fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

De Past Simple en de Past Continuous zijn twee werkwoordsvormen die vaak voorkomen in het Engels.

Ze lijken best op elkaar en daardoor is het af en toe niet duidelijk welke vorm je moet gebruiken. Toch zijn er een paar belangrijke verschillen!

Mr. Chadd legt ze hieronder voor je uit.

verschil past en past
Past Simple
Even een kleine opfriscursus; wat was de Past Simple ook alweer?
De Past Simple is de Engelse term voor de verleden tijd. Je gebruikt deze vorm als je het hebt over feiten, gewoonten etc. die in het verleden gebeurd zijn en nu helemaal klaar zijn. Het is dus eigenlijk hetzelfde als de Present Simple, alleen dan in de verleden tijd!
Je kan het gebruik van de Present Simple ook herkennen aan bepaalde signaalwoorden, zoals yesterday, last week, last year, three days ago, in 2015, etc.

Je vormt de Past Simple door de stam van een werkwoord te pakken en daar –ed aan vast te plakken. De Past Simple van ‘to work’ is dus de stam (work) met –ed erachter 🡪 worked.
Er zijn een paar uitzonderingen, die vind je op onze Academy bij Past Simple


Past Continuous
De Past Continuous is de duurvorm in de verleden tijd. Dat klinkt behoorlijk vaag, maar eigenlijk betekent het het volgende: je gebruikt deze vorm als je vertelt over wat je in het verleden aan het doen was. Denk maar eens aan een zin als “Ik was met een vriendin aan het praten.” Het gebeurde in het verleden en ging een tijdje door (duurvorm).

Vaak gaat een zin met de Past Continuous gepaard met een zin die begint when/while. In het ene deel zeg je wat je aan het doen was, in het andere deel zeg je wat er toen gebeurde. Kijk maar eens naar de volgende zin: “She was watching tv, when the doorbell rang.” Het laatste deel gebeurde tijdens het eerste deel.

De Past Continuous bestaat uit een vorm van de verleden tijd van to be (was/were) + een werkwoord +-ing. “Wij waren aan het lopen” wordt dus “We were walking”.
Er zijn een paar uitzonderingen, die vind je op onze Academy bij Past Continuous

Zo werkt de app

Verschillen
Er zijn dus een aantal belangrijke verschillen tussen de Past Simple en de Past Continuous.
De Past Simple gebruik je vooral als je het hebt over simpele feitjes uit het verleden: je hebt toen iets gedaan (bijv. I walked home tonight).

De Past Continuous benadrukt meer dat de actie een tijdje duurde; je was iets aan het doen. Vaak komt er dan een zin met when/while achteraan, om zo te laten zien dat het een gebeurde tijdens het ander (bijv. I was walking home, when I heard someone scream).
Wanneer je dus wil benadrukken dat iets een tijdje duurde, gebruik je de Past Continuous. Praat je over feitjes en gewoontes? Dan gebruik je de Past Simple.

Even oefenen!
Wil jij graag oefenen met de Past Simple en de Past Continuous? Kies dan welke vorm op de puntjes moet!

They … to school, when they … my father. (to cycle – to see)
My mom … for Ziggo last year. (to work)
I … a sandwich, while I … for a test. (to eat – to learn)

Een belangrijke toets die eraan zit te komen? En denk je dat alleen chatten misschien niet genoeg is? Dan kan je altijd kijken naar onze opties voor 1-op-1 bijlessen!




Deze uitleg is geschreven door Jeffrey.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp