fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Het COD

Misschien ben je de term COD wel eens tegen gekomen? Dit staat gelijk aan wat in het Nederlands het lijdend voorwerp (COD) is. Het is in het Frans belangrijk dat je het COD in de zin kan herkennen omdat je andere vormen van het persoonlijk voornaamwoord gebruikt dan bij het meewerkend voorwerp (in het Frans het COI). In dit artikel leer je hoe je het COD herkent in een zin en wat de verschillende vormen zijn.
het cod
Wat is het COD (lijdend voorwerp)?
Om het COD in een zin vast te kunnen stellen moet je eerst weten hoe je in het Nederlands het lijdend voorwerp in een zin vindt. Je kijkt naar het onderwerp van de zin (degene die iets doet) en naar het ‘gezegde’ van de zin (wat diegene doet, het gezegde is één of meerdere werkwoorden). Je stelt dan de vraag: Wat … (+onderwerp en gezegde)?

Voorbeelden:
Ik stuur een brief.

Onderwerp -> Ik. Wie is degene die iets doet? Ik.
Gezegde -> Stuur. Wat doet de ik-persoon? Die stuurt.
Lijdend voorwerp -> Een brief. Wat stuur ik? Ik stuur een brief.

Ronald zoekt Marieke.

Onderwerp -> Ronald. Wie is degene die iets doet? Ronald.
Gezegde -> Zoekt. Wat doet Ronald? Ronald zoekt.
Lijdend voorwerp: -> Marieke. Wat zoekt Ronald? Ronald zoekt Marieke.


In het Nederlands wil je deze zinnen soms korter maken. Je kan dan het lijdend voorwerp vervangen door een persoonlijk voornaamwoord:

Ik stuur een brief -> Ik stuur het.
Ronald zoekt Marieke -> Ronald zoekt haar.

In het Frans is dit net zo. Het is belangrijk om te weten of je een persoonlijk voornaamwoord gebruikt om een lijdend voorwerp (COD) te vervangen of iets anders, want persoonlijke voornaamwoorden hebben bij het COD een speciaal rijtje.

Voorbeeld:
Ik stuur een brief -> J’envoie une lettre.
Onderwerp: J’.
Gezegde: envoie.
Lijdend voorwerp: une lettre.

Als je deze zin inkort naar: Ik stuur het, dan moet je er op letten of ‘het’ verwijst naar een mannelijk of vrouwelijk woord. Une lettre is vrouwelijk, dus normaal gesproken zou je voor ‘la’ moeten gaan als persoonlijk voornaamwoord. Omdat (anders dan in het Nederlands!) het persoonlijk voornaamwoord vóór het gezegde zet, wat in deze zin begint met een klinker (a,e,i,o,u) gebruik je hier l’.

Je l’envoie.

Zo werkt de app

Andere voorbeelden:

Ik geef een boek. Ik geef het.  Je donne un livre. Je le donne.
Ik eet een taart. Ik eet het. Je mange une tarte. Je la mange.
Ronald zoekt Marieke. Ronald zoekt haar.  Ronald cherche Marieke. Ronald la cherche.

Per ‘persoon’ (mij, jou, hem, haar, het, ons, jullie, u, hen, hun) gebruik je een andere vorm.

Enkelvoud
1e persoon Ronald me cherche. Ronald zoekt me.
2e persoon Ronald te cherche. Ronald zoekt je.
3e persoon (man) Ronald le cherche. Ronald zoekt hem.
3e persoon (vrouw) Ronald la cherche. Ronald zoekt haar.
Meervoud
1e persoon Ronald nous cherche. Ronald zoekt ons.
2e persoon Ronald vous cherche. Ronald zoekt jullie. Ronald zoekt u.
3e persoon (mannen) Ronald les cherche. Ronald zoekt hen.
3e pers. (vrouwen) Ronald les cherche. Ronald zoekt hen.

Me, te, le en la worden bij het COD afgekort tot m’, t’, l’ als het woord er na begint met a,e,i,o,u of een stomme h (h die je niet uitspreekt).

Het is belangrijk om ook het COI (meewerkend voorwerp) te kunnen herkennen, lees daar meer over bij het artikel over het COI.

Overzicht en plaats in de zin

Persoonlijk voornaamwoord (normaal) Persoonlijk voornaamwoord COD (lijdend voorwerp) Persoonlijk voornaamwoord COI (meewerkend voorwerp)
je me me
tu te te
il/elle le/la lui/lui
nous nous nous
vous vous vous
ils/elles les/les leur/leur

Zoals je zag in de voorbeeldzinnen komen de persoonlijke voornaamwoorden (anders dan in het Nederlands) voor de persoonsvorm. Bevat de zin echter een heel werkwoord (l’infinitif) dan komt het voor het infinitif.

Voorbeelden:

Je drink de thee. Je bois le thé.
Ik drink het. Je le bois.
Ik ga je helpen.  Je vais t’aider.

Bij een ontkenning zet je eerst het persoonlijke voornaamwoord op de juiste plek. Daarna zet je ne … pas rondom de COD en de persoonsvorm. Bij zinnen met een heel werkwoord komt ne … pas om de persoonsvorm en volgt daarna pas het persoonlijk voornaamwoord (COD).

Ik drink het niet.  Je ne le bois pas.
Ik ga je niet helpen. Je ne vais pas t’aider.

Soms bevat een zin zowel een COD als COI. Deze hebben een vaste volgorde.

Eerst woorden zoals me / te / vous / nous
Daarna woorden zoals le / la / les
Daarna woorden zoals lui / leur

Voorbeelden:
Il me donne un cadeau. Il me le donne.
Hij geeft me een cadeau. Hij geeft het me.

Il veut donner un conseil à Robert. Il veut le lui donner.
Hij wil een advies geven aan Robert. Hij wil het hem geven.

Oefenzinnen

  1. Zoek je Lisa? Ja, ik zoek haar.
  2. Koopt hij een auto? Ja, hij koopt het.
  3. Gaan jullie de brief sturen aan Elise? Ja, wij sturen het haar.
  4. Geef je het boek aan hem? Nee, ik geef het hem niet.

Antwoorden

  1. Tu cherches Lisa? Oui, je la cherche.
  2. Il achète une voiture? Oui, il l’achète.
  3. Vous allez envoyer la lettre à Elise? Oui, nous allons la lui envoyer.
  4. Tu donnes le livre à lui? Non, je ne le lui donne pas.



 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Tristan.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp