fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Criminaliteit en recht; twee belangrijke onderwerpen van Maatschappijwetenschappen.

Lees snel verder voor de samenvatting van hoofdstuk 4: De rechtsstaat.

Hoofdstuk 4 – De rechtsstaat
In deze samenvatting:

4.1 Regels en rechten
4.2 Rechtsstaat en strafrecht
4.3 Dilemma’s en spanningen

4.1 Regels en rechten
De overheid moet zich bij bestrijding van criminaliteit aan allerlei regels houden, die onder andere omschreven staan in het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering. Verder moet ook de grondwet gerespecteerd worden; we leven immers in een rechtsstaat. Sommige regels hebben zo’n belangrijke positie in de samenleving dat ze zijn vastgelegd in wetten, en worden rechtsregels genoemd. Voor rechters is de wet daarom de belangrijkste rechtsbron. Andere rechtsbronnen zijn de gemeentelijke en provinciale vorderingen, Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) en internationale verdragen. Ook is de jurisprudentie (eerdere uitspraken van rechters) een erg belangrijke rechtsbron voor rechters. Een rechterlijke uitspraak bevat naast het vonnis ook een toelichting over de keuze en interpretatie van het wetsartikel waarop het vonnis in gebaseerd. Jurisprudentie kan leiden tot nieuwe wetgeving, als blijkt dat rechters een wet niet interpreteren zoals gewenst is.

Rechtsregels hebben verschillende functies:

  • Rechtszekerheid bieden.
  • Orde aanbrengen in de maatschappij.
  • Onafhankelijke rechtsspraak waarborgen.
  • Conflicten vreedzaam oplossen: rechtsregels ter voorkoming van eigenrichting.

In een rechtsstaat zoals Nederland moet de burger erop kunnen vertrouwen dat de overheidsmacht niet misbruikt wordt, maar het is ook nodig dat de overheid kan rekenen op gehoorzaamheid en erkenning van haar gezag. We spreken in dit verband van een sociaal contract tussen burgers en overheid. Burgerrechten zijn vastgelegd in wetten, en de overheid mag het recht handhaven met behulp van haar geweldsmonopolie.
Het doel van een rechtsstaat is om de bevolking te beschermen tegen de macht van de overheid en ervoor te zorgen dat wij als burgers gelijk worden behandeld en in vrijheid kunnen leven. Deze doelen zijn uitgewerkt in de volgende drie grondbeginselen:

  • Er is sprake van machtenscheiding (trias politica).
  • De grond- of vrijheidsbeginselen van burgers zijn in de wet omschreven en gewaarborgd.
  • Vanwege het legaliteitsbeginsel is ook de overheid zelf gebonden aan regels en wetten.

Zo werkt de app

4.2 Rechtsstaat en strafrecht
De trias politica heeft als doel het voorkomen van machtsmisbruik door de overheid:

  • De wetgevende macht: regering en parlement.
  • De uitvoerende macht: regering (ambtenaren).
  • De rechterlijke macht: onafhankelijke rechters.

In het Wetboek van Strafvordering staan regels waaraan de rechtsgang moet voldoen, en het doel ervan is het voorkomen dat fundamentele grondrechten van burgers worden geschonden. Enkele regels uit het strafprocesrecht zijn:

  • Iedereen heeft recht op een eerlijk proces door een onafhankelijke en onpartijdige rechter.
  • Volgens de onschuldpresumptie is iedereen die verdacht wordt van een strafbaar feit onschuldig totdat zijn schuld door de rechter bewezen wordt geacht.
  • Dwangmaatregelen zijn aan wettelijke grenzen en waarborgen gebonden (bijv. voorarrest mag maar voor een bepaalde periode).
  • Iedereen heeft recht op een adequate verdediging (juridische bijstand, inzage in stukken, tolk, enz.).

Het legaliteitsbeginsel begrenst de bevoegdheden die de overheid heeft, en dit komt tot uiting in het Wetboek van Strafrecht. Enkele voorbeelden uit dit strafboek zijn:

  • Het strafbaarheids- of nulla poena-beginsel, wat inhoudt dat een persoon alleen kan worden gestraft voor iets wat in de wet strafbaar is gesteld.
  • De maximumstraf: per delict is wettelijk vastgelegd wat de maximale straf is die een rechter op mag leggen.
  • De te houden vormvoorschriften. Als die wettelijke voorschriften niet gehouden worden kan dat leiden tot strafvermindering voor de verdachte.
  • De ne bis in idem-regel. Als een rechter eenmaal een onherroepelijke uitspraak heeft gedaan, kan de betrokkene niet nog een keer voor hetzelfde strafbare feit worden vervolgd.

Op deze regel zijn enkele uitzonderingen:

  • Als het in het voordeel is van de verdachte of veroordeelde.
  • Als er zware aanwijzingen zijn dat een verdachte onterecht is vrijgesproken, maar alleen bij misdrijven met dodelijke afloop.
  • Geen straf zonder schuld, wat betekent dat er nooit een straf opgelegd kan worden als de dader geen schuld heeft aan het delict, zoals bij ontoerekeningsvatbaarheid.
  • Verjaring. Het recht om iemand te straffen verloopt na een aantal jaren, al is deze regel inmiddels afgeschaft als het gaat om zware misdrijven.

4.3 Dilemma’s en spanningen
De beginselen van de Nederlandse rechtsstaat leiden steeds opnieuw tot een afweging van belangen en afspraken over opsporingsbevoegdheden. Het Nederlandse volk wil graag zo goed mogelijk beschermd worden tegen criminaliteit, maar vindt tegelijkertijd ook dat ze recht heeft op haar vrijheid en privacy. Binnen het dilemma van de rechtsstaat, ook wel veiligheidsutopie genoemd, botsen de waarden rechtsbescherming en rechtshandhaving met elkaar. De vraag waar het in dit dilemma om draait is: ‘Hoeveel vrijheid willen we opofferen ten gunste van de criminaliteitsbestrijding?’. Hoever mag de politie bijvoorbeeld gaan in het volgen van bel- en internetgedrag? En moet een verdachte altijd DNA afstaan in een onderzoek of is dat schending van privacy?

Binnen de criminaliteitsbestrijding ontstaan dus constant nieuwe spanningen. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • Wetten die onze vrijheid (te veel) beperken, zoals de algemene identificatieplicht. Niet alleen kunnen mensen dat ervaren als schending van hun privacy, ook is uitgewezen dat die plicht in de praktijk vaak discriminatie van bepaalde bevolkingsgroepen veroorzaakt.
  • (Te) ruime opsporingsbevoegdheden, die politie en justitie de laatste jaren gekregen hebben. De verruiming van de opsporingsbevoegdheden hebben we te danken aan de groeiende nadruk op criminaliteitsbestrijding.
  • De zogenaamde ‘dubbele pet’ van de politie. Dat houdt in dat agenten niet alleen een opsporingstaak hebben, maar dat ze ook hulp moeten verlenen en de openbare orde moeten handhaven. Tussen al die taken moet een goede balans gevonden worden.
  • Ook het Openbaar Ministerie heeft een dubbele pet op. Leden van het OM werken namelijk onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, maar behoren tegelijkertijd ook tot de rechterlijke macht. Ze worden ook wel ‘rechterlijke ambtenaren’ genoemd.
  • Spanningen tussen politie en het OM. Wanneer de politie bijvoorbeeld een verdachte arresteert, die vervolgens door het OM vrijgelaten wordt op grond van het opportuniteitsbeginsel. De aanhouding is dan niet opportuun, oftewel niet in het algemeen belang.
  • Spanningen tussen wetgever en rechter. Deze spanningen ontstaan bijvoorbeeld als een rechter een wet anders interpreteert dan de wetgever oorspronkelijk bedoeld had. Een voorbeeld hiervan in de discussie rond euthanasie, dat door ontstane jurisprudentie na beslissingen van rechters van strafbaar naar niet meer strafbaar ging.
  • Een hoge werkdruk. De Raad voor de Rechtspraak bestuurt de rechterlijke macht in Nederland en probeert te zorgen voor snelle en efficiënte rechtspraak. Toch kan een te grote nadruk op efficiëntie ervoor zorgen dat rechters zich gedwongen voelen snel, en dus minder nauwkeurig, recht te spreken.
  • Spanningen tussen politici en rechters kunnen ontstaan wanneer politici zich in het openbaar uitlaten over beslissingen van de rechterlijke macht. Door de bemoeienis van de twee andere machten is het voor rechters soms lastig om nog onafhankelijk uitspraken te doen.

Een heel ander dilemma van de rechtsstaat heeft te maken met ongelijke kansen van mensen met betrekking tot het recht. We spreken van klassenjustitie, omdat het sociale milieu invloed heeft op de opsporing, vervolging en berechting van verdachten. In het Nederlandse Wetboek van Strafrecht zijn twee beginselen opgenomen die klassenjustitie enigszins zouden moeten voorkomen, namelijk ‘iedereen is gelijk voor de wet’ en ‘iedereen heeft recht op een eerlijk proces’. Toch komt het ook in Nederland voor dat mensen uit hogere sociale milieus soms bevooroordeeld worden ten opzichte van mensen uit lagere sociale klassen.

Ten eerste is er de politie die voor een deel zelf kan bepalen wie ze arresteert of bekeurt. Onbewust worden hierbij etnische minderheidsgroepen en mensen uit lagere sociale klassen benadeeld. Ook worden die mensen vaker vervolgd door de officier van justitie en hebben ze eerder te maken met voorarrest. Mensen uit hogere lagen van de samenleving hebben meer kans op een schikking zonder dat er een rechtszaak aan te pas hoeft te komen.

Ook zijn het de rechters die niet altijd even consequent straffen opleggen. Laagopgeleide en allochtone mensen lopen grotere kans op een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.

Er zijn twee verschillende verklaringen voor het bestaan van klassenjustitie in Nederland. Dat is in de eerste plaats dat verdachten met een betere maatschappelijke positie door bijvoorbeeld inkomen, opleiding, scholing of cultuur beter in staat zijn hun belangen te behartigen. Het kennen van je rechten en het begrijpen van juridische termen kan een lagere straf tot gevolg hebben.

Daarnaast heeft een rechter door vooroordelen en stereotypering andere verwachtingen van de uitwerking van een straf bij hoog- of laagopgeleide mensen. Het opleggen van verschillende straffen door de rechter kan werken als een selffulfilling prophecy op het moment dat de laagopgeleide door zijn zwaardere straf ook echt uitgroeit tot crimineel, terwijl de hoogopgeleide met een lagere straf niet het criminele pad opgaat.

Wil jij nog meer weten over de rechtsstaat? Of heb je een andere vraag? Chat dan met een van de coaches van Mr. Chadd, zij helpen je graag!

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp