.
  19. Wanneer een persoon wordt aangesproken staat deze tussen komma’s.
  20. Na de aanhef van een brief hoort een komma.
  21. Men gebruikt ook een komma als decimaalteken.

Oefenen met komma’s? Plaats de komma’s op de goede plek in de onderstaande zinnen.

  1. Ellen eet graag fruit: kiwi banaan appel en druif.
  2. Geachte heer de Vries Middels deze brief wil ik u laten weten dat ik zeer geïnteresseerd ben.
  3. Het was erg mooi weer maar de zon scheen niet.

Andere bezoekers keken ook naar: Apostrof




 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Suze.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp