fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Het COI

Misschien heb je de term COI zien staan en weet je niet helemaal wat het betekent?

In het Nederlands is het COI te vergelijken met het meewerkend voorwerp. In dit artikel lees je hoe je het COI in een zin kan herkennen en wat de verschillende vormen zijn.

COI
De vormen verschillen van het lijdend voorwerp (het COD) verschillen van het COI, daarom is het belangrijk dat je dit verschil kunt herkennen.
Wat is het COI?
Je kan het meewerkend voorbeeld in de zin door op dezelfde manier als bij het lijdend voorwerp de zin te ontleden. Weet je nog niet hoe dat moet? Bekijk dan hier het artikel over het COD. Om het meewerkend voorwerp (in een Nederlandse zin) te kunnen vinden vraag je de vraag: Aan/voor wie?

Ik stuur de brief aan mijn moeder. Aan wie? Aan mijn moeder.
Patrick geeft de sleutel aan Jan en mij. Aan wie? Aan Jan en mij.

 

J’envoie la lettre à ma mère. COI = ma mère
Patrick donne la clé à Jan et moi. COI = Jan et moi

Ook deze zinnen kan je inkorten waardoor het COI één persoonlijk voornaamwoord wordt:

Ik stuur haar de brief. Aan wie? Aan haar.
Patrick geeft ons de sleutel. Aan wie? Aan ons.

 

Je lui envoie la lettre. COI = lui
Patrick nous donne la clé. COI = nous

Zo werkt de app

In het Nederlands gebruik je per persoon dezelfde vorm (mij, jou, hem, haar, het, ons, jullie, u, hen, hun) of het nu een lijdend of meewerkend voorwerp is. In het Frans gebruik je bij het COI een ander rijtje dan het COD.

Enkelvoud
1e persoon Il me donne un cadeau. Hij geeft me een cadeau.
2e persoon Je te donne un cadeau. Ik geef je een cadeau.
3e persoon (man) Je lui donne un cadeau. Ik geef hem een cadeau.
3e persoon (vrouw) Je lui donne un cadeau. Ik geef haar een cadeau.
Meervoud
1e persoon Je nous donne un cadeau. Ik geef ons een cadeau.
2e persoon Je vous donne un cadeau. Ik geef jullie een cadeau. Ik geef u een cadeau.
3e persoon (mannen) Je leur donne un cadeau. Ik geef hen een cadeau.
3e pers. (vrouwen) Je leur donne un cadeau. Ik geef hen een cadeau.

Me, te, le en la worden bij het COI afgekort tot m’, t’, l’ als het woord er na begint met a,e,i,o,u of een stomme h (h die je niet uitspreekt).

Overzicht en plaats in de zin

Persoonlijk voornaamwoord (normaal) Persoonlijk voornaamwoord COD (lijdend voorwerp) Persoonlijk voornaamwoord COI (meewerkend voorwerp)
je me me
tu te te
il/elle le/la lui/lui
nous nous nous
vous vous vous
ils/elles les/les leur/leur

De regels over de plaats in de zin die gelden voor het COD gelden ook voor het COI. Bij het artikel over het COD vind je ook wat je moet doen als je zowel een COD als COI in één zin treft.

Oefenzinnen

  1. Hij geeft hen het boek.
  2. Jij moet met Anna praten. Jij moet met haar praten.
  3. Ik stuur de sleutel niet aan mijn moeder. Ik stuur het niet aan haar.

Antwoorden:

  1. Il leur donne le livre.
  2. Tu dois parler à Anna. Tu dois lui parler.
  3. Je n’envoie pas la clé à ma mère. Je ne la lui envoie pas.



 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Tristan.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp