fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Bijvoeglijke naamwoorden zijn woorden die iets zeggen over een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld: ‘Een ronde tafel’, ‘Een lieve kat’ en ‘Een snelle auto’.

De woorden ‘ronde’, ‘lieve’ en ‘snelle’ zijn bijvoeglijke naamwoorden en zeggen iets over het zelfstandig naamwoord wat erachter staat.

De meeste bijvoeglijk naamwoorden eindigen op een –e maar dit hoort niet altijd. De regel is dat wanneer je ‘het’ of ‘de’ voor een zelfstandig naamwoord kan zetten, het bijvoeglijk naamwoord eindigt op –e. Een voorbeeld hiervan is: ‘Het meisje is mooi’ wordt ‘Het mooie meisje’ en ‘De man is kaal’ wordt ‘De kale man’. Deze regel komt te vervallen wanneer het woord ‘een’ voor een zelfstandig naamwoord staat, bijvoorbeeld: ‘Het leuke grapje’ wordt ‘Een leuk grapje’ en ‘Het bijvoeglijke naamwoord’ wordt ‘Een bijvoeglijk naamwoord’.
Bijvoeglijk naamwoord
Een voltooid deelwoord kan ook als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt. Het voltooid deelwoord wordt dan verlengd met een extra –e. Een voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord staat net als een gewoon bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord. Een voorbeeld van een voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord is ‘De aangebrande rijst’ en ‘Het gespitte gat’.

Voor het gebruik van een voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord zijn een paar regels.

  1. Een voltooid deelwoord wat gebruikt wordt als bijvoeglijk naamwoord heeft altijd één ‘t’ of één ‘d’. Bijvoorbeeld: ‘De verdwaalde jongens’ en ‘De verzette klok’.
  2. Bij open lettergrepen wordt één klinker gebruikt in plaats van twee, bijvoorbeeld: ‘Het deeg wordt gekneed’ wordt ‘Het geknede deeg’.
  3. Als er een korte klinker in een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord staat, dan wordt de medeklinker na de korte klinker verdubbeld. Een voorbeeld hiervan is: ‘De vrouw werd gered’ wordt ‘De geredde vrouw’
  4. Bij sterke werkwoorden blijft het voltooid deelwoord hetzelfde als deze bijvoeglijk gebruikt wordt, bijvoorbeeld: ‘Tante is gevallen’ wordt ‘De gevallen tante’.

Meer oefenen met bijvoeglijk naamwoorden? Maak dan de volgende oefeningen!

Geef bij de onderstaande zinnen aan of het om een bijvoeglijk naamwoord of een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord gaat.

  1. De gebroken arm.
  2. Het fraaie boek.
  3. Een mal verhaal.

Andere bezoekers keken ook naar: Betrekkelijk voornaamwoord

 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Jeroen.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp