fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Bij Wiskunde A heb je vaak te maken met telproblemen.

Je moet snel kunnen zien hoeveel opties er zijn.

Hoe doe je dit precies? Mr. Chadd legt het je uit.

telproblemen
Vermenigvuldigingsregel
Een wegendiagram geeft een goed overzicht van de mogelijkheden die je hebt bij twee of meerdere verschillende handelingen. Als je niet meer precies weet hoe een wegendiagram precies werkt, dan kun je hier kijken. Je kunt het totale aantal handelingen dan berekenen door het aantal mogelijkheden voor elke handeling met elkaar te vermenigvuldigen. Als je bijvoorbeeld drie soorten brood hebt, vijf soorten beleg en vier verschillende broodtrommeltje, dan heb je in totaal 3 x 5 x 4 = 60 verschillende lunchmogelijkheden.


Somregel
De somregel gebruik je vaak als je moet kiezen uit verschillende opties. Je herkent dit vaak aan het woordje ‘of’. Als je bijvoorbeeld 3 verschillende soorten koekjes hebt en 5 verschillende soorten snoep, dan heb je in totaal 3 + 5 = 8 verschillende opties.

Met en zonder herhaling
Het is bij telproblemen belangrijk om te weten of je dezelfde optie wel of niet twee keer mag gebruiken. Zonder herhaling mag elke optie maar één keer voorkomen en met herhaling maakt het niet uit. Je moet hierbij dus goed kijken naar de verschillende opties die je met en zonder herhaling hebt.
Als je bijvoorbeeld zonder herhaling kijkt, dan heb je voor elke nieuwe handeling een mogelijkheid minder. Kijk maar eens naar het volgende voorbeeld:

Voorbeeld
Uit een groep van 20 mensen moet een groep van 3 leiders gevormd worden. Er wordt telkens 1 leider gekozen. Hoeveel verschillende mogelijkheden zijn er?
Voor de keuze van de eerste leider zijn er 20 mogelijkheden, maar voor de tweede leider is dat niet meer zo, omdat er dan al één persoon gekozen is. Je hebt dan dus maar 19 mogelijkheden. Voor de derde persoon heb je nog 18 mogelijkheden. Het totale aantal is dan 20 x 19 x 18 = 6.840.

Oefenen
Je maakt een meerkeuzetoets waarbij 4 vragen 3 mogelijkheden hebben en 6 vragen 4 mogelijkheden. Op hoeveel verschillende manieren kun je de toets invullen?




 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Judith.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp