Een nieuw jaar, een frisse start. Nu een jaar lang Mr. Chadd met €50,- korting met de code:

JAAR2022

Dativ en Akkusativ

De Duitse grammatica kent allerlei verschillende naamvallen.

Twee daarvan zijn de Dativ (derde naamval) en de Akkusativ (vierde naamval). Over deze twee vormen is af en toe nog wel eens wat onduidelijkheid.

Mr. Chadd legt je hieronder uit wanneer je ze precies moet gebruiken!

dativ en akkusativ

Dativ

‘Der Dativ’ is de derde naamval in het Duits. Het wordt gebruikt voor het meewerkend voorwerp . Je weet of iets een meewerkend voorwerp is door te kijken of je er aan/voor voor kunt plakken. Is dat het geval, dan heb je te maken met een meewerkend voorwerp!

Er zijn ook andere momenten waarop je kan weten dat je Dativ moet gebruiken. Achter sommige voorzetsels of werkwoorden komt namelijk altijd een derde naamval:

  • De voorzetsels: aus, bei, mit, nach, von, zu, seit, gegenüber, außer
  • De werkwoorden: begegnen, danken, volgen, gelingen, glauben, gratulieren, helfen

Akkusativ

‘Der Akkusativ’ is de vierde naamval in het Duits. Deze naamval wordt gebruikt voor het lijdend voorwerp . Je kan weten wat het lijdend voorwerp door de vraag “Wie/wat + persoonsvorm + onderwerp?” te stellen. Het antwoord is dan het lijdend voorwerp!

Ook bij de Akkusativ zijn er bepaalde voorzetsels of werkwoorden die altijd een vierde naamval achter zich krijgen:

  • De voorzetsels: bis, durch, entlang, für, gegen, ohne, um
  • De werkwoorden: fragen, bitten, es gibt

Zo werkt de app

Moeilijkheden

Bepaalde voorzetsels krijgen de ene keer de derde naamval en de andere keer de vierde naamval achter zich. Het gaat om de volgende voorzetsels: an, auf, hinter, in, neben, über, unter, vor, zwischen.

Als er in de zin sprake is van beweging, dan gebruik je de vierde naamval. Is er geen beweging, gebruik je de derde naamval! Kijk maar eens naar de volgende voorbeelden:

  • Das Buch liegt auf dem Tisch = Het boek ligt op de tafel
    • Er is hier geen beweging, want het boek ligt stil op de tafel. Je gebruikt dus de derde naamval.
  • Er legt das Buch auf den Tisch = Hij legt het boek op de tafel.
    • Er is sprake van beweging, want het boek wordt op de tafel neergelegd. Je gebruikt dus de vierde naamval.

En nu jij!

Wil je nog even oefenen met het verschil tussen de Dativ en de Akkusativ? Kijk dan of in de zinnen hieronder sprake is van beweging en kies tussen de derde en vierde naamval.

Das Bild hängt an der (3) / die (4) Wand.

Ich stelle die Vase auf dem (3) / den (4) Tisch.

Die Lampe hängt über dem (3) / den (4) Tisch.

Leerlingen die hier vragen over hebben, keken ook naar:

Naamvallen: welke zijn er en hoe gebruik ik ze?

Der, die of das: welke gebruik je wanneer?

Meervoud in het Duits: hoe werkt dat?

Docent of directeur? Vraag een gratis testperiode aan!

Mr. Chadd uitproberen? Dat kan nu twee weken gratis en geheel vrijblijvend met jouw klas! We komen graag in contact om de mogelijkheden te bespreken.

Ik laat u graag zien hoe Mr. Chadd werkt!

Docent of directeur? Vraag een gratis informatiepakket aan

Laat hieronder uw gegevens achter en we sturen u een gratis informatiepakket over Mr. Chadd op!

Ik vertel u graag over de voordelen van Mr. Chadd!

Docent of directeur? Neem contact op

Bent u benieuwd naar de voordelen van Mr. Chadd of heeft u andere vragen? Laat uw gegevens achter en wij nemen zo snel mogelijk contact op.

Ik vertel u graag meer over Mr. Chadd!
Zo werkt het Academy Over ons
{"api_base_path":"https://c.mrchadd.nl","funnel_return_domain":"https://www.mrchadd.nl","third_party_js_asset":"third-party.js"}