Een nieuw jaar, een frisse start. Nu een jaar lang Mr. Chadd met €50,- korting met de code:

JAAR2022

Zinsdelen

Zinnen bestaan uit woorden, maar ook uit zinsdelen! Hoe zit het met al die grammatica in het Nederlands? Wij leggen je uit welke zinsdelen er zijn en hoe je ze moet vinden.

Een zinsdeel is een groepje woorden die in de zin bij elkaar horen. Het groepje woorden kan uit één woord bestaan, maar ook uit meerdere.

Zinsdelen

Om de zinsdelen te vinden moet je eerst de zin ontleden. Als eerste zoek je de persoonsvorm. De persoonsvorm is het eerste zinsdeel. Vervolgens kijk je naar de woorden die voor de persoonsvorm staan, dat is ook een zinsdeel. Als laatste kijk je welke woorden je samen voor de persoonsvorm kan zetten, samen zijn zij ook een zinsdeel. Bij de laatste stap is het belangrijk dat je altijd een goede zin houdt.

Om te controleren of je het goed hebt gedaan kan je de zinnen vragend maken. Vervolgens kijk je welke woorden voor de persoonsvorm staan, dat is dus een zinsdeel. Als laatste kijk je welke woorden je samen voor de persoonsvorm kan zetten.

Om te oefenen werken we alle stappen uit in een voorbeeld met de zin ‘Julia loopt via het huis van haar vriendin naar de supermarkt’.

Stap 1: Zoek de persoonsvorm. Als je de zin vragend maakt wordt het: ‘Loopt Julia via het huis van haar vriendin naar de supermarkt?’. De persoonsvorm is dus ‘loopt’. Dat is het eerste zinsdeel.

Stap 2. Welke woorden staan er voor de persoonsvorm? Dat is ‘Julia’. ‘Julia’ is dus ook een zinsdeel.

Stap 3. Welke woorden kan je samen voor de perosonsvorm zetten?

-Via loopt Julia het huis van haar vriendin naar de supermarkt. > Geen zinsdeel

-Via het loopt Julia huis van haar vriendin naar de supermarkt. > Geen zinsdeel

-Via het huis loopt Julia van haar vriendin naar de supermarkt. > Geen zinsdeel

-Via het huis van loopt Julia haar vriendin naar de supermarkt. > Geen zinsdeel

-Via het huis van haar loopt Julia vriendin naar de supermarkt. > Geen zinsdeel

-Via het huis van haar vriendin loopt Julia naar de supermarkt. > Wel een zinsdeel, namelijk: ‘Via het huis van haar vriendin’.

-Naar loopt Julia via het huis van haar vriendin de supermarkt. > Geen zinsdeel

-Naar de loopt Julia via het huis van haar vriendin supermarkt. > Geen zinsdeel

-Naar de supermarkt loopt Julia via het huis van haar vriendin. > Wel een zinsdeel, namelijk: ‘Naar de supermarkt’.

De bovenstaande stappen laten zien dat de zin ‘Julia loopt via het huis van haar vriendin naar de supermarkt’ uit de volgende zinsdelen bestaat:

Julia | loopt | via het huis van haar vriendin | naar de supermarkt.

Wil je oefenen met zinnen verdelen in zinsdelen, zodat je het straks kan als een machine? Verdeel dan de onderstaande zinnen in zinsdelen.

  1. Ik ga alleen maar vissen als het mooi weer is en de zon schijnt.
  2. Opa’s en oma’s hebben vaak grijs haar .
  3. De leraar Engels werkt al 8 jaar op deze school.

Leerlingen die hier vragen over hebben, keken ook naar:

Tussenwerpsels

Zinnen correct begrenzen

Voegwoorden

Docent of directeur? Vraag een gratis testperiode aan!

Mr. Chadd uitproberen? Dat kan nu twee weken gratis en geheel vrijblijvend met jouw klas! We komen graag in contact om de mogelijkheden te bespreken.

Ik laat u graag zien hoe Mr. Chadd werkt!

Docent of directeur? Vraag een gratis informatiepakket aan

Laat hieronder uw gegevens achter en we sturen u een gratis informatiepakket over Mr. Chadd op!

Ik vertel u graag over de voordelen van Mr. Chadd!

Docent of directeur? Neem contact op

Bent u benieuwd naar de voordelen van Mr. Chadd of heeft u andere vragen? Laat uw gegevens achter en wij nemen zo snel mogelijk contact op.

Ik vertel u graag meer over Mr. Chadd!
Zo werkt het Academy Over ons
{"api_base_path":"https://c.mrchadd.nl","funnel_return_domain":"https://www.mrchadd.nl","third_party_js_asset":"third-party.js"}