fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Ben jij op zoek naar een samenvatting van het boek Politieke Besluitvorming?

Zoek niet verder, vind hem hier! Mr. Chadd helpt je graag.

In deze samenvatting:

  • Hoofdstuk 7: Internationale betrekkingen
    • 7.1 De Europese Unie
    • 7.2 EU: Knelpunten en belemmeringen
    • 7.3 Overige internationale organisaties
    • Upload je eigen samenvatting!

Hoofdstuk 7: Internationale betrekkingen

7.1 De Europese Unie

Met het Verdrag van Maastricht in 1992 kwam de Europese Unie tot stand. Sindsdien hebben Europese burgers ook te maken met Europese maatregelen. De EU komt voort uit de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, en later de Europese Economische Gemeenschap. Deze moest voor een gelijk economisch beleid zorgen.
De wetgevende macht in de Europese Unie is gedeeld tussen de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement. De uitvoerende macht is in handen van de Europese Commissie, de rechterlijke macht in handen van het Europees Hof van Justitie.

  • De Europese Commissie is het dagelijks bestuur van de Europese Unie Het bestaat uit 28 commissarissen, uit elke lidstaat een. Het heeft als enige het recht om wetten voor te stellen. Daarnaast vormen de commissarissen het uitvoerende orgaan van de EU, dat erop toeziet dat landen de regels volgen. De voorzitter van de Europese Commissie wordt gekozen door leden van het Europees Parlement en bepaalt de politieke agenda van de EC en vertegenwoordigt de EU.
  • Het belangrijkste uitvoerende orgaan van de EU is de Raad van de Europese Unie. Deze neemt beslissingen ten aanzien van het Europese integratieproces en heeft de wetgevende bevoegdheid. Elk lidstaat heeft er een vakminister in zitten. De raad neemt zijn besluiten meestal met een gekwalificeerde meerderheid (grote landen tellen meer dan kleinere lidstaten).
  • De Europese Raad zijn de regeringsleiders van de lidstaten bij elkaar. Deze komen soms bij elkaar als de Raad van de Europese Unie er niet uit komt.
  • Het Europese Parlement heeft een medewetgevende en een controlerende taak. Sinds het Verdrag van Lissabon zijn deze medewetgevende taken uitgebreid. Het EP heeft vetorecht en kan zo wetsvoorstellen ,die de Raad van Europa heeft goedgekeurd, afkeuren. Ook besluiten zij bijv. over nieuwe lidstaten. Ze mogen echter geen wetten opstellen. Ze mogen wel een parlementaire enquête houden, en met een motie van afkeuring kunnen ze de EC tot aftreden dwingen. De EP wordt om de vijf jaar door de burgers gekozen.

Het Europees Hof van Justitie is voor de EU de rechterlijke macht. Zij moeten toekijken of landen zich aan de wettelijke verplichtingen houden. Dit doen ze in samenwerking met nationale rechterlijke machten.

De EU wil voor vrede, veiligheid, welvaart en stabiliteit zorgen in Europa. Dit doen ze op drie beleidspunten:

  1. Economisch beleid. Een vrije Europese markt met supranationale samenwerking.
  2. Buitenlands en Justitieel beleid. Er is een immigratiebeleid en politie heeft beperkte opsporingsbevoegdheden. Er is sprake van een intergouvernementele samenwerking ; alle landen moet met een besluit instemmen.
  3. Monetair beleid. De Europese Centrale Bank waakt over de Europese munt, die in 17 landen gebruikt wordt.

Zo werkt de app

7.2 EU: Knelpunten en belemmeringen
Intergouvernementele samenvattingen kan erg lastig zijn door de eis van unanimiteit (ieder land moet het eens zijn). Daarom geldt nu steeds vaker supranationaal gezag: de beslissing wordt door de EU bij meerderheid genomen en ieder lid moet volgen, of ze het nu eens zijn of niet. Hierdoor wordt de soevereiniteit van een land beperkt.

De EU heeft zeven grote knelpunten:

  • Europees burgerschap wordt niet door iedereen gewaardeerd, omdat een EU-inwoner in feite naar twee overheden moet luisteren (land + EU). Bovendien wordt het door een deel van de mensen niet gewaardeerd dat iedere Europese burger in alle EU-landen mag wonen en werken.
  • Het soevereiniteitsvraagstuk roept kritiek op. Moeten landen hun soevereiniteit voor een deel afstaan aan de EU?
  • Militaire samenwerking is lastig te bewerkstelligen. Moet het Europees (EUFOR) of Atlantisch, met de VS erbij (NAVO)?
  • Uitbreiding van de EU heeft de besluitvorming niet makkelijker gemaakt. Daarom zijn er regels vastgesteld waaraan een land moet voldoen om lid te kunnen worden (democratie, rechtsstaat, bescherming minderheden en markteconomie).
  • Democratisch tekort. Het enige EU-orgaan dat gekozen wordt door de bevolking is het Europees Parlement en dat heeft soms niet heel veel te vertellen. De meeste macht ligt bij de niet-democratisch gekozen Europese Commissie.
  • Beheersbaarheid van de financiën. Alle verschillende potjes geld, subsidies etc. zorgen voor wantrouwen bij burgers. Ze begrijpen weinig van de geldverdeling en denken dan dat de EU vooral geld kost in plaats van oplevert.
  • Besluitvorming. De omslachtige besluitvorming zorgt voor weinig helderheid en begrip bij burgers.

7.3 Overige internationale organisaties
De Verenigde Naties heeft vier concrete doelstellingen:

  • Handhaven van internationale vrede en veiligheid
  • Stimuleren van vriendschappelijke relaties tussen landen
  • Stimuleren van internationale samenwerking bij het oplossen van economische, sociale, culturele en humanitaire problemen
  • Bevorderen van respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheden

Als je dus kijkt naar deze doelstellingen, zijn er dus vier hoofdterreinen waar de VN zich mee bezighoudt: (1) vrede en veiligheid, (2) economische ontwikkeling arme landen, (3) mensenrechten en (4) milieu.

VN-organisaties
Binnen de Verenigde Naties zijn er weer verschillende afdelingen waarin besluiten genomen worden.

  • Algemene Vergadering (AV). Één keer per jaar komen alle 193 lidstaten bijeen om besluiten te nemen. Soms is een tweederdemeerderheid nodig, maar meestal is een gewone meerderheid genoeg. De AV kan resoluties (aanbevelingen) en verklaringen aannemen.
  • Veiligheidsraad. Dit is het enige orgaan van de VN dat bindende besluiten kan nemen. Het bestaat uit vijftien leden, waarvan 5 vaste leden met vetorecht (VS, China, Rusland, VK en Frankrijk). Van de andere 10 leden, die voor 2 jaar benoemd worden, worden ieder jaar 5 leden vervangen.
  • Internationaal Gerechtshof. Dit is een rechtbank van de VN in Den Haag, bestaande uit vijftien rechters met verschillende nationaliteiten. Het buigt zich over rechtsproblemen tussen landen of internationale criminelen. De uitspraken zijn bindend, maar je krijgt geen sanctie als je de uitspraak niet volgt.
  • Organisaties op deelgebieden, zoals UNICEF (jeugdzorg), WTO (handel) en UNHCR (vluchtelingen), zijn aparte onderdelen van de VN.
  • VN-conferenties zijn ook een belangrijk platform van internationale samenwerking. Ze zijn niet bindend, maar wel invloedrijk. Een voorbeeld is de Klimaattop van een aantal jaar geleden, waarin landen samen afspreken wat ze gaan doen tegen klimaatverandering.

Problemen
Vanwege verschillende problemen kan de Verenigde Naties niet perfect functioneren. We maken onderscheid tussen twee soorten problemen: institutioneel en systeem.

  • Institutionele problemen (problemen binnen de VN-organisaties zelf)
    • Veel VN-besluiten zijn niet bindend, waardoor lidstaten niet verplicht worden te luisteren.
    • De VN heeft nog wel eens last van financiële problemen, waardoor sommige onderdelen niet genoeg geld hebben voor daadkrachtige besluiten.
    • Het vetorecht van de vijf vast leden van de Veiligheidsraad beperkt de besluitvorming. Als één van hen het niet eens is met het voorstel, kan het automatisch niet doorgaan.
    • Representativiteitsprobleem door onevenredig grote macht permanente leden. De vijf vaste leden komen bijna allemaal uit Europa, waardoor Europa veel meer macht heeft dan andere continenten.
  • Systeemproblemen (problemen buiten de VN)
    • Niet alle lidstaten denken volgens de moderne politieke opvattingen. Ze erkennen het belang en gezag van niet-statelijke organisaties niet.

Andere organisaties die een rol spelen op internationaal niveau zijn de NAVO en de Raad van Europa. De NAVO is een militair verbond dat deelnemende landen op politiek en economisch gebied wil helpen ontwikkelen, zodat de stabiliteit in die landen en regio’s vergroot wordt.
De Raad van Europa heeft als doel het bevorderen van culturele en democratische waarden. De Ministers van Buitenlandse Zaken van EU-landen zitten in deze raad. Een ander onderdeel hiervan is het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

7.4 Groeiende internationale interdependentie
Landen zijn tegenwoordig steeds afhankelijker van elkaar, mede door de groeiende invloed van internationale organisaties. De nationale soevereiniteit komt in verdrukking en als gevolg ontstaan nieuwe visies op de internationale verhoudingen. Denk hierbij aan het proces van Europese integratie (meer macht naar EU), globalisering (meer economische verbondenheid) en mondialisering (meer banden met andere samenlevingen). Veel politieke problemen zijn daarom nu ook vaak grensoverschrijdend.

Enkele factoren belemmeren de internationale samenwerking:

  • Het opgeven van nationale soevereiniteit roept bij burgers emotionele weerstand op.
  • Nationale regeringen verzetten zich soms tegen het overdragen van bevoegdheden aan supranationale organisaties.
  • Er is een gebrek aan vertrouwen in supranationale en intergouvernementele organisaties
  • De bevolking verzet zich soms tegen het overdragen van bevoegdheden. Denk bijv. aan het referendum over een Europese grondwet in 2005.
  • Het prisoner’s dilemma: moet een land kiezen voor de individuele (van het land zelf) of de collectieve (van meerdere landen) belangen?

Er verschijnen ook nieuwe actoren in de internationale politiek:

  • Niet-gouvernementele organisaties (Amnesty etc.) die invloed hebben op de veiligheid, welvaart en welzijn van miljoenen mensen
  • Intergouvernementele en supranationale organisaties zijn van belang bij het oplossen van grensoverschrijdende problemen.

Er bestaan twee visies over de manier van internationaal politiek bedrijven:

  • Het klassieke beeld. Soevereine staten werken de ene keer samen en de andere keer zijn ze in conflict. Geen enkel land of organisatie heeft de absolute leiding, dus er is geen sprake van machtsverhoudingen. Regeringen met deze visie kiezen meestal voor een eenzijdige of unilaterale oplossingen en zijn geen lid van organisaties als de EU.
  • Het postklassieke beeld. De internationale orde bestaat uit een web van interdependentie, waarin landen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De soevereiniteit van een land op zich is afgenomen en overgenomen door supranationale organen. Regeringen met deze visie werken graag samen met andere landen en zoeken oplossingen vanuit het multilateralisme: de bereidheid om problemen samen met andere landen op te lossen.

Wil jij nog meer weten over de politieke besluitvorming? Kijk dan bij de andere samenvattingen van dit boek op onze Academy of stel je vraag aan een van de coaches van Mr. Chadd. Zij helpen je graag!

Upload je eigen samenvatting!

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp