fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Naamvallen. Iedereen die Duits moet leren heeft er een hekel aan. Maar het hoeft echt niet zó moeilijk te zijn als je een paar simpele regels volgt.

Naamvallen Duits

Maar welke? En hoe vervoeg ik ze nu goed? Hier leggen we het helemaal voor je uit!

Er zijn in het Duits vier naamvallen. De functie van elke naamval wordt hieronder uitgelegd met een voorbeeld. Vervolgens wordt nog een overzicht gegeven van de vervoegingen voor de ‘der’-groep en de ‘ein’-groep.

De eerste naamval

Dit is der Nominativ en wordt gebruikt wanneer het woord het onderwerp is van de zin. Bijvoorbeeld:

NL: De hond is ziek.
DU: Der Hund ist krank.

De tweede naamval

Dit is der Genitiv en wordt gebruikt bij een bezit of als het bij iets anders hoort. In het Nederlands staat er dan vaak ‘van de’, ‘van het’, ‘van deze’ etc. Het woordje ‘van’ verdwijnt dan in het Duits en daarvoor wordt deze naamval gebruikt. Bijvoorbeeld:

NL: De portemonnee VAN mijn broer was gestolen. -> dit geeft bezit aan
DU: Die Brieftasche meines Bruders war gestohlen worden.

De derde naamval

Dit is der Dativ en wordt gebruikt wanneer het woord een meewerkend voorwerp is in de zin. Voor een meewerkend voorwerp komt in het Nederlands altijd ‘aan’ of ‘voor’, of dat kun je ervoor denken. Bijvoorbeeld:

NL: Ik geef mijn vader een boek -> Ik geef AAN mijn vader. Mijn vader = Meewerkend voorwerp

DU: Ich gebe meinem Vater ein Buch

Ook wordt het gebruikt na bepaalde vaste voorzetsels, namelijk: aus, bei, mit, nach, seit, von, zu, entgegen, außer en gegenüber.

De vierde naamval

Dit is der Akkusativ en wordt gebruikt wanneer het woord een lijdend voorwerp is. Deze kan gevonden in een zin door te vragen: ‘wie/wat + persoonsvorm + onderwerp’. Bijvoorbeeld: 

NL: De vrouw koopt een boek. -> Wat koopt de vrouw?  Een boek = Lijdend voorwerp
DU: Die Frau kauft ein Buch. 

Ook wordt het gebruikt na bepaalde vaste voorzetsels, namelijk: durch, für, ohne, um, bis, gegen en entlang.  

Uitgangen per naamval

Naamvallen

 

naamvallen

Kan je wel wat extra uitleg gebruiken? Misschien is 1-op-1 bijles wel wat voor jou? Kijk hier voor meer informatie.


Jim


Deze uitleg is geschreven door Jim.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp