Een nieuw jaar, een frisse start. Nu een jaar lang Mr. Chadd met €50,- korting met de code:

JAAR2022

Het bijvoeglijk naamwoord en het bijwoord

Het bijvoeglijk naamwoord en het bijwoord in het Frans?

Wat zijn het, en welke moet ik gebruiken? Mr. Chadd legt het je allemaal uit!

bijwoord

C’est difficile ça! Het is niet makkelijk maar als je dit artikel hebt gelezen weet je precies waar het over gaat als je leest over l’adjectif (bijvoeglijk naamwoord) en l’adverbe (het bijwoord). Ze lijken erg op elkaar, maar er zijn toch grote verschillen. In welke situatie gebruik je een bijvoeglijk naamwoord en in welke gebruik je een bijwoord? Lees dit artikel en je snapt het helemaal!

L’adjectif en l’adverbe, wat zijn het?

Bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden geven een kenmerk aan van een ander woord in de zin.

  1. De mooie jongen (bijvoeglijk naamwoord)
  2. Hij danst mooi (bijwoord)

Mooi zegt dan wat over ‘jongen’ en over ‘danst’. In het Nederlands gebruik je dezelfde vorm, maar ook in het Nederlands behoren ze niet tot dezelfde woordsoort. In zin 1 is mooi een bijvoeglijk naamwoord (l’adjectif) en in zin 2 is mooi een bijwoord. Wat is nu het verschil?

Een bijvoeglijk naamwoord geeft een kenmerk weer van een zelfstandig naamwoord. Een zelfstandig naamwoord is een woord waar je in het Nederlands de, het of een voor kan zetten, in het Frans kan je er un/une of le/la/l’ voor zetten. Een zelfstandig naamwoord is vaak een ding, of een dier, of een persoon of een plant.

Voorbeelden zijn:

Un garçon marrant  Een grappige jongen
Une jolie fille  Een leuk meisje
Le bâtiment moche  Het lelijke gebouw
La fenêtre petite Het kleine raam

Zo werkt de app

Er zijn veel verschillende regels over de uitgangen van de bijvoeglijke naamwoorden, deze veranderen namelijk afhankelijk van het zelfstandig naamwoord. Ook zijn er veel uitzonderingen. Je kan daar alles over lezen bij het artikel waar hierover geschreven is.

Een bijwoord zegt iets over een ander bijwoord, een bijvoeglijk naamwoord, een werkwoord of over een plaats of tijd. In de zin uit het voorbeeld (‘hij danst mooi’) zegt ‘mooi’ wat over ‘danst’, een werkwoord. Als je zegt: ‘het was bijzonder lekker’, dan is ‘bijzonder’ een bijwoord want het zegt iets over ‘lekker’, een bijvoeglijk naamwoord. Je kan het bijwoord vaak vinden door een hoe?-vraag te stellen. Hoe danst hij? Mooi. Hoe lekker was het? Bijzonder (lekker).

Hoe vorm ik een bijwoord?

In tegenstelling tot het bijvoeglijk naamwoord heeft het bijwoord géén veranderende vorm. Je maakt een bijwoord als volgt:

Stap 1: zoek op wat de vrouwelijke vorm in het enkelvoud van het bijvoeglijk naamwoord is

Stap 2: voeg hier +ment aan toe.

Dus bijvoorbeeld:

Complet (compleet). Vrouwelijke vorm enkelvoud is complète. + ment -> complètement

Heureux (gelukkig). Vrouwelijke vorm enkelvoud is heureuse. + ment -> heureusement

Er zijn enkele uitzonderingen:

Eindigt het bijvoeglijk naamwoord op een klinker? Dan valt de -e die je toevoegt aan de vrouwelijke vorm weg. Dus vrai is niet vraiement, maar vraiment.

Sommige vormen zijn volledig onregelmatig, bijvoorbeeld:

bon -> bien goed
gentil -> gentiment aardig
mauvais -> mal slecht
meilleur -> mieux beter

Waar in de zin zet ik een bijwoord?

Als er één werkwoord in de zin is zet je het bijwoord daarachter.

Elle m’aide bien.  Ze helpt me goed.
Elle m’aide rapidement.  Ze helpt me snel.

Heb je meerdere werkwoorden in de zin, bijvoorbeeld omdat je de passé composé gebruikt? Bijwoorden met 1 of 2 lettergrepen zet je tussen het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord. Bijwoorden met 3 of meer lettergrepen zet je na het voltooid deelwoord.

Elle m’a bien aidé. Ze heeft me goed geholpen.
Elle m’a aidé rapidement. Ze heeft me snel geholpen.

Zegt het bijwoord wat over een bijvoeglijk naamwoord of een ander bijwoord? Dan zet je het bijwoord er voor.

Elle est vraiment belle. Zij is erg mooi.
Elle joue très bien. Zij speelt erg mooi.

Zegt het bijwoord wat over de hele zin? Dan zet je het bijwoord helemaal vooraan de zin.

Heureusement, nou ne sommes pas perdus. Gelukkig zijn we niet verdwaald.

Oefenvragen

Vertaal de volgende zinnen:

  1. We hebben zacht gepraat.
  2. Het mooie meisje is erg aardig.
  3. Gelukkig hebben ze goed gespeeld.

Leerlingen die hier vragen over hebben, keken ook naar:

L’adjectif

Woordvolgorde

Geslachtsbepaling

Docent of directeur? Vraag een gratis testperiode aan!

Mr. Chadd uitproberen? Dat kan nu twee weken gratis en geheel vrijblijvend met jouw klas! We komen graag in contact om de mogelijkheden te bespreken.

Ik laat u graag zien hoe Mr. Chadd werkt!

Docent of directeur? Vraag een gratis informatiepakket aan

Laat hieronder uw gegevens achter en we sturen u een gratis informatiepakket over Mr. Chadd op!

Ik vertel u graag over de voordelen van Mr. Chadd!

Docent of directeur? Neem contact op

Bent u benieuwd naar de voordelen van Mr. Chadd of heeft u andere vragen? Laat uw gegevens achter en wij nemen zo snel mogelijk contact op.

Ik vertel u graag meer over Mr. Chadd!
Zo werkt het Academy Over ons
{"api_base_path":"https://c.mrchadd.nl","funnel_return_domain":"https://www.mrchadd.nl","third_party_js_asset":"third-party.js"}