ACTIE: €10,- korting op alle abonnementen met de code:

MRCHADD10

Koolhydraten, suikers en sachariden

Koolhydraten, suikers en sachariden

Koolhydraten worden ook wel sachariden genoemd en zijn een belangrijke bron van energie voor het lichaam.

Koolhydraten zijn een bepaald type verbinding van koolstof-, waterstof- en zuurstofatomen, waarbij er op elk koolstofatoom twee waterstofatomen en één zuurstofatoom voorkomt.

Waterstof- en zuurstofatomen komen dus in een verhouding 2:1 voor. Het aantal koolstofatomen kan variëren. De algemene formule voor een koolhydraat is Cn(H2O)m. In de loop van de tijd zijn er veel termen voor koolhydraten ontstaan, wat vaak tot verwarring leidt. In dit artikel lees je wat koolhydraten precies zijn en wat het onderscheid tussen alle verschillende termen is!

koolhydraten

Wat zijn koolhydraten?

Koolhydraten zijn, net als eiwitten en vetten, macronutriënten . Koolhydraten bestaan uit één of meerdere bouwstenen, de sachariden. Tijdens de spijsvertering worden alle verteerbare koolhydraten afgebroken totdat er uiteindelijk monosachariden overblijven.

Monosachariden

De bekendste sacharide is glucose (C 6 H 12 O 6 ). Dit is een monosacharide, wat betekent dat deze uit één sacharide bestaat. Een sacharide heeft een ringstructuur en is opgebouwd uit koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O). Glucose wordt ook wel dextrose en druivensuiker genoemd. Andere voorbeelden van monosachariden zijn galactose en fructose (vruchtensuiker). D-ribose en D-2-deoxyribose spelen een belangrijke rol in de vorming van RNA en DNA en vallen ook onder de monosachariden.

Disachariden

Monosachariden kunnen ketens met zichzelf of met elkaar vormen. Indien twee moleculen van monosachariden met elkaar verbonden zijn, noemt men dit disachariden. De belangrijkste disachariden zijn maltose, sacharose en lactose. Maltose, ook wel moutsuiker, bestaat uit twee aan elkaar gebonden glucosemoleculen. Sacharose, ook wel tafelsuiker, bestaat uit een fructose- en een glucosemolecuul die aan elkaar gebonden zijn. Lactose, ook wel melksuiker, bestaat uit een glucose- en een galactose-molecuul die aan elkaar gebonden zijn.

Mono- en disachariden worden ook wel suikers genoemd. Suikers komen dus in allerlei voedingsmiddelen voor. Tafelsuiker, wat bij jou in de suikerpot zit, is dus één van de suikers. Sommige mensen gebruiken suikers als synoniem voor koolhydraten, maar dit klopt dus niet. Alle suikers (mono- en disachariden) zijn koolhydraten, maar niet alle koolhydraten zijn suikers.

Zo werkt de app

Polysachariden

Op bovenstaande manier kunnen er nog langere ketens van sachariden worden gevormd. Polysachariden bestaan uit honderden of duizenden monomeren. Planten slaan glucose op in de vorm van amylose (zetmeel) en doen dit met name in de wortels, knollen, zaden en vruchten. Cellulose, dat door nagenoeg alle planten wordt gemaakt, is ook een polysacharide en geeft de plant zijn stevigheid. Mensen en dieren kunnen een beperkte hoeveelheid glucose in lever en spieren opslaan als glycogeen. Glycogeen, amylose en cellulose zijn dus polysachariden die uit vele duizenden aaneengeschakelde glucosemoleculen kunnen bestaan.

Verteerbaar en onverteerbaar

Koolhydraten kunnen worden onderverdeeld in verteerbare en onverteerbare koolhydraten. Voedingsvezels zijn onverteerbare koolhydraten, deze kunnen weer worden onderverdeeld in fermenteerbare, deels fermenteerbare en niet-fermenteerbare vezels. Fermenteerbare vezels worden (deels) in de dikke darm door bacteriën afgebroken tot onder meer korte ketens van vetzuren die energie leveren aan het lichaam. Niet-fermenteerbare vezels verlaten de darm ongewijzigd en leveren geen energie.

Van nature aanwezig of toegevoegd?

Suikers worden vaak onderverdeeld in ‘van nature aanwezige suikers’ en ‘toegevoegde suikers’. Van nature aanwezige suikers zijn de mono- en disachariden die van nature voorkomen in onbewerkte producten zoals groente, fruit en zuivel. Met toegevoegde suikers worden alle mono- en disachariden bedoeld die door de consument, kok of industrie worden toegevoegd aan de voeding, bijvoorbeeld voor de smaak. Het lichaam maakt echter geen onderscheid tussen toegevoegde en van nature aanwezige suikers, omdat het molecuul immers hetzelfde is.

Zoetstoffen

Tegenwoordig worden er veel light- en zero-producten op de markt gebracht. Deze producten bevatten in plaats van suikers zoetstoffen. Zoetstoffen kunnen onderverdeeld worden in intensieve zoetstoffen en extensieve zoetstoffen (bulkzoetstoffen). Onder bulkzoetstoffen vallen polyolen (suikeralcoholen) die maar gedeeltelijk worden opgenomen in de darmen. Hierdoor leveren ze minder energie dan gewone suiker, namelijk maar 2,4 kCal per gram in plaats van 4 kCal per gram. Intensieve zoetstoffen leveren geen tot een verwaarloosbare hoeveelheid energie (calorieën) en hebben een heel grote zoetkracht, vaak honderden malen zoeter dan suiker. Door het gebruik van zoetstoffen in light- en zero-producten, bevatten deze producten dus vaak minder calorieën dan het “normale” product.

Producten met suiker zorgen voor een stijging van het bloedsuikergehalte . Ook stijgt de afgifte van insuline ; dit gebeurt om de bloedsuikerspiegel weer in balans te brengen. Zoetstoffen, zoals aspartaam, hebben dit effect niet. Na de consumptie van zoetstoffen wordt geen stijging van het bloedglucose of insuline waargenomen. Daarnaast zijn producten waarin de suiker is vervangen door zoetstoffen beter voor je tanden dan dezelfde producten met suiker. In tegenstelling tot suiker kunnen zoetstoffen niet omgezet worden in zuren. Deze zuren kunnen zorgen voor gaatjes. Dat zoetstoffen niet door mondbacteriën kunnen worden omgezet in zuren, betekent niet dat light-frisdrank geen effect kan hebben op je gebit. Zowel frisdranken met als zonder suiker bevatten namelijk wel zuren die tanderosie veroorzaken.

Ondanks het feit dat zoetstoffen veilig zijn bevonden door de Europese Unie, is er veel discussie over de veiligheid van zoetstoffen. Er wordt veel onderzoek gedaan naar het gebruik van zoetstoffen in voeding, waar allerlei (vaak tegenstrijdige) resultaten uitkomen. Nog niet alles is dus bekend over het gebruik van zoetstoffen en veelvuldig gebruik van producten met zoetstoffen wordt vaak afgeraden.

Opdrachten

  1. Leg uit wat het verschil is tussen koolhydraten, suikers en sachariden.
  2. Vaak wordt het onderscheid gemaakt tussen snelle en langzame koolhydraten. Wat houdt dit in? Welke van de twee is gezonder?

Leerlingen die hier vragen over hebben, keken ook naar:

Voedingsstoffen

Dissimilatie: aerobe en anaerobe verbranding

Enzymen

Werkt u in het vo of mbo? Plan direct een vrijblijvende demonstratie in!

We laten u graag geheel vrijblijvend zien hoe Mr. Chadd werkt, hoe het kan worden ingezet en wat de meerwaarde is. Dit doen we in een fysieke of online afspraak van zo'n 30 minuten. Let op! Deze demonstratie is alleen bedoeld voor mensen die werkzaam zijn in het vo of mbo, NIET voor leerlingen!

Ik laat u graag zien hoe Mr. Chadd werkt!

Meer informatie over Mr. Chadd

Laat hieronder uw gegevens achter en we sturen u geheel vrijblijvend meer informatie over Mr. Chadd op!

Ik vertel u graag over de voordelen van Mr. Chadd!

Werkt u in het vo of mbo? Neem contact op!

Bent u benieuwd naar de voordelen van Mr. Chadd of heeft u andere vragen? Laat uw gegevens achter en wij nemen zo snel mogelijk contact op.

Ik vertel u graag meer over Mr. Chadd!
Zo werkt het Academy Over ons

Mr. Chadd - Direct uitleg voor ieder vak!

NU TIJDELIJK €25,- KORTING OP MR. CHADD MET DE CODE ACADEMY25!

Met de Mr. Chadd-app krijg je altijd en overal direct antwoord op je huiswerkvraag. Zo hoef je niet te wachten tot de volgende les!

Onze slimme vakcoaches helpen je overdag, ’s avonds en in het weekend. We geven uitleg voor alle vakken en niveaus. We helpen je tot je het snapt, zodat je gelijk verder kunt met je huiswerk.

Start direct