Een nieuw jaar, een frisse start. Nu een jaar lang Mr. Chadd met €50,- korting met de code:

JAAR2022

Politieke besluitvorming hoofdstuk 4

Ben jij op zoek naar een samenvatting van het boek Politieke Besluitvorming

Zoek niet verder, vind hem hier! Mr. Chadd helpt je graag.

In deze samenvatting:

  • Hoofdstuk 4: Besturen in Nederland

    • 4.1 Regering
    • 4.2 Parlement
    • 4.3 Provincie en gemeente
    • 4.4 Dualisme en monisme

Hoofdstuk 4: Besturen in Nederland

4.1 Regering

In Nederland kennen we drie bestuursniveaus: de rijksoverheid, de provincies en de gemeenten.

Het kabinet bestaat uit de ministers en staatssecretarissen. De regering bestaat uit de koning en de ministers. Officieel is de regering het dagelijks bestuur, maar eigenlijk zijn de ministers dat. Ministers hebben drie hoofdtaken:

  1. Beleidsvoorbereiding. Ieder jaar maakt de overheid middels de Miljoenennota en de troonrede bekend wat haar beleidsplannen zijn. Tijdens de Algemene Beschouwingen wordt er gedebatteerd over de Miljoenennota.

  2. Medewetgeving. Ministers hebben drie rechten of bevoegdheden ( WOA )

    • Het indienen van W etsvoorstellen
    • Het O ndertekenen van wetten na goedkeuring van het parlement. Zonder de handtekening van de desbetreffende minister is de wet niet geldig.
    • Het nemen van A lgemene Maatregelen van Bestuur ( kleine details van wetten invullen). Deze heeft geen parlementaire goedkeuring nodig, maar wordt bij Koninklijk Besluit genomen.
  3. Beleidsuitvoering. Ministers hebben de volgende werkzaamheden ( BUM )

    • Het nemen van B esluiten over zaken waar geen specifieke wetgeving voor is, zoals deelname aan een VN-missie.
    • Het U itvoeren van aangenomen wetten
    • M aatregelen nemen die voortvloeien uit eerder aangenomen wetten, zoals dieren afmaken om een verspreiding van een gevaarlijk virus te voorkomen.

Zo werkt de app

4.2 Parlement

De Tweede Kamer telt 150 rechtstreeks gekozen leden. Voor hen is dit een fulltime baan. Ze hebben twee hoofdtaken:

  1. Medewetgeving ( BASI )

    • B udgetrecht, het recht om de jaarlijkse begroting aan te nemen of te verwerpen.
    • Recht van A mendement, het recht om een deel van een wetsvoorstel te wijzigen.
    • Stemrecht, het recht om wetsvoorstellen goed- of af te keuren.
    • Recht van Initiatief, het recht om zelf wetsvoorstellen in te dienen.
  2. Controlerende taak ( VEMI )

    • V ragenrecht, het recht om vragen te stellen aan bewindslieden.
    • Enquêterecht , de mogelijkheid om zelfstandig onderzoek te doen als de Kamer te weinig info krijgt van de regering.
    • M otierecht, de mogelijkheid om een schriftelijke uitspraak te doen over het beleid van een minister. Bij een motie van afkeuring wordt het beleid van een minister afgekeurd. Bij een motie van wantrouwen wordt de minister zelf afgekeurd.
    • Recht van I nterpellatie, het ter verantwoording roepen van bewindslieden door middel van een spoeddebat.

Wil jij een overzicht van de taken en rechten van de Tweede Kamer? Kijk dan hier !

De Eerste Kamer, de Senaat, telt 75 leden die gekozen zijn door de leden van de Provinciale Staten. Zij doen dit naast hun eigen baan. Hun taak is om als laatste controle voor een wet op te treden. Ze hebben geen recht van amendement. Ze mogen alleen kijken of een wet aan wettelijke normen voldoet, en mogen niks veranderen. Ook hebben ze geen recht van initiatief. Wel mogen ze vragen stellen en een enquête houden.

Het politieke primaat ligt in Nederland bij de Tweede Kamer. Als die akkoord gaat met een wet, gaat de Eerste Kamer dat meestal ook.

Omdat de samenstelling van de Eerste Kamer verschilt met die van de Tweede Kamer, moet het kabinet soms informele machtsmiddelen inzetten, zoals lobbyen. Andersom doen Kamerleden dat ook wel eens om hun mening aan te kaarten:

  • Lobbyen bij ministers
  • Overleggen met ambtenaren en pressiegroepen voor het verwerven van steun
  • Gebruikmaken van massamedia

4.3 Provincie en gemeente

Provincies en gemeenten mogen tot op zekere hoogte zelfstandig opereren. Wel moeten ze besluiten van de overheid opvolgen. We spreken van een gedecentraliseerde eenheidsstaat . We spreken hier ook wel van het subsidiariteitsbeginsel : decentraal wat kan, centraal wat moet.

Provincies worden bestuurd door de Provinciale Staten, die iedere vier jaar gekozen worden. Hun coalitie noemen we de Gedeputeerde Staten, o.l.v. de commissaris van de koning. Hun taken liggen vooral op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu. In een structuurvisie legt de provincie uit welke activiteiten waar passen. Andere provinciale taken liggen op het terrein van welzijn en cultuur, en ze hebben zitting in het bestuur van water-, gas- en elektriciteitsbedrijven.

De gemeente is er voor het ordelijk laten verlopen van het leven. Ze moeten registers bijhouden en zorgen voor plaatselijke autoriteiten e.d. De gemeente detailleert de structuurvisie van de provincie in hun bestemmingsplannen . De gemeente krijgt er naast deze uitvoerende taken ook steeds meer beleidstaken bij. Ze moeten bijvoorbeeld de zorg in hun gemeente gaan regelen.

Het dagelijks bestuur van een gemeente is het college van burgemeester en wethouders . Deze hebben de uitvoerende en wetgevende macht. Zij worden gekozen door de leden van de gemeenteraad, die hen ook controleert. Zij hebben het vragenrecht, motierecht en het recht van interpellatie om dat te doen. Ook mogen zij gebruik maken van het recht van initiatief, amendement en stemrecht. Ze worden om de vier jaar gekozen.

De burgemeester heeft als belangrijkste taak het zorgen voor openbare orde. De burgemeester wordt voor zes jaar benoemd. De procedure is ongeveer hetzelfde als voor de commissaris van de koning. Een vertrouwenscommissie stelt iemand voor, de minister van BuZa benoemt diegene.

4.4 Dualisme en monisme

Een dualistisch stelsel is een regeringsstelsel waarbij er sprake is van een duidelijke scheiding tussen de regering en de volksvertegenwoordiging. Daar tegenover staat het monisme, een regeringsstelsel waarbij de regering steunt op een meerderheid in de volksvertegenwoordiging en daarmee min of meer een eenheid vormt. Formeel hebben we in Nederland een dualistisch stelsel. In de praktijk is dat echter niet zo. Dat komt door de volgende redenen:

  • Coalitiefracties kunnen moeilijk zelf standpunten in nemen, door het regeerakkoord.
  • Veel fractiediscipline
  • Veel vooroverleg

Wil jij nog meer weten over de politieke besluitvorming? Kijk dan bij de andere samenvattingen van dit boek op onze Academy of stel je vraag aan een van de coaches van Mr. Chadd. Zij helpen je graag!

Docent of directeur? Vraag een gratis testperiode aan!

Mr. Chadd uitproberen? Dat kan nu twee weken gratis en geheel vrijblijvend met jouw klas! We komen graag in contact om de mogelijkheden te bespreken.

Ik laat u graag zien hoe Mr. Chadd werkt!

Docent of directeur? Vraag een gratis informatiepakket aan

Laat hieronder uw gegevens achter en we sturen u een gratis informatiepakket over Mr. Chadd op!

Ik vertel u graag over de voordelen van Mr. Chadd!

Docent of directeur? Neem contact op

Bent u benieuwd naar de voordelen van Mr. Chadd of heeft u andere vragen? Laat uw gegevens achter en wij nemen zo snel mogelijk contact op.

Ik vertel u graag meer over Mr. Chadd!
Zo werkt het Academy Over ons
{"api_base_path":"https://c.mrchadd.nl","funnel_return_domain":"https://www.mrchadd.nl","third_party_js_asset":"third-party.js"}