fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

De Duitse grammatica kent allerlei verschillende naamvallen.

Twee daarvan zijn de Dativ (derde naamval) en de Akkusativ (vierde naamval). Over deze twee vormen is af en toe nog wel eens wat onduidelijkheid.

Mr. Chadd legt je hieronder uit wanneer je ze precies moet gebruiken!

dativ en akkusativ
Dativ
‘Der Dativ’ is de derde naamval in het Duits. Het wordt gebruikt voor het meewerkend voorwerp. Je weet of iets een meewerkend voorwerp is door te kijken of je er aan/voor voor kunt plakken. Is dat het geval, dan heb je te maken met een meewerkend voorwerp!

Er zijn ook andere momenten waarop je kan weten dat je Dativ moet gebruiken. Achter sommige voorzetsels of werkwoorden komt namelijk altijd een derde naamval:

  • De voorzetsels: aus, bei, mit, nach, von, zu, seit, gegenüber, außer
  • De werkwoorden: begegnen, danken, volgen, gelingen, glauben, gratulieren, helfen


Akkusativ
‘Der Akkusativ’ is de vierde naamval in het Duits. Deze naamval wordt gebruikt voor het lijdend voorwerp. Je kan weten wat het lijdend voorwerp door de vraag “Wie/wat + persoonsvorm + onderwerp?” te stellen. Het antwoord is dan het lijdend voorwerp!

Ook bij de Akkusativ zijn er bepaalde voorzetsels of werkwoorden die altijd een vierde naamval achter zich krijgen:

  • De voorzetsels: bis, durch, entlang, für, gegen, ohne, um
  • De werkwoorden: fragen, bitten, es gibt

Zo werkt de app

Moeilijkheden
Bepaalde voorzetsels krijgen de ene keer de derde naamval en de andere keer de vierde naamval achter zich. Het gaat om de volgende voorzetsels: an, auf, hinter, in, neben, über, unter, vor, zwischen.

Als er in de zin sprake is van beweging, dan gebruik je de vierde naamval. Is er geen beweging, gebruik je de derde naamval! Kijk maar eens naar de volgende voorbeelden:

  • Das Buch liegt auf dem Tisch = Het boek ligt op de tafel
    • Er is hier geen beweging, want het boek ligt stil op de tafel. Je gebruikt dus de derde naamval.
  • Er legt das Buch auf den Tisch = Hij legt het boek op de tafel.
    • Er is sprake van beweging, want het boek wordt op de tafel neergelegd. Je gebruikt dus de vierde naamval.

En nu jij!
Wil je nog even oefenen met het verschil tussen de Dativ en de Akkusativ? Kijk dan of in de zinnen hieronder sprake is van beweging en kies tussen de derde en vierde naamval.

Das Bild hängt an der (3) / die (4) Wand.
Ich stelle die Vase auf dem (3) / den (4) Tisch.
Die Lampe hängt über dem (3) / den (4) Tisch.




 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Jeffrey.

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp