fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Ben jij op zoek naar een samenvatting van het domein Aarde?

Zoek dan niet verder: je vindt hem hier!

In deze samenvatting vind je:

  1. Circulatiesystemen
  2. Stralingsbalans op aarde is in dynamisch evenwicht (in- en uitstraling) hangt af van wolken, breedteligging en zonnestand. Atmosfeer bestaat uit stikstof, zuurstof, broeikasgassen, water en vaste deeltjes.. De verschillen in opwarming zorgen voor mondiale luchtcirculatie. Afwijking van wet van Buys Ballot heet corioliseffect, intertropische convergentiezone beweegt mee met de zonnestand en moesson is halfjaarlijks wisselende wind (beïnvloed klimaat: moessonklimaat). Oceanische circulatie bestaat uit zeestromen gedreven door wind (ondiep) en thermohaliene circulatie gedreven door verschillen in temperatuur en zoutgehalte (diep)

  3. Klimaten en landschapszones
  4. Weer = toestand van atmosfeer op bepaalde plaats en tijd. Klimaat = gemiddelde toestand van het weer. Klimaatsysteem van Köppen hangt af van temperatuur, neerslag en seizoen van neerslag. Het hangt samen met breedteligging, hoogteligging, ligging tov zee (zeeklimaat kleinere temperatuurverschillen), oriëntatie van gebergten (loefzijde aan de westkant kent meer neerslag dan oostzijde = lijzijde) en zeestromen. Klimaatgebieden en landschapszones staan met elkaar in verband

    Aardkorst Oceanische korst: Basalt (zwaar)

    Continentale korst: Graniet (licht)

    Lithosfeer: vast gesteente Platentektonieksysteem
    Aardmantel Asthenosfeer: plastisch
    Convectiestromen
    Platentektonieksysteem
    Aardkern buiten IJzer Vloeibaar Geodynamosysteem
    Aardkern binnen IJzer

    Radioactiviteit

    Vast

    Motor convectiestromen

    Geodynamosysteem

    Platentektoniek:

    Divergerend: midoceanische rug (gat opgevuld met magma = effusieve eruptie) & i.c.m. slenk wordt afsplitsing

    Convergerend: subductie. Oceaan vs continentaal = oceaan duikt onder = verderop vulkaan = explosief vulkanisme. Oceaan vs oceaan = hetzelfde, enkel vorming diepzeetroggen. Continent vs continent = plooiingsgebergte (Alpen)

    Transform: aardbevingen, gemeten met de schaal van Richter (magnitude) of Mercalli (intensiteit). Als gevolg van een aardbeving kan een tsunami ontstaan.

    Bij explosief vulkanisme komt plastisch magma vrij en pyroklastisch materiaal (komt niet ver). Gevolg is stratovulkaan, als een deel instort een caldera. Bij een hotspot, midden op een plaat, stijgt continu dun lava en ontstaan schildvulkanen.

    Zo werkt de app

Fysische verwering: gesteente valt uit elkaar. Grote temperatuurverschillen, veel onder vriespunt en geen vegetatie. Chemische verwering: verandert samenstelling of lost op (kalksteen). Veel vocht en warmte. Bij massabewegingen komt verweringsmateriaal in beweging (puinhelling & puinwaaier), vegetatie kan het tegenhouden en erosie is gevolg. Rivieren zorgen voor transport: in de bovenloop is verhang groot dus gevolg verticale erosie, later horizontale erosie. In benedenloop wordt fijn materiaal vervoerd, dat bij hoogwater zal sedimenteren. Door hoge druk zal het veranderen in sedimentgesteenten (zandsteen, schalie). Delta is ophoping en estuarium is gat in de kust.

  • Kringlopen in het systeem aarde
  • Aarde wordt gevormd door endogene en exogene processen. Systemen:

    Platentektoniek: convectiestromen. Jong gebergten (Alpien) zijn steil met spitse toppen. Oude gebergten (Hercynisch of caledonisch) zijn door exogene processen flauw.

    Hydrologische kringloop: zon. Water, verdamping, neerslag. Door transport rivier in relatie met gesteentekringloop.

    Gesteentekringloop. 3 gesteenten: stollingsgesteenten (bij stolling magma), sedimentgesteenten en metamorfe gesteenten (stolling- of sedimentgesteente verandert van eigenschappen door magma: marmer (kalksteen) en leisteen (schalie). 2 kringlopen: stollinggesteenten in bergen blootgelegd door exogene processen en rivier transporteert en sedimenteert. En divergerende plaatgrenzen en subductie wordt metamorf gesteente.

  • Het landschap als dynamisch systeem
  • Dynamisch systeem bos: fotosynthese, vorming van organisch afval (vallende bladeren), mineralisatie en humusvorming, verwering en neerslag en grondwater.
    Mineralisatie= het vormen van mineralen. In tropische regenwoud gaat dit zo snel dat er humus ontbreekt + veel chemische verwering🡪 rode bodem. Veel humus 🡪 zwarte bodem = vruchtbaar.

  • Wisselwerking tussen geofactoren
  • Alle geofactoren beïnvloeden elkaar 🡪 ontstaan landschapszones waardoor reliëf weer grote verschillen zijn. Waar veel nuttige neerslag is, is ook veel uitspoeling: neemt humus en voedingsstoffen mee. Op lage breedte is neerslagtekort 🡪 weinig organisch materiaal & zout, kalk of gips bodems. Weinig nuttige neerslag op gematigde breedte 🡪 humusrijke bodem. Hoge breedte heeft veengrond door temperatuur. D.m.v. landbouw beïnvloedt de mens het systeem. Gevolgen: voedselkringloop wordt doorbroken (geen organisch materiaal & kunstmest) en er ontstaat monocultuur: diversiteit verdwijnt = gevoelig voor ziekten. Chemische vruchtbaarheid = voedingsstoffen in de bodem (kalium, stikstof etc). Fysische vruchtbaarheid = de verdeling in de bodem van vaste bestanddelen (water en lucht).

  • De mondiale landschapszones
  • Tropische zone: tropisch regenwoud en savanne. Veel flora en fauna, niet geschikt voor akkerbouw (oorzaak: veel uitspoeling en afbraak organisch materiaal door temperatuur) 🡪 veel zwerflandbouw.
    (Semi)aride zone: weinig nuttige neerslag, veel droogte. Water in oasen en wadi’s. Woestijnsteppe kent nomadische veeteelt en sedentaire akkerbouw.
    Subtropische zone: overgang tussen tropisch en gematigde zone
    Gematigde zone: goede chemische vruchtbaarheid = goede landbouw. Grassteppe = relatief droog, mensen leven van veeteelt. Groei loofwoud
    Boreale zone: Groei naaldwoud. Lage temperatuur. Verdient aan bosbouw
    Polaire zone: Geen begroeiing door lage temperaturen. Permafrost: permanent bevroren bodem. Delfstofwinning en veeteelt.

  • Landdegradatie
  • Landdegradatie= afname kwaliteit van de bodem. Oorzaak zijn o.a. de mensen.
    Bij bodemerosie spoelt/waait de bovenste laag van de bodem weg. Landbouw versterkt de erosie (onbedekte grond). Oorzaken versterken erosieproces: neerslag op momenten dat er geoogst is, veel regen in korte tijd/ grote druppels, fijne korrels in de grond, steile gebieden ontbost en braakliggende grond.
    Voor droge grond hebben we irrigatiesystemen, maar er verdampt veel water en laat veel zout achter. Door de capillaire werking van de aarde komt dit in de grond 🡪 zoutkorst op de bodem maakt landbouw onmogelijk. Landschapszones met droge periodes, veel reliëf of hoge neerslag zijn kwetsbaar (voor de invloeden van de mens). Intensieve landbouw zal hier voor uitputting zorgen.

  • Verwoestijning
  • Verwoestijning = het proces waarbij land dat ooit begroeid was, onbegroeid raakt en dus de bovenste laag van de bodem erodeert 🡪 verlies vruchtbaarheid. Vindt plaats in (woestijn)steppe en subtropische gebieden. Oorzaken: overbeweiding, ontbossing en uitbreiding van akkerland. (Woestijn)steppen kennen een onzeker klimaat met grote neerslagvariabiliteit. Bevolking is hierop aangepast, maar dit kan enkel met lage bevolkingsdichtheid.

  • Natuur- en milieurampen
  • Intensivering van de landbouw: ontbossing zorgt voor bodemerosie en verdwijning diversiteit en slechte opname regen in de bodem zorgt voor veel regen in de rivier. Landschapszones verschuiven en veranderen door het versterkte broeikaseffect. Milieurampen (vb. aantasting ozonlaag) worden veroorzaakt voor de menselijke invloed op het milieu terwijl natuurrampen het gevolg zijn van de processen op aarde. Milieurampen kunnen ook gaan om natuurlijke processen die de mens versterkt. Gevolgen kunnen worden beperkt d.m.v. hazard management.

  • De Middellandse Zee

  • 12.1 Platentektoniek
    De Middellandse Zee is het restant van een oceaan die door de noordwaartse opschuiving van Afrika steeds kleiner wordt. Onder de zee liggen allerlei kleine platen ingeklemd door de Euraziatische & Afrikaanse plaat. Tijdens de alpiene gebergtevormende fase zijn de Alpen en Pyreneeën gevormd (alpien plooiingsgebied). Bij de subductie van de Apulische plaat zijn de Apennijnen gevormd, tevens zorgt de subductie voor het vormen van vulkanen op de Tyrrheense plaat. Bij de Helleense boog duikt de oceanische korst van de Afrikaanse plaat onder de Egeïsche plaat (trog). De oceaanbodem is dusdanig zwaar dat de Helleense boog zich verplaatst richting Afrika en neemt de Egeïsche plaat mee, waarbij de plaat wordt uitgerekt en dunner wordt. De continentale plaat is onder water gelopen en de eilanden zijn dan ook toppen van gebergte, de rand wordt omhoog gedrukt (Kreta) en er ligt een vulkanische boog (caldera).

    12.2 Een onrustig gebied
    Gevolgen van natuurrampen kunnen worden verkleind door hazard management. Het gebied kent aardbevingen in het oostelijk deel: in Italië en Griekenland veroorzaakt door subductie en in Turkije door transforme plaatrand. Verder kent het gebied door de subductie explosief vulkanisme (Stromboli, Etna en Vesuvius).

    12.3 Klimaat en vegetatie rond de Middellandse zee
    Het gebied kent Cs-klimaat, met hoge intensiteit en grote variabiliteit. Mediterrane vegetatie: bladeren zijn leerachtig om verdamping te beperken en hebben stekels, planten herstellen goed na brand, ondergrond is nauwelijks bedekt met verweringslaag en spleten zorgen ervoor dat regenwater goed in de bodem wegzakt. Bodems zijn ondiep en stenig, vegetatie kan slecht wortelen Kreta kent karstverschijnselen. In de zomer staan rivieren droog en kleuren ze naar het sediment.

    12.4 De invloed van bewoners op het Middellandse Zeegebied
    Problemen landbouw: reliëfrijk gebied, droge zomer en lage begroeiingsdichtheid. Het creëren van terrassen op heuvels en hellingen zorgt voor makkelijkere bewerking en geeft water de kans in de bodem te trekken. De olijfboom heeft lange wortels die makkelijk tussen gesteenten groeien , gebruik maken van de regen in de winter dmv tarwe en irrigatiesystemen (gevaar; waterbalans uit evenwicht). Transhumance: ’s winters vee in laagvlaktes en ’s zomers hoogvlaktes. EU stimuleert de modernisering van de landbouw in het gebied dmv subsidies, maar dit bouwt zich nu af. Het gebied heeft veel aan het massatoerisme.

    12.5 Landdegradatie rond de Middellandse Zee
    Veel grootschalige ontwikkelingen blijken op de lange termijn slecht te zijn voor het gebied. Duurzaam water- en landgebruik wordt belangrijker, om landdegradatie te voorkomen. Erosie door neerslag en wind. Als veel regenwater in de grond zakt leidt dit tot aardverschuivingen modderstromen; toename door schaalvergroting landbouw en dus afname begroeiing. Door het gebruik van bulldozers voor wegen zijn hellingen instabiel geworden en hebben de humuslaag verschoven waardoor het regenwater niet weg kan. Het gebied kent ook onregelmatige regenval, waardoor irrigatie nodig is, maar als dit onzorgvuldig gebeurt is er kans op waterproblematiek . En het gebied kent veel bosbranden.

    Wil jij nog meer weten over het domein Aarde? Chat dan met een van de coaches van Mr. Chadd, zij helpen je graag!

  • Upload je eigen samenvatting!
  • Chat
    Chat

    Hulp nodig met je huiswerk?

    Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

    icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp