fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Formuleren is een van de lastigste onderwerpen van het vak Nederlands.

Wil jij alle regels op een rijtje? Lees dan deze samenvatting!

In deze samenvatting vind je:

  • Correct formuleren
    • Fout 1: Dubbelop
    • Fout 2: Verwijswoorden
    • Fout 3: Incongruentie
    • Fout 4: Dat/als-constructie
    • Fout 5: Foutieve samentrekking
    • Fout 6: Foutieve beknopte bijzin
    • Fout 7: Zinnen onjuist begrenzen
    • Upload je eigen samenvatting!

Correct Formuleren

Fout 1: Dubbelop

Vijf verschillende soorten:

  1. Onjuiste herhaling: vast voorzetsel wordt ten onrechte twee keer gebruikt.
    1. Van patat met veel te veel zout houd ik niet van.
  2. Tautologie: Twee verschillende woorden met gelijke betekenis worden gebruikt.
    1. Ik ben een enorme fan van bands uit de jaren 70, zoals The Beatles bijvoorbeeld.
  3. Pleonasme: Een deel van de betekenis van woord 1 wordt nog eens uitgedrukt door woord 2.
    1. De aanwezige bezoekers genoten van het optreden.
  4. Contaminatie: Twee woorden of uitdrukkingen worden ten onrechte vermengd.
    1. Ik zal dat telefoonnummer even voor je nachecken.
  5. Dubbele ontkenning: Er zitten meerdere ontkennende woorden in ééjn zin.
    1. Hij voorkwam dat ik niet een beroerte kreeg.

Fout 2: Verwijswoorden

Verkeerd verwijzen
Soms worden de verkeerde verwijswoorden en voornaamwoorden gebruikt.
Het volgende schema geeft weer wanneer je welk voornaamwoord moet gebruiken.

Antecedent Persoonlijk voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord
Mannelijk De-woord Hij, hem Zijn Deze, die Die
Vrouwelijk De-woord Zij, ze

Bij niet-pers: ze

Haar Deze, die Die
Het-woord (onzijdig) Het Zijn, z’n Dit, dat Dat
Mv zelfstandig naamwoorden Onderwerp: zij, ze Hun Deze, die die
Lijdend voorwerp: hen

 

  • Gebruik dat als je verwijst naar het-woord
  • Gebruik wat als je verwijst naar een onbepaald voornaamwoord, een overtreffende trap, een hele zin.
  • Gebruik wie bij personen (De man over wie…)
  • Gebruik waar bij zaken (De ruzie waarover…)

Zo werkt de app

Onduidelijk verwijzen

  • Een verwijswoord verwijst naar iets terug wat niet in de zin staat.
    • Er moet een verbod op onverdoofd slachten komen, omdat ze anders heel veel pijn lijden. (Wie is ze?)
  • Een verwijswoord kan naar meerdere woorden terug verwijzen.
    • De man was aan het spelen met de hond, waarna die hem beet. (Wie is die? De hond of de man?)

Fout 3: Incongruentie

Als het onderwerp enkelvoud is, moet de persoonsvorm ook enkelvoudig zijn. Andersom geldt dat ook voor meervoudig onderwerp: dan moet de persoonsvorm ook in meervoud staan.

Fout: De jeugd hebben tegenwoordig geen respect meer voor andere mensen.
Goed: De jeugd heeft tegenwoordig geen respect meer voor andere mensen.

Fout 4: Dat/als-constructie

Woorden zoals als of wanneer mogen niet direct naast het woord dat staan.

Fout: Het is niet te geloven dat als je student bent, je tegenwoordig alles zelf moet betalen.
Goed: Het is niet te geloven dat je tegenwoordig alles zelf moet betalen, als je student bent.

Fout 5: Foutieve samentrekking

Soms mag je een deel van een woord of zin weglaten, bijvoorbeeld bij:

  • Woorddelen (voor- en nadelen)
  • Complete woorden (korte (…) en lange broeken)
  • Zinsdelen (Jan koopt een cd en Piet (…) een MP3)

Het is alleen niet altijd toegestaan, omdat:

  • De betekenis verschillend is, bijvoorbeeld:
    • Hij nam afscheid van ons en (..) de trein.” Afscheid nemen en de trein nemen zijn twee verschillende dingen.
  • De vorm (enkelvoud/meervoud) verschillend is, bijvoorbeeld:
    • Ik ga naar huis en jullie (…) naar school.” Ga en gaan zijn twee verschillende woorden.
  • De grammaticale functie verschillend is, bijvoorbeeld:
    • Hij heeft een paar fouten gemaakt, maar wel een voldoende.” Hij heeft is in het eerste deel hulpwerkwoord, in het tweede deel hoofdwerkwoord.

Fout 6: Foutieve beknopte bijzin
In een beknopte bijzin staat geen persoonsvorm en onderwerp. Weet jij niet meer goed hoe dit werkt? Check dan dit artikel!
Een voorwaarde voor het maken van een beknopte bijzin is dan wel dat het onderwerp hetzelfde is als het onderwerp van de hoofdzin. Zo niet, dan is er sprake van een foutieve beknopte bijzin. Er zijn drie soorten.

Onjuist Juist
1. Met een voltooid deelwoord a. Bij het theater aangekomen was de voorstelling (ow) al begonnen. b. Bij het theater aangekomen stelden we (ow) vast dat de voorstelling al begonnen was
2. Met een onvoltooid deelwoord a. Fietsend op de Veluwe dwaalden Erins ogen (ow) af naar de grazende herten. b. Fietsend op de Veluwe zag Erin (ow) grazende herten
3. Met te + hele werkwoord a. Na uren overlegd te hebben ging de staking (ow) bij Philips uiteindelijk niet door b. Nadat de directeuren uren overlegd hadden, ging de staking (ow) uiteindelijk niet door.

Bij zin 1A lijkt het alsof de voorstelling zelf is aangekomen bij het theater. Bij zin 2A zijn het Erins ogen die aan het fietsen zijn. Bij zin 3A staat er dat de staking zelf uren overlegd heeft.

Een foutieve beknopte bijzin kan op twee manieren opgelost worden:

  • Maak van de beknopte bijzin een gewone bijzin met een persoonsvorm en een onderwerp (zie zin 3B).
  • Zorg ervoor dat het onderwerp van de hoofdzin hetzelfde wordt als het ‘denkbeeldige’ onderwerp van de beknopte bijzin (zie zin 2B).

Fout 7: Zinnen onjuist begrenzen

  1. Losstaand zinsgedeelte. Bijwoordelijke bijzinnen zijn een zinsdeel van een grotere zin, dus ze mogen niet zomaar los staan van de zin waar ze in horen.
    1. “Ik was moe. Dus ik ging slapen.” → “Ik was moe, dus ging ik slapen.”
  2. Zinnen aan elkaar plakken. Zinnen mogen alleen aan elkaar geplakt worden als er een verbindingswoord tussen staat.
    1. “Ik was moe, daarom ging ik vroeg op bed.” → “Ik was moe. Daarom ging ik vroeg op bed.”

Heb jij nog vragen over de verschillende formuleringsfouten? Chat dan met een van de coaches van Mr. Chadd, zij weten er alles van!

Upload je eigen samenvatting!

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp