fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Het vervoegen van werkwoorden in het Frans kan lastig zijn, niet elk werkwoord word op dezelfde manier gedaan.

Maar waar ligt dan het verschil? In dit artikel staat heel duidelijk hoe je welke werkwoorden vervoegt. Zo word jij ook een ster in Frans!

In het Frans zijn er regelmatige en onregelmatige werkwoorden. Voor de regelmatige werkwoorden zijn er standaard uitgangen, voor de onregelmatige werkwoorden moet je de uitgangen per werkwoord uit je hoofd leren.
Franse werkwoorden

Regelmatige werkwoorden

Tegenwoordige tijd:

1) Veel werkwoorden eindigen in het Frans op –er. De stam van het werkwoord vind je door deze –er eraf te halen en vervolgens plak je de uitgangen er achteraan. Een voorbeeld is ‘habiter’ (wonen):

  • j’ habite  —  ik woon
  • tu habites —  jij woont
  • il/elle/on habite  —  hij/zij/men woont
  • nous habitons  —  wij wonen
  • vous habitez  —  jullie wonen
  • ils/elles habitent  —  zij wonen

Andere voorbeelden hiervan zijn ‘aimer’ (= houden van), ‘chanter’ (= zingen), ‘chercher’ (= zoeken), ‘donner’ (= geven), ‘écouter’ (= luisteren), ‘fermer’ (= sluiten), ‘penser’ (= denken), ‘travailler’ (= werken) en ‘nager’ (= zwemmen).

2) Ook zijn er veel werkwoorden die eindigen op –ir. Deze regelmatige werkwoorden worden op de volgende manier vervoegd, bijvoorbeeld ‘choisir’ (kiezen):

  • je choisis  —  ik kies
  • tu choisis  —  jij kiest
  • il/elle/on choisit  —  hij/zij/men kiest
  • nous choisissons  —  wij kiezen
  • vous choisissez  —  jullie kiezen
  • ils/elles choisissent  —  zij kiezen

Andere voorbeelden hiervan zijn ‘finir’ (= eindigen), ‘rougir’ (= blozen), ‘ralentir’ (= verminderen) en ‘remplir’ (= invullen).

3) De laatste groep van regelmatige werkwoorden eindigt op –re, zoals rendre (teruggeven):

  • je rends  —  ik geef terug
  • tu rends  —  jij geeft terug
  • il/elle/on rend  —  hij/zij/men geeft terug
  • nous rendons  —  wij geven terug
  • vous rendez  —  jullie geven terug
  • ils/elles rendent  —  zij geven terug

Andere voorbeelden hiervan zijn ‘mettre’ (= aantrekken), ‘permettre’ (= toestaan) en ‘prendre’ (= nemen).

=> Naast deze standaardwerkwoorden, zijn er veel onregelmatige werkwoorden. Je hoeft alleen ‘être’ (= zijn), ‘ avoir’ (= hebben), ‘aller’ (= gaan) en ‘faire’ (= maken, doen) helemaal uit je hoofd te leren en de andere onregelmatige werkwoorden te herkennen om het goed te kunnen vervoegen (bijvoorbeeld de werkwoorden te kennen). De andere onregelmatige werkwoorden hoef je alleen nog maar te herkennen.

Hierbij volgt een oefening met de regelmatige uitgangen, zodat je je kennis kunt testen!

Oefening

Hoe zeg je in het Frans:

  1. Ik luister (écouter)
  2. Wij geven (donner)
  3. Jullie blozen (rougir)

Antwoorden oefening:

  1. J’écoute
  2. Nous donnons
  3. Vous rougissez

Myrthe


Deze uitleg is geschreven door Myrthe.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp