fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Mol is een begrip dat je heel vaak tegenkomt bij scheikunde.

We gebruiken mol, zodat we kunnen zien in welke verhouding stoffen voorkomen.

Maar wat is het precies en hoe kun je hier het makkelijkste mee rekenen?

Wat is mol?
Het aantal mol van een bepaalde stof, zegt iets over de hoeveelheid deeltjes waaruit een bepaalde stof, zoals koolstof (C) of zuurstof (O), bestaat. Alle verschillende stoffen hebben een bepaalde massa per mol. Dit wordt de molaire massa genoemd. De molaire massa van zuurstof is bijvoorbeeld 16,0 gram per mol. Dat betekent dat 1 mol zuurstof 16,0 gram weegt. De molaire massa kun je in het periodiek systeem (tabel 99 in je BiNaS) opzoeken. Vanuit mol kun je het volume en de massa van een bepaalde stof berekenen.

Mol en massa
Als je het aantal mol van een stof weet en je wil weten wat de massa is, dan gebruik je hiervoor de molaire massa (in g/mol). Dit kun je vinden in tabel 99 in BiNaS. Je gaat van mol naar massa door het aantal mol te vermenigvuldigen met de molaire massa.
Als je de massa van een stof weet en je wil het aantal mol weten, dan doe je het tegenovergestelde, dus dan deel je door de molaire massa.

Voorbeeld:
Je hebt 32 gram zuurstof. Hoeveel mol is dat?
In tabel 99 van je BiNaS kun je vinden dat de molaire massa van zuurstof 16,0 g/mol is. Je kunt het aantal mol uitrekenen door het aantal gram te delen door de molaire massa. Dan krijg je dus:
32 g/16,0 g/mol = 2 mol zuurstof.

Mol en volume van een vloeistof
Als je het aantal mol van een stof weet en je wil weten hoeveel liter je hebt, heb je hier de molariteit voor nodig. De eenheid van molariteit is mol/L of M. Deze eenheid wordt gegeven in de opdracht. Je kunt van mol naar volume gaan door het aantal mol te delen door de molariteit.
Als je het volume weet en je wil het aantal mol weten, dan vermenigvuldig je het volume met de molariteit.

Voorbeeld:
Je hebt 5 L zoutzuur met een molariteit van 0,1 mol/L. Hoeveel mol zoutzuur heb je?
We kunnen van volume naar mol gaan door het volume te vermenigvuldigen met de molariteit. In dit geval wordt dat dan: 5 L x 0,1 mol/L = 0,5 mol zoutzuur.

Mol en volume van een gas
Als je het aantal mol van een stof weet en je wil weten wat de massa is, dan gebruik je hiervoor het molair volume (in m3/mol). Dit kun je vinden in tabel 7 in BiNaS. Bij kamertemperatuur is dit 2,45×10-2 m3/mol. Je gaat van mol naar volume door het aantal mol te vermenigvuldigen met het molair volume.
Als je het volume van een stof weet en je wil het aantal mol weten, dan doe je het tegenovergestelde, dus dan deel je door het molair volume.

Voorbeeld:
Je hebt 32 mol zuurstof op kamertemperatuur. Hoeveel m3 is dat?
Op kamertemperatuur is het molair volume 2,45×10-2 m3/mol. Je kunt het aantal m3 uitrekenen door het aantal mol te vermenigvuldigen met het molair volume. Dan krijg je dus:
32 mol x 2,45×10-2 m3/mol = 0.784 m3 zuurstof.

Hieronder vind je een overzicht met wat je precies moet doen om van de ene eenheid naar de andere te gaan.
Rekenen met mol
Voorbeeld:
Bereken hoeveel deeltjes er aanwezig zijn in 30 mL ethanol.
Als eerst kijk je in het schema waar je bent (bij volume) en waar je heen moet (aantal deeltjes). Als je het schema volgt zie je dat je eerst moet vermenigvuldigen met de dichtheid (je krijgt dan massa), vervolgens moet delen door de molaire massa (je krijgt dan mol) en tenslotte moet vermenigvuldigen met het getal van Avogadro (je krijgt dan het aantal deeltjes).
De dichtheid van ethanol kan je opzoeken in Binas tabel 11. De dichtheid is 0,80 g/mL. De molaire massa staat in tabel 98 en is 46,069 g/mol. Het getal van Avogadro is 6,022 x 1023.
Als je 30 mL vermenigvuldigt met een dichtheid van 0,80 g/mL kom je uit op een massa van 24 gram. Dit deel je vervolgens door de molaire massa van 46,069 g/mol, dat geeft 0,521 mol. Vervolgens vermenigvuldigen we dit dus met de constante van Avogadro en kom je uit op 3,1 x 1023 deeltjes.

Oefenopgave:

  1. Bereken hoeveel massa overeenkomt met 0,1 mol zwavelzuur.
  2. Bereken hoeveel deeltjes er aanwezig zijn in 10 ML propanon (aceton).

Is het toch nog niet helemaal duidelijk of heb je nog andere vragen over rekenen met mol? Vraag het aan de slimme coaches van Mr. Chadd, dan kan je daarna direct weer verder

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp