fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Zinnen bestaan uit woorden, maar ook uit zinsdelen! Hoe zit het met al die grammatica in het Nederlands? Wij leggen je uit welke zinsdelen er zijn en hoe je ze moet vinden.

Een zinsdeel is een groepje woorden die in de zin bij elkaar horen. Het groepje woorden kan uit één woord bestaan, maar ook uit meerdere.

Zinsdelen
Om de zinsdelen te vinden moet je eerst de zin ontleden. Als eerste zoek je de persoonsvorm. De persoonsvorm is het eerste zinsdeel. Vervolgens kijk je naar de woorden die voor de persoonsvorm staan, dat is ook een zinsdeel. Als laatste kijk je welke woorden je samen voor de persoonsvorm kan zetten, samen zijn zij ook een zinsdeel. Bij de laatste stap is het belangrijk dat je altijd een goede zin houdt.

Om te controleren of je het goed hebt gedaan kan je de zinnen vragend maken. Vervolgens kijk je welke woorden voor de persoonsvorm staan, dat is dus een zinsdeel. Als laatste kijk je welke woorden je samen voor de persoonsvorm kan zetten.

Om te oefenen werken we alle stappen uit in een voorbeeld met de zin ‘Julia loopt via het huis van haar vriendin naar de supermarkt’.

Stap 1: Zoek de persoonsvorm. Als je de zin vragend maakt wordt het: ‘Loopt Julia via het huis van haar vriendin naar de supermarkt?’. De persoonsvorm is dus ‘loopt’. Dat is het eerste zinsdeel.

Stap 2. Welke woorden staan er voor de persoonsvorm? Dat is ‘Julia’. ‘Julia’ is dus ook een zinsdeel.

Stap 3. Welke woorden kan je samen voor de perosonsvorm zetten?

-Via loopt Julia het huis van haar vriendin naar de supermarkt. > Geen zinsdeel

-Via het loopt Julia huis van haar vriendin naar de supermarkt. > Geen zinsdeel

-Via het huis loopt Julia van haar vriendin naar de supermarkt. > Geen zinsdeel

-Via het huis van loopt Julia haar vriendin naar de supermarkt. > Geen zinsdeel

-Via het huis van haar loopt Julia vriendin naar de supermarkt. > Geen zinsdeel

-Via het huis van haar vriendin loopt Julia naar de supermarkt. > Wel een zinsdeel, namelijk: ‘Via het huis van haar vriendin’.

-Naar loopt Julia via het huis van haar vriendin de supermarkt. > Geen zinsdeel

-Naar de loopt Julia via het huis van haar vriendin supermarkt. > Geen zinsdeel

-Naar de supermarkt loopt Julia via het huis van haar vriendin. > Wel een zinsdeel, namelijk: ‘Naar de supermarkt’.

De bovenstaande stappen laten zien dat de zin ‘Julia loopt via het huis van haar vriendin naar de supermarkt’ uit de volgende zinsdelen bestaat:

Julia | loopt | via het huis van haar vriendin | naar de supermarkt.

Wil je oefenen met zinnen verdelen in zinsdelen, zodat je het straks kan als een machine? Verdeel dan de onderstaande zinnen in zinsdelen.

  1. Ik ga alleen maar vissen als het mooi weer is en de zon schijnt.
  2. Opa’s en oma’s hebben vaak grijs haar .
  3. De leraar Engels werkt al 8 jaar op deze school.



 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Jeffrey.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp