fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Koolhydraten, suikers en sachariden

Koolhydraten worden ook wel sachariden genoemd en zijn een belangrijke bron van energie voor het lichaam.

Koolhydraten zijn een bepaald type verbinding van koolstof-, waterstof- en zuurstofatomen, waarbij er op elk koolstofatoom twee waterstofatomen en één zuurstofatoom voorkomt.

Waterstof- en zuurstofatomen komen dus in een verhouding 2:1 voor. Het aantal koolstofatomen kan variëren. De algemene formule voor een koolhydraat is Cn(H2O)m. In de loop van de tijd zijn er veel termen voor koolhydraten ontstaan, wat vaak tot verwarring leidt. In dit artikel lees je wat koolhydraten precies zijn en wat het onderscheid tussen alle verschillende termen is!
koolhydraten
Wat zijn koolhydraten?
Koolhydraten zijn, net als eiwitten en vetten, macronutriënten. Koolhydraten bestaan uit één of meerdere bouwstenen, de sachariden. Tijdens de spijsvertering worden alle verteerbare koolhydraten afgebroken totdat er uiteindelijk monosachariden overblijven.

Monosachariden
De bekendste sacharide is glucose (C6H12O6). Dit is een monosacharide, wat betekent dat deze uit één sacharide bestaat. Een sacharide heeft een ringstructuur en is opgebouwd uit koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O). Glucose wordt ook wel dextrose en druivensuiker genoemd. Andere voorbeelden van monosachariden zijn galactose en fructose (vruchtensuiker). D-ribose en D-2-deoxyribose spelen een belangrijke rol in de vorming van RNA en DNA en vallen ook onder de monosachariden.


Disachariden
Monosachariden kunnen ketens met zichzelf of met elkaar vormen. Indien twee moleculen van monosachariden met elkaar verbonden zijn, noemt men dit disachariden. De belangrijkste disachariden zijn maltose, sacharose en lactose. Maltose, ook wel moutsuiker, bestaat uit twee aan elkaar gebonden glucosemoleculen. Sacharose, ook wel tafelsuiker, bestaat uit een fructose- en een glucosemolecuul die aan elkaar gebonden zijn. Lactose, ook wel melksuiker, bestaat uit een glucose- en een galactose-molecuul die aan elkaar gebonden zijn.

Mono- en disachariden worden ook wel suikers genoemd. Suikers komen dus in allerlei voedingsmiddelen voor. Tafelsuiker, wat bij jou in de suikerpot zit, is dus één van de suikers. Sommige mensen gebruiken suikers als synoniem voor koolhydraten, maar dit klopt dus niet. Alle suikers (mono- en disachariden) zijn koolhydraten, maar niet alle koolhydraten zijn suikers.

Zo werkt de app

Polysachariden
Op bovenstaande manier kunnen er nog langere ketens van sachariden worden gevormd. Polysachariden bestaan uit honderden of duizenden monomeren. Planten slaan glucose op in de vorm van amylose (zetmeel) en doen dit met name in de wortels, knollen, zaden en vruchten. Cellulose, dat door nagenoeg alle planten wordt gemaakt, is ook een polysacharide en geeft de plant zijn stevigheid. Mensen en dieren kunnen een beperkte hoeveelheid glucose in lever en spieren opslaan als glycogeen. Glycogeen, amylose en cellulose zijn dus polysachariden die uit vele duizenden aaneengeschakelde glucosemoleculen kunnen bestaan.

Verteerbaar en onverteerbaar
Koolhydraten kunnen worden onderverdeeld in verteerbare en onverteerbare koolhydraten. Voedingsvezels zijn onverteerbare koolhydraten, deze kunnen weer worden onderverdeeld in fermenteerbare, deels fermenteerbare en niet-fermenteerbare vezels. Fermenteerbare vezels worden (deels) in de dikke darm door bacteriën afgebroken tot onder meer korte ketens van vetzuren die energie leveren aan het lichaam. Niet-fermenteerbare vezels verlaten de darm ongewijzigd en leveren geen energie.

Van nature aanwezig of toegevoegd?
Suikers worden vaak onderverdeeld in ‘van nature aanwezige suikers’ en ‘toegevoegde suikers’. Van nature aanwezige suikers zijn de mono- en disachariden die van nature voorkomen in onbewerkte producten zoals groente, fruit en zuivel. Met toegevoegde suikers worden alle mono- en disachariden bedoeld die door de consument, kok of industrie worden toegevoegd aan de voeding, bijvoorbeeld voor de smaak. Het lichaam maakt echter geen onderscheid tussen toegevoegde en van nature aanwezige suikers, omdat het molecuul immers hetzelfde is.

Zoetstoffen
Tegenwoordig worden er veel light- en zero-producten op de markt gebracht. Deze producten bevatten in plaats van suikers zoetstoffen. Zoetstoffen kunnen onderverdeeld worden in intensieve zoetstoffen en extensieve zoetstoffen (bulkzoetstoffen). Onder bulkzoetstoffen vallen polyolen (suikeralcoholen) die maar gedeeltelijk worden opgenomen in de darmen. Hierdoor leveren ze minder energie dan gewone suiker, namelijk maar 2,4 kCal per gram in plaats van 4 kCal per gram. Intensieve zoetstoffen leveren geen tot een verwaarloosbare hoeveelheid energie (calorieën) en hebben een heel grote zoetkracht, vaak honderden malen zoeter dan suiker. Door het gebruik van zoetstoffen in light- en zero-producten, bevatten deze producten dus vaak minder calorieën dan het “normale” product.

Producten met suiker zorgen voor een stijging van het bloedsuikergehalte. Ook stijgt de afgifte van insuline; dit gebeurt om de bloedsuikerspiegel weer in balans te brengen. Zoetstoffen, zoals aspartaam, hebben dit effect niet. Na de consumptie van zoetstoffen wordt geen stijging van het bloedglucose of insuline waargenomen. Daarnaast zijn producten waarin de suiker is vervangen door zoetstoffen beter voor je tanden dan dezelfde producten met suiker. In tegenstelling tot suiker kunnen zoetstoffen niet omgezet worden in zuren. Deze zuren kunnen zorgen voor gaatjes. Dat zoetstoffen niet door mondbacteriën kunnen worden omgezet in zuren, betekent niet dat light-frisdrank geen effect kan hebben op je gebit. Zowel frisdranken met als zonder suiker bevatten namelijk wel zuren die tanderosie veroorzaken.

Ondanks het feit dat zoetstoffen veilig zijn bevonden door de Europese Unie, is er veel discussie over de veiligheid van zoetstoffen. Er wordt veel onderzoek gedaan naar het gebruik van zoetstoffen in voeding, waar allerlei (vaak tegenstrijdige) resultaten uitkomen. Nog niet alles is dus bekend over het gebruik van zoetstoffen en veelvuldig gebruik van producten met zoetstoffen wordt vaak afgeraden.

Opdrachten

  1. Leg uit wat het verschil is tussen koolhydraten, suikers en sachariden.
  2. Vaak wordt het onderscheid gemaakt tussen snelle en langzame koolhydraten. Wat houdt dit in? Welke van de twee is gezonder?

Belinda

 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Belinda.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp