fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Het bijvoeglijk naamwoord en het bijwoord in het Frans?

Wat zijn het, en welke moet ik gebruiken? Mr. Chadd legt het je allemaal uit!

bijwoord
C’est difficile ça! Het is niet makkelijk maar als je dit artikel hebt gelezen weet je precies waar het over gaat als je leest over l’adjectif (bijvoeglijk naamwoord) en l’adverbe (het bijwoord). Ze lijken erg op elkaar, maar er zijn toch grote verschillen. In welke situatie gebruik je een bijvoeglijk naamwoord en in welke gebruik je een bijwoord? Lees dit artikel en je snapt het helemaal!

L’adjectif en l’adverbe, wat zijn het?
Bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden geven een kenmerk aan van een ander woord in de zin.

  1. De mooie jongen (bijvoeglijk naamwoord)
  2. Hij danst mooi (bijwoord)

Mooi zegt dan wat over ‘jongen’ en over ‘danst’. In het Nederlands gebruik je dezelfde vorm, maar ook in het Nederlands behoren ze niet tot dezelfde woordsoort. In zin 1 is mooi een bijvoeglijk naamwoord (l’adjectif) en in zin 2 is mooi een bijwoord. Wat is nu het verschil?

Een bijvoeglijk naamwoord geeft een kenmerk weer van een zelfstandig naamwoord. Een zelfstandig naamwoord is een woord waar je in het Nederlands de, het of een voor kan zetten, in het Frans kan je er un/une of le/la/l’ voor zetten. Een zelfstandig naamwoord is vaak een ding, of een dier, of een persoon of een plant.

Voorbeelden zijn:

Un garçon marrant  Een grappige jongen
Une jolie fille  Een leuk meisje
Le bâtiment moche  Het lelijke gebouw
La fenêtre petite Het kleine raam

Zo werkt de app

Er zijn veel verschillende regels over de uitgangen van de bijvoeglijke naamwoorden, deze veranderen namelijk afhankelijk van het zelfstandig naamwoord. Ook zijn er veel uitzonderingen. Je kan daar alles over lezen bij het artikel waar hierover geschreven is.

Een bijwoord zegt iets over een ander bijwoord, een bijvoeglijk naamwoord, een werkwoord of over een plaats of tijd. In de zin uit het voorbeeld (‘hij danst mooi’) zegt ‘mooi’ wat over ‘danst’, een werkwoord. Als je zegt: ‘het was bijzonder lekker’, dan is ‘bijzonder’ een bijwoord want het zegt iets over ‘lekker’, een bijvoeglijk naamwoord. Je kan het bijwoord vaak vinden door een hoe?-vraag te stellen. Hoe danst hij? Mooi. Hoe lekker was het? Bijzonder (lekker).

Hoe vorm ik een bijwoord?

In tegenstelling tot het bijvoeglijk naamwoord heeft het bijwoord géén veranderende vorm. Je maakt een bijwoord als volgt:

Stap 1: zoek op wat de vrouwelijke vorm in het enkelvoud van het bijvoeglijk naamwoord is
Stap 2: voeg hier +ment aan toe.

Dus bijvoorbeeld:

Complet (compleet). Vrouwelijke vorm enkelvoud is complète. + ment -> complètement
Heureux (gelukkig). Vrouwelijke vorm enkelvoud is heureuse. + ment -> heureusement

Er zijn enkele uitzonderingen:

Eindigt het bijvoeglijk naamwoord op een klinker? Dan valt de -e die je toevoegt aan de vrouwelijke vorm weg. Dus vrai is niet vraiement, maar vraiment.

Sommige vormen zijn volledig onregelmatig, bijvoorbeeld:

bon -> bien goed
gentil -> gentiment aardig
mauvais -> mal slecht
meilleur -> mieux beter

 

Waar in de zin zet ik een bijwoord?

Als er één werkwoord in de zin is zet je het bijwoord daarachter.

Elle m’aide bien.  Ze helpt me goed.
Elle m’aide rapidement.  Ze helpt me snel.

Heb je meerdere werkwoorden in de zin, bijvoorbeeld omdat je de passé composé gebruikt? Bijwoorden met 1 of 2 lettergrepen zet je tussen het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord. Bijwoorden met 3 of meer lettergrepen zet je na het voltooid deelwoord.

Elle m’a bien aidé. Ze heeft me goed geholpen.
Elle m’a aidé rapidement. Ze heeft me snel geholpen.

Zegt het bijwoord wat over een bijvoeglijk naamwoord of een ander bijwoord? Dan zet je het bijwoord er voor.

Elle est vraiment belle. Zij is erg mooi.
Elle joue très bien. Zij speelt erg mooi.

Zegt het bijwoord wat over de hele zin? Dan zet je het bijwoord helemaal vooraan de zin.

Heureusement, nou ne sommes pas perdus. Gelukkig zijn we niet verdwaald.

Oefenvragen

Vertaal de volgende zinnen:

  1. We hebben zacht gepraat.
  2. Het mooie meisje is erg aardig.
  3. Gelukkig hebben ze goed gespeeld.

Antwoorden:

  1. Nous avons parlé doucement.
  2. La belle fille est très gentil.
  3. Heureusement, ils ont bien joué.
​Nog wat extra begeleiding gewild? Naast de app gebruiken kun je ook 1-op-1 bijles krijgen van 1 van onze coaches!


Deze uitleg is geschreven door Tristan.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp