fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Ben jij op zoek naar een samenvatting van het boek Politieke Besluitvorming

Zoek niet verder, vind hem hier! Mr. Chadd helpt je graag.

In deze samenvatting:

  • Hoofdstuk 4: Besturen in Nederland
    • 4.1 Regering
    • 4.2 Parlement
    • 4.3 Provincie en gemeente
    • 4.4 Dualisme en monisme
    • Upload je eigen samenvatting!

Hoofdstuk 4: Besturen in Nederland

4.1 Regering
In Nederland kennen we drie bestuursniveaus: de rijksoverheid, de provincies en de gemeenten.
Het kabinet bestaat uit de ministers en staatssecretarissen. De regering bestaat uit de koning en de ministers. Officieel is de regering het dagelijks bestuur, maar eigenlijk zijn de ministers dat. Ministers hebben drie hoofdtaken:

  1. Beleidsvoorbereiding. Ieder jaar maakt de overheid middels de Miljoenennota en de troonrede bekend wat haar beleidsplannen zijn. Tijdens de Algemene Beschouwingen wordt er gedebatteerd over de Miljoenennota.
  2. Medewetgeving. Ministers hebben drie rechten of bevoegdheden (WOA)
    • Het indienen van Wetsvoorstellen
    • Het Ondertekenen van wetten na goedkeuring van het parlement. Zonder de handtekening van de desbetreffende minister is de wet niet geldig.
    • Het nemen van Algemene Maatregelen van Bestuur ( kleine details van wetten invullen). Deze heeft geen parlementaire goedkeuring nodig, maar wordt bij Koninklijk Besluit genomen.
  3. Beleidsuitvoering. Ministers hebben de volgende werkzaamheden (BUM)
    • Het nemen van Besluiten over zaken waar geen specifieke wetgeving voor is, zoals deelname aan een VN-missie.
    • Het Uitvoeren van aangenomen wetten
    • Maatregelen nemen die voortvloeien uit eerder aangenomen wetten, zoals dieren afmaken om een verspreiding van een gevaarlijk virus te voorkomen.

Zo werkt de app

4.2 Parlement
De Tweede Kamer telt 150 rechtstreeks gekozen leden. Voor hen is dit een fulltime baan. Ze hebben twee hoofdtaken:

  1. Medewetgeving (BASI)
    • Budgetrecht, het recht om de jaarlijkse begroting aan te nemen of te verwerpen.
    • Recht van Amendement, het recht om een deel van een wetsvoorstel te wijzigen.
    • Stemrecht, het recht om wetsvoorstellen goed- of af te keuren.
    • Recht van Initiatief, het recht om zelf wetsvoorstellen in te dienen.
  2. Controlerende taak (VEMI)
    • Vragenrecht, het recht om vragen te stellen aan bewindslieden.
    • Enquêterecht, de mogelijkheid om zelfstandig onderzoek te doen als de Kamer te weinig info krijgt van de regering.
    • Motierecht, de mogelijkheid om een schriftelijke uitspraak te doen over het beleid van een minister. Bij een motie van afkeuring wordt het beleid van een minister afgekeurd. Bij een motie van wantrouwen wordt de minister zelf afgekeurd.
    • Recht van Interpellatie, het ter verantwoording roepen van bewindslieden door middel van een spoeddebat.

Wil jij een overzicht van de taken en rechten van de Tweede Kamer? Kijk dan hier!
De Eerste Kamer, de Senaat, telt 75 leden die gekozen zijn door de leden van de Provinciale Staten. Zij doen dit naast hun eigen baan. Hun taak is om als laatste controle voor een wet op te treden. Ze hebben geen recht van amendement. Ze mogen alleen kijken of een wet aan wettelijke normen voldoet, en mogen niks veranderen. Ook hebben ze geen recht van initiatief. Wel mogen ze vragen stellen en een enquête houden.

Het politieke primaat ligt in Nederland bij de Tweede Kamer. Als die akkoord gaat met een wet, gaat de Eerste Kamer dat meestal ook.
Omdat de samenstelling van de Eerste Kamer verschilt met die van de Tweede Kamer, moet het kabinet soms informele machtsmiddelen inzetten, zoals lobbyen. Andersom doen Kamerleden dat ook wel eens om hun mening aan te kaarten:

  • Lobbyen bij ministers
  • Overleggen met ambtenaren en pressiegroepen voor het verwerven van steun
  • Gebruikmaken van massamedia

4.3 Provincie en gemeente
Provincies en gemeenten mogen tot op zekere hoogte zelfstandig opereren. Wel moeten ze besluiten van de overheid opvolgen. We spreken van een gedecentraliseerde eenheidsstaat. We spreken hier ook wel van het subsidiariteitsbeginsel: decentraal wat kan, centraal wat moet.
Provincies worden bestuurd door de Provinciale Staten, die iedere vier jaar gekozen worden. Hun coalitie noemen we de Gedeputeerde Staten, o.l.v. de commissaris van de koning. Hun taken liggen vooral op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu. In een structuurvisie legt de provincie uit welke activiteiten waar passen. Andere provinciale taken liggen op het terrein van welzijn en cultuur, en ze hebben zitting in het bestuur van water-, gas- en elektriciteitsbedrijven.
De gemeente is er voor het ordelijk laten verlopen van het leven. Ze moeten registers bijhouden en zorgen voor plaatselijke autoriteiten e.d. De gemeente detailleert de structuurvisie van de provincie in hun bestemmingsplannen. De gemeente krijgt er naast deze uitvoerende taken ook steeds meer beleidstaken bij. Ze moeten bijvoorbeeld de zorg in hun gemeente gaan regelen.
Het dagelijks bestuur van een gemeente is het college van burgemeester en wethouders. Deze hebben de uitvoerende en wetgevende macht. Zij worden gekozen door de leden van de gemeenteraad, die hen ook controleert. Zij hebben het vragenrecht, motierecht en het recht van interpellatie om dat te doen. Ook mogen zij gebruik maken van het recht van initiatief, amendement en stemrecht. Ze worden om de vier jaar gekozen.
De burgemeester heeft als belangrijkste taak het zorgen voor openbare orde. De burgemeester wordt voor zes jaar benoemd. De procedure is ongeveer hetzelfde als voor de commissaris van de koning. Een vertrouwenscommissie stelt iemand voor, de minister van BuZa benoemt diegene.

4.4 Dualisme en monisme
Een dualistisch stelsel is een regeringsstelsel waarbij er sprake is van een duidelijke scheiding tussen de regering en de volksvertegenwoordiging. Daar tegenover staat het monisme, een regeringsstelsel waarbij de regering steunt op een meerderheid in de volksvertegenwoordiging en daarmee min of meer een eenheid vormt. Formeel hebben we in Nederland een dualistisch stelsel. In de praktijk is dat echter niet zo. Dat komt door de volgende redenen:

  • Coalitiefracties kunnen moeilijk zelf standpunten in nemen, door het regeerakkoord.
  • Veel fractiediscipline
  • Veel vooroverleg

Wil jij nog meer weten over de politieke besluitvorming? Kijk dan bij de andere samenvattingen van dit boek op onze Academy of stel je vraag aan een van de coaches van Mr. Chadd. Zij helpen je graag!

Upload je eigen samenvatting!

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp