fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Organisatieniveaus

Binnen de biologie maakt men onderscheid tussen verschillende zogenaamde organisatieniveaus.

Dit is één van de manieren waarop biologen de enorme hoeveelheid informatie binnen de biologie kunnen ordenen.

Met elke stap kleiner neem je eigenlijk een betere kijk op wat er binnen een organisatieniveau gebeurt. Dit wordt ook wel reductionisme genoemd: het reduceert complexe systemen tot simpele onderdelen die je beter kunt bestuderen. We gaan hier alle organisatieniveaus bij langs van klein naar groot.
organisatieniveaus
Moleculen
Moleculen zijn stoffen van twee of meer atomen. Vaak wordt onderscheid gemaakt tussen organische en anorganische stoffen. Organische stoffen zijn altijd stoffen die alleen door een levend wezen gemaakt zouden kunnen worden, zoals bijvoorbeeld glucose. Binnen dit niveau vallen standaardmoleculen zoals O2 en H2O, maar ook veel eiwitten zoals bijvoorbeeld chlorofyl, het eiwit dat licht kan ontvangen.

Organellen
De eerstvolgende stap zijn de organellen, de functionele onderdelen van een cel. Voorbeelden van organellen zijn de celkern, het endoplasmatisch reticulum en bladgroenkorrels.


Cellen
Dan zijn we aangekomen bij cellen. Cellen worden in de biologie vaak gezien als de kleinst mogelijke vorm van leven (virussen missen enkele kenmerken van levende wezens, waardoor ze niet mee worden geteld). Wil je meer weten over dierlijke cellen of over andere soorten cellen? Klik dan door op de hyperlinks!

Weefsels
Weefsels zijn groepen cellen die dezelfde functie hebben. Voorbeelden hiervan zijn spierweefsel of botweefsel. Let op: weefsels komen alleen voor in meercellige organismen! Er zijn enkele bijzondere uitzonderingen, zoals sponzen, maar verder geldt dit overal. Eencellige organismen hebben dus geen weefsels of organen.

Zo werkt de app

Organen
Organen bestaan altijd uit verschillende typen weefsels, wat ze een niveau omhoog brengt. Voorbeelden van organen zijn ogen, je maag, maar ook bladeren van planten. Ze hebben altijd een specifieke functie in het lichaam. Zoals dus bijvoorbeeld licht ontvangen en een beeld vormen de functies zijn van je ogen.

Organismen
Nu zijn we aangekomen bij het individu. Organismen zijn individuele levende wezens die op zichzelf kunnen leven. Eencelligen kunnen hier dus ook onder vallen, maar organen en weefsels kunnen niet als organisme worden gezien, omdat ze onderdeel zijn van een multicellulair organisme.

Populaties
Groepen organismen die bij dezelfde soort horen en in hetzelfde gebied leven, noemen we populaties.

Communiteit
Soms wordt dit niveau weggelaten. Een communiteit is een groep populaties bij elkaar in een gebied. Voorbeelden van communiteiten zijn: verschillende grassoorten, een populatie herten, eenden en mussen die samen op een weiland leven. Vaak wordt dit niveau dus weggelaten, omdat een ecosysteem net iets beter kan beschrijven hoe verschillende populaties samenleven.

Ecosystemen
Een ecosysteem is dus een groep populaties van verschillende diersoorten in hetzelfde gebied. Maar bij een ecosysteem horen ook nog verschillende niet-levende dingen waar de organismen gebruik van maken, zoals de grond, water, licht en CO2.

Biosfeer
De laatste stap in het organisatieniveau is de biosfeer, oftewel de aarde. De biosfeer is iets specifieker dan “aarde” binnen de biologie, omdat het eigenlijk “alle ecosystemen bij elkaar” bevat.

Er wordt dus onderscheid gemaakt tussen al deze organisatieniveaus om beter te begrijpen welke dingen invloed hebben op een proces. Op jouw ademhaling hebben andere organismen weinig impact, maar de manier waarop je longen in elkaar zitten is wel een grote factor. Onthoud wel dat een organisatieniveau niet per se kleiner is dan het grotere niveau. Er zijn bijvoorbeeld organellen zoals de celkern die groter zijn dan sommige bacteriële cellen. En jouw longen zijn een stuk groter dan een slak, terwijl een slak al een compleet organisme is.

Oefenvraag
Kun jij de volgende organisatieniveaus van groot naar klein zetten?
Organisme – Moleculen – Ecosysteem – Cellen – Weefsel




 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Bram.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp