fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Criminaliteit en recht; twee belangrijke onderwerpen van Maatschappijwetenschappen.

Lees snel verder voor de samenvatting van hoofdstuk 5: Overheidsbeleid.

Hoofdstuk 5 – Overheidsbeleid
In deze samenvatting:
5.1 Integraal veiligheidsbeleid
5.2 Criminaliteitsbeleid
5.3 Politieke visies

5.1 Integraal veiligheidsbeleid
Het integrale veiligheidsbeleid dat de Nederlandse overheid hanteert richt zich vooral op het zoveel mogelijk veiligheid voor burgers. Een aantal kenmerken van dit beleid zijn:

  • De nadruk ligt op het voorkomen van onveiligheid.
  • Het strafrecht speelt een primaire rol bij zware criminaliteit en georganiseerde misdaad, en een ondergeschikte rol bij veelvoorkomende criminaliteit.
  • De overheid zoekt samenwerking met verschillende organisaties en met burgers.

De overheid kan zowel repressief als preventief beleid hanteren. In het eerste geval ligt de nadruk op strafrechtelijk optreden, op strenger straffen en op het uitbreiden van de capaciteit en de bevoegdheden van politie en justitie. Bij preventief beleid ligt de nadruk op het aanpakken van de maatschappelijke oorzaken van crimineel gedrag, zoals armoede en normvervaging. Vaak is het beleid dat de overheid voert een mix van de twee vormen van beleidsvoering.

Vooral bij veelvoorkomende criminaliteit kunnen preventieve maatregelen een gunstig effect hebben. Enkele voorbeelden van preventieve maatregelen zijn:

  • Meer (sociale) controle.
  • Voorlichting.
  • Zorgen voor een veilige omgeving.
  • Structurele maatregelen, om werkloosheid, armoede en verveling te voorkomen.

Bij recidivisten, zware criminelen en de georganiseerde misdaad werken preventieve maatregelen meestal niet. Daarom kiest de overheid hier voor repressief optreden door politie en justitie: het opsporings- en vervolgingsbeleid. Dit repressieve beleid bestaat uit vier onderdelen:

  1. Opsporing: politie en OM (beïnvloed door minister van Veiligheid en Justitie).
  2. Vervolging: het OM brengt een zaak/een verdachte voor de rechter.
  3. Gevangenisbeleid: het soort gevangenisregime, het aantal cellen, enz.
  4. Nieuwe wetgeving: nieuw beleid leidt vaak tot nieuwe wetgeving.

Op het gebied van veiligheidsbeleid zien we de laatste jaren een aantal ontwikkelingen:

  • De uitbreiding van bevoegdheden (Wet BOB en Wet terroristische misdrijven).
  • Toegenomen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, om criminaliteit te voorkomen. De AIVD heeft steeds minder vermoedens nodig om iemand als verdachte aan te merken en het gedrag van burgers wordt steeds nauwlettender in de gaten gehouden.
  • Het samengaan van criminaliteitsbestrijding en de bestrijding van overlast leiden tot nieuwe maatregelen, zoals de bevoegdheid van burgemeesters om voetbalwedstrijden vooraf te verbieden.
  • Als gevolg van op elkaar afgestemde wetgeving binnen de EU is er sprake van een groeiende internationale invloed op ons criminaliteitsbeleid.
  • Effectievere aanpak van veelplegers. Kleinere strafzaken worden bij elkaar opgeteld om veelplegers voor langere tijd achter de tralies te krijgen.

Zo werkt de app

5.2 Criminaliteitsbeleid
Aan de hand van vijf verschillende soorten criminaliteit wordt duidelijk hoe het integrale veiligheidsbeleid in de praktijk werkt.

  • Veelvoorkomende criminaliteit
    In de bestrijding hiervan ligt de nadruk op preventie, zoals het organiseren van preventieprojecten in probleemgebieden. Daarnaast heeft de overheid repressieve mogelijkheden en ze probeert daarbij de schade zoveel mogelijk te herstellen.
  • Jeugdcriminaliteit
    Bij het bestrijden van dit soort criminaliteit ligt de nadruk op het voorkomen dat jeugdige daders uitgroeien tot echte criminelen. Een belangrijk middel daarin is het jeugdstrafrecht (12-18 jaar). Ook is sinds kort het adolescentenstrafrecht ingevoerd en worden jongeren die voor het eerst en vanwege een klein misdrijf in aanraking komen met politie doorverwezen naar Bureau Halt.
  • Georganiseerde criminaliteit
    Om de georganiseerde criminaliteit te bestrijden, hebben politie en justitie meer opsporingsbevoegdheden gekregen. Zo mag justitie onder voorwaarden gebruikmaken van anonieme getuigen en kan er in een uitzonderlijk geval een kroongetuige ingezet worden. Dat is iemand die een getuigenverklaring aflegt in ruil voor strafvermindering.
  • Witteboordencriminaliteit
    Dit soort criminaliteit wordt steeds vaker organisatiecriminaliteit genoemd, en het is moeilijk te vervolgen vanwege geringe controlemogelijkheden en weinig kennis van politie en justitie. Om illegale financiële constructies bloot te leggen werken financiële rechercheurs vaak samen met de Belastingdienst en De Nederlansche Bank. Daarnaast hebben financiële instellingen een informatieplicht, heeft iedere belastingplichtige een burgerservicenummer en bestaat er een Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wet Wwft).
  • Terrorisme
    Om terrorisme te bestrijden wordt in de eerste plaats geprobeerd om radicalisering en rekrutering tegen te gaan. Daarnaast worden teruggekeerde jihadisten scherp in de gaten gehouden door zowel AIVD als MIVD. Daarnaast is er angst voor ‘lone wolves’, die bestreden zouden kunnen worden wanneer hulpverleners kennis delen met politie.

5.3 Politieke visies
De meeste politieke partijen in ons land zijn het erover eens dat criminaliteit zowel te maken heeft met maatschappelijke omstandigheden als met het gedrag en de verantwoordelijkheid van individuen, maar ze leggen wel andere accenten:

  • Sociaaldemocraten:
    Linkse of sociaaldemocratische partijen zijn van mening dat crimineel gedrag samenhangt met de maatschappelijke context waarin mensen leven. De overheid moet criminaliteit en onveiligheid daarom vooral tegengaan door de misstanden in de samenleving aan te pakken en een preventief veiligheidsbeleid te voeren. Ook vinden ze het belangrijk dat burgers zich bewust zijn welke consequenties het overtreden van rechtsregels heeft. Wel moeten criminelen na het uitzitten van hun straf een eerlijke, nieuwe kans krijgen in de maatschappij. Het idee is dat rechtshandhaving beter werkt in een sociaal rechtvaardige samenleving. Volgens de sociaaldemocraten worden gedragsregels pas nageleefd wanneer ook de achterliggende waarden erkend worden. De PvdA noemt deze insteek pragmatisch moralisme.
  • Liberalen:
    Het nastreven van eigenbelang, binnen de kaders van de wet, heeft volgens de liberalen een heilzame werking op de samenleving. Vanuit dit zogenoemde rationalistisch individualisme wordt de burger gezien als een zelf nadenkend en rationeel wezen. Omdat verstandige mensen voor- en nadelen tegen elkaar afwegen, zullen strenge wetten en straffen de mens afhouden van crimineel gedrag. Liberale en rechtse partijen benadrukken dus de eigen verantwoordelijkheid (en niet de sociale omstandigheden) van criminelen voor hun daden. Partijen zoals de VVD zijn ervan overtuigd dat door strikte rechtsregels een zo groot mogelijke vrijheid van burgers kan worden gerealiseerd. Zij zijn daarom tegen een ver doorgevoerd paternalisme, waarbij de overheid burgers voorschrijft hoe zij zich moeten gedragen. Non-conformistisch en ander afwijkend gedrag moet dus altijd worden getolereerd. Asociaal en onverantwoordelijk gedrag dat anderen schaadt en overlast veroorzaakt, moet juist stevig door politie en justitie worden aangepakt. Het toezien op de naleving van de wetten door opsporing en bestraffing van overtreders, vormt immers een van de kerntaken van de overheid.
  • Christendemocraten:
    Volgens het christendom is de mens geneigd tot het kwade. Criminaliteit wordt dus veroorzaakt door individuen die bewust en onbewust de regels in de samenleving overtreden. Om dit te voorkomen moet er een sterk gezag of overheid zijn die streng straft. Toch is er bij de christendemocraten wel aandacht voor de maatschappelijke kant van criminaliteit. Vooral het uitgeholde normbesef en de afwezigheid van een duidelijke publieke moraal hebben in hun ogen een negatieve invloed op de veiligheid in ons land. Christelijke partijen zoals het CDA en ChristenUnie benadrukken daarom het belang van het gezin, de school en het maatschappelijke middenveld bij het voorkomen van criminaliteit. Deze sociale instituties moet wijzen op waarden en normen en vooral op het respect voor anderen. Het CDA vertaalt dit naar een strijd tegen normvervaging en wil daarom een permanente maatschappelijke discussie over normen en waarden.

Wil jij nog meer weten over het overheidsbeleid? Of heb je een andere vraag? De coaches van Mr. Chadd helpen je graag verder!

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp