fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Voorwerpen, ze zijn er in vele soorten en maten, al helemaal in het Nederlands! Hier leggen we je uit hoe het zit met het meewerkend voorwerp.

Het meewerkend voorwerp hoort bij de persoonsvorm, het onderwerp, gezegde en lijdend voorwerp van de zin. In elke zin kan maximaal één meewerkend voorwerp staan, maar niet iedere zin heeft een meewerkend voorwerp.

Meewerkend voorwerp
Het meewerkend voorwerp in een zin vind je door de vraag te stellen: ‘Aan/voor wie + werkwoordelijk gezegde + onderwerp + (lijdend voorwerp)?’ Bijvoorbeeld: ‘Vorige week gaf ik mijn vriend een cadeau’ > ‘Aan wie gaf ik een cadeau?’ > ‘Mijn vriend’. In deze zin is ‘mijn vriend’ dus het meewerkend voorwerp. Een ander voorbeeld: ‘Ik leg mijn tas op de tafel’. Bij deze zin kan je niet de vraag stellen aan wie of voor wie, dus is er geen meewerkend voorwerp in de zin.

Meer oefenen met het herkennen van het meewerkend voorwerp? Zoek dan het meewerkend voorwerp in de onderstaande zinnen!

  1. Zij gaf hem stiekem een kus.
  2. Jelmer stuurde zijn moeder een kaart vanuit India.
  3. Ik fietste met jou naar school.

Andere bezoekers keken ook naar: Lijdend voorwerp




 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Jeffrey.

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp