fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Ben jij zo slim als een vos? Is jouw pen net zo leergierig als jij?

Lees dan verder om te leren wat beeldspraak is en welke vormen beeldspraak er allemaal zijn.

Beeldspraak wordt ook wel een stijlfiguur genoemd. Er is sprake van beeldspraak als er figuurlijke taal wordt gebruikt. Figuurlijke taal houdt in dat de schrijver een ander woord gebruikt voor wat hij bedoelt. Wat voor ander woord hij gebruikt hangt af van de vorm beeldspraak die hij gebruikt.
Beeldspraak
Er zijn verschillende vormen van beeldspraak.

  • De eerste vorm van beeldspraak is vergelijking. Dit houdt in dat de schrijver een ander woord gebruikt omdat er een bepaalde overeenkomst is tussen het gebruikte en het bedoelde woord. Bijvoorbeeld: Haar gezicht werd zo rood als een kreeft. De schrijver vergelijkt het rode gezicht met een kreeft omdat een kreeft rood is.

Er zijn 4 types vergelijkingen.

Het eerste type is een als-vergelijking, bijvoorbeeld: ‘Zo sterk als een beer’ en ‘Zo trots als een pauw’.

Het tweede type is een asyndetische vergelijking. Dit is vergelijkbaar met een als-vergelijking, alleen wordt hierbij niet het woordje als gebruikt als verbindingswoord. Een voorbeeld is: ‘De nieuwe school, een doolhof voor de nieuwe leraar’.

Het derde type is een van-vergelijking. Hierbij wordt niet het woord ‘als’ gebruikt om het gebruikte en bedoelde aan elkaar te koppelen maar het woord van, bijvoorbeeld: ‘Mijn oom is een beer van een vent’ en ‘Daniël is een schat van een jongen’.


Het vierde type is een Homerische vergelijking. Een homerische vergelijking is een uitgebreide vergelijking waarbij allerlei zaken genoemd worden die niet meer verwant zijn aan hetgeen de schrijver bedoelde. Dit type vergelijking is vernoemd naar Homerus omdat hij veel van deze vergelijkingen gebruikte, bijvoorbeeld: Zoals in het begin van de lente Apollo voortgaat over de bergruggen bij het eiland Delos en de reidansen opnieuw instudeert, zo ging Aenas zelf.

  • De tweede vorm van beeldspraak is de metafoor. Hierbij gebruikt de schrijver een ander woord dan wat hij bedoelt met dezelfde betekenis als het bedoelde. Een metafoor lijkt veel op een als-vergelijking. Het verschil is dat in een metafoor er geen gebruik wordt gemaakt van als en het bedoelde wordt niet genoemd. Bijvoorbeeld: ‘Die biljartbal doet het goed vandaag’. In deze metafoor wordt de kale man omschreven als een biljartbal. Een als-vergelijking ziet er als volgt uit: Hij is zo kaal als een biljartbal. Hierbij wordt het bedoelde (de kale man) genoemd, dit gebeurt bij de metafoor niet.

Metaforen zijn te onderscheiden in twee types.

Het eerste type is een personificatie. Hierbij krijgen dieren, planten of andere dingen menselijke eigenschappen toegekend. Een voorbeeld van een personificatie is: ‘De toekomst lacht ons toe’. De toekomst is een ‘ding’, terwijl lachen een menselijke eigenschap is.

Het tweede type is synesthesie. Een synesthesie is een koppeling van twee zintuigen, bijvoorbeeld: ‘Gillende kleuren’ en ‘Bittere kou’.

  • De laatste vorm van beeldspraak is metonymia. Bij deze vorm is er geen sprake van een overeenkomst tussen wat de schrijver bedoelt en wat hij gebruikt. Bijvoorbeeld: ‘De school won de het voetbaltoernooi’. Hier gebruikt de schrijver ‘de school’, terwijl het voetbalteam van de school het toernooi heeft gewonnen.

Er zijn verschillende typen metonymia.

Het eerste type is dat men het materiaal waar iets van is gemaakt noemt, in plaats van het voorwerp zelf, bijvoorbeeld: ‘Ik kruip onder de wol’. Hier wordt bedoeld dat iemand onder de wollen dekens kruipt, maar de dekens worden omschreven als het materiaal waar ze van gemaakt zijn.

Bij het tweede type bedoelt men de inhoud, maar wordt het voorwerp genoemd. Een voorbeeld hiervan is ‘Wil je een glaasje drinken?’. Het geen wat bedoeld word is de inhoud van het glas, het drinken zelf, maar alleen het voorwerp waar het drinken in zit wordt genoemd.

Het derde type houdt in dat men de maker van het voorwerp noemt in plaats van het voorwerp zelf, bijvoorbeeld: ‘Wat heeft u daar een prachtige van Gogh aan de muur!’. Hier wordt een schilderij bedoeld, maar ze noemen het van Gogh omdat hij het geschilderd heeft.

Bij het vierde type bedoelt men het geheel terwijl er maar een deel benoemd wordt, bijvoorbeeld: ‘Nederland heeft zich niet voor het EK gekwalificeerd’. In deze zin word bedoeld dat het Nederlands elftal zich niet heeft gekwalificeerd, maar zij worden Nederland genoemd.

Het vijfde type is wanneer men het geheel bedoelt maar een deel benoemt. Een voorbeeld hiervan is: ‘Neuzen tellen’. Dit betekent dat men gaat tellen of iedereen aanwezig is, maar alleen de neuzen van de aanwezigen worden genoemd.

Het zesde type is wanneer men meervoud bedoelt, maar enkelvoud benoemt. Een voorbeeld hiervan is ‘De walvis sterft uit’. Hierbij wordt ‘de walvis’ genoemd, terwijl ze alle walvissen bedoelen.

Het zevende type is als men de bezitter noemt, maar het bezit bedoelt, bijvoorbeeld:

Het achtste type is als men de leider noemt, terwijl de hele groep bedoeld wordt. Een voorbeeld daarvan is ‘Rutte is echt een goed kabinet’. Hierbij wordt het hele kabinet bedoeld, maar ze noemen het Rutte omdat hij de minister-president is.

Andere bezoekers keken ook naar: Bijstelling




 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Jeffrey.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp