Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 08.30 tot 21.30
Vrijdag: 8:30 tot 15:30
Zaterdag: 9:30 tot 15:30
Zondag: 12.00 tot 21.00

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Der, die of das? Alle zelfstandige naamwoorden in het Duits lijken zo maar wat te doen. Zijn daar nu echt geen regels voor? Zeker wel!

Lees daarom direct even door zodat dit je voortaan nooit meer problemen oplevert!


In het Duits zijn zelfstandige naamwoorden mannelijk, vrouwelijk of onzijdig. Bij mannelijke woorden is het lidwoord ‘der’, bij vrouwelijke woorden ‘die’ en bij onzijdige woorden ‘das’. In principe moet je per woord leren welk geslacht erbij hoort, maar er zijn wel enkele tips. Bepaalde groepen woorden zijn bijvoorbeeld altijd mannelijk of vrouwelijk. Hieronder volgende de basisregels per geslacht met enkele voorbeelden.
der die of das

Mannelijk

  • Dieren van het mannelijke geslacht, zoals een stier (der Stier), haan (der Hahn) of wolf (der Wolf)
  • De namen van de dagen (bijv. der Sonntag = de zondag), maanden (bijv. der Januar = januari), jaargetijden (bijv. der Sommer = de zomer) en windrichtingen (bijv. der Norden = het noorden)
  • Namen van automerken (bijv. der Audi)
  • Woorden die eindigen op –er (bijv. der Lehrer = de leraar) en –ismus (bijv. der Kapitalismus = het kapitalisme)

Vrouwelijk

  • Dieren van het vrouwelijke geslacht, zoals een koe (die Kuh) of een wolvin (die Wölfin)
  • Woorden die eindigen op:
    -schaft (die Eigenschaft = de eigenschap)
    -ei (die Fischerei = de visserij)
    -heit (die Gelegenheit = de gelegenheid)
    -ung (die Vorstellug = de voorstelling)
    -keit (die Richtigkeit = de juistheid)
    -ion (die Tradition = de traditie)
    -ität (die Universität = de universiteit)
  • Namen van bomen (bijv. die Birke = de berk) en bloemen (bijv. die Rose = de roos)
  • Veel (maar niet alle) woorden die einden op een –e (bijv. die Frage = de vraag)
  • De namen van cijfers (bijv. die Eins = de één)
  • De meeste Duitse rivieren (bijv. die Donau)

Onzijdig

  • Hele werkwoorden die als zelfstandig naamwoord worden gebruikt (bijv. das Denken = het denken)
  • Woorden die eindigen op –chen of –lein, wat in het Nederlands –tje betekent / verkleinwoorden zijn (bijv. das Löffelchen = het lepeltje)
  • Woorden die eindigen op –ial (bijv. das Potenzial = het potentieel)
  • De kleuren (bijv. das Rot = het rood)
  • Woorden die met Ge beginnen en met een –e eindigen (bijv. das Gebäude = het gebouw)
  • De namen van de letters (bijv. das A = de A)

Hieronder volgt nog een oefening om jouw kennis goed te testen.

Oefening:

  1. ………. Gelb (geel)
  2. ………. Herbst (herfst)

Antwoorden oefening:

  1. das
  2. der

Andere bezoekers keken ook naar: Naamvallen: welke zijn er en hoe gebruik ik ze?


Jim

 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Jim.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp