fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

De Duitse voorzetsels nach, zu en in geven allemaal aan dat je ergens heen / naartoe gaat.

Toch gebruik je elke in een andere situatie. Maar wanneer moet je nu welke gebruiken?

In dit artikel lees je in welke situatie je voor nach, zu of in moet kiezen!

nach zu en in
Nach
Nach, zu en in kunnen allemaal met ‘naar’ worden vertaald, ook kan het allemaal een richting aangeven. Toch zijn er gevallen waarbij het het beste is om ‘nach’ te gebruiken, namelijk als je naar steden of landen rijdt (landen zonder een vast lidwoord).

  • nach Spanien fahren
  • nach London fahren
  • nach Süden fahren


Zu
Je gebruikt zu als je ergens naartoe gaat. Dat kan de school zijn of de supermarkt, het betekent vooral: in die richting. Je zegt nog niet dat je ook daadwerkelijk bijvoorbeeld de supermarkt in gaat, alleen dat je er naartoe gaat.
Bij zu gebruik je de Dativ (3e naamval). In combinatie met lidwoorden gebruik je zu + dem = zum, en zu + der = zur.

  • Ich fahre zum Bahnhof.
  • Wir fahren zur Arbeit.

Ook gebruik je het als je naar iemand toe gaat, bijvoorbeeld naar Sylvia, naar de tandarts, naar hem.

  • Ich gehe zu Sylvia.
  • Ich gehe zum Zahnarzt.
  • Sie gehen zu ihm.

Zo werkt de app

In
Als je In gebruikt kondig je eigenlijk al aan dat je ergens ook naar binnen gaat. Als je een film gaat kijken in de bioscoop ga je “ins Kino’, want je kan natuurlijk niet een film kijken als je buiten blijft staan.
Zo is er ook een verschil tussen:
Ich gehe in den Supermarkt. Ik ga naar de supermarkt.
Ich fahre in den Supermarkt. Ik rijd de supermarkt in. (Hier stop je met de auto niet bij de ingang, maar rijdt met auto en al de winkel binnen).

Bij in met een richting gebruik je de Akkusativ (4e naamval). Je gebruikt in ook bij landen of plekken die juist wel een vast lidwoord hebben.

  • Wir fahren in die Stadt.
  • Wir fahren in die Schweiz.
  • Wir fliegen in die USA.

En nu jij!
Wil jij oefenen met het gebruik van nach, zu en in? Vertaal dan de volgende zinnen en vul het juiste woord in!

We vliegen naar Italië.
We gaan naar de bakker.
Ik reis naar het woud.

Antwoorden:
Wir fliegen nach Italien.
Wir gehen zum Bäckerei.
Ich reise in den Wald.




 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Tristan.

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp