fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Voor het eindexamen Geschiedenis moet je veel weten van vier historische contexten.

Één daarvan gaat over Duitsland in de periode 1871 tot 1945.

Een samenvatting hiervan lees je hieronder!

  1. Wat betekende de vorming van het Duitse keizerrijk voor het machtsevenwicht tussen de Europese grootmachten, 1871-1918?
  2. Kenmerkende aspecten

    – 31, De Industriële Revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving

    – 33, De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie

    – 36, De opkomst van de politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme

    – 40, Het voeren van twee wereldoorlogen

    – 43, Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.

    Na de Frans-Duitse oorlog 1870-1871 werd in Versailles het Duitse keizerrijk uitgeroepen
    en de koning van Pruisen tot keizer Wilhelm I gekroond. De onder leiding van Pruisen gevormde staat was een politieke, militaire en door de snelle industrialisatie in de voorgaande decennia, economische grootmacht. Rijkskanselier Otto von Bismarck was tevreden met de bestaande grenzen maar zag Duitsland wel als omsingeld door sterke mogendheden. Het buitenlandse beleid was daarom gericht op handhaving van het bestaande machtsevenwicht door een alliantiepolitiek (vb. Conferentie van Berlijn).

    De troonsbestijging van Wilhelm II in 1888 luidde een nieuw tijdperk in. Duitsland was niet langer tevreden met de bestaande situatie maar wilde een belangrijke plaats op het wereldtoneel. Deze Duitse Weltpolitik was in eerste instantie gericht op overzees imperialisme, waarbij het Groot-Brittannië als koloniale grootmacht tegenover zich vond. In het begin van de twintigste eeuw werd de blik meer gericht op het Europese continent (vb. vlootwet). Deze groeiende internationale ambities gingen, tot verontrusting van Groot-Brittannië en Frankrijk, hand in hand met sterke economische groei en toenemend militarisme. Zowel Duitsland als de andere Europese grootmachten zochten steeds meer steun in eigen bondgenootschappen.

    De rivaliteit tussen de grote mogendheden kwam in 1914 tot uitbarsting in de Eerste Wereldoorlog. Deze totale oorlog had ingrijpende gevolgen voor zowel soldaten als het Thuisfront (vb. Slag bij de Marne). In de herfst van 1918 leidde de zware last van de oorlog tot steeds meer onvrede onder de bevolking die culmineerde in een revolutie. Tegelijkertijd werd duidelijk dat Duitsland de oorlog op het slagveld verloren had. Op 9 november 1918 werd de
    republiek uitgeroepen en op 11 november 1918 tekende de regering van deze republiek de
    wapenstilstand.

    Voorbeelden Kenmerkende aspecten
    Conferentie van Berlijn (1884-1885) 33, 36
    Vlootwet (1898) 33, 36, 40
    Slag bij de Marne (1914) 40, 43

    Zo werkt de app

  • Welke factoren leidden tot de ondergang van de Republiek van Weimar, 1919-1933?
  • Kenmerkende aspecten

    – 37, De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie

    – 38, Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaalsocialisme

    – 39, De crisis van het wereldkapitalisme

    De Republiek van Weimar maakte van Duitsland een parlementaire democratie. De basis
    van deze democratie was wankel door de machtsstrijd tussen democraten en groepen die een einde wilden maken aan de parlementaire democratie, zoals de oude conservatie elite, extreem- rechtse groepen en communisten (vb. Spartakusopstand). De leiders van de Republiek probeerden doormiddel van een vreedzame politiek weer aanzien te krijgen in Europa. De Duitse bevolking had echter weinig vertrouwen in de Republiek omdat deze verantwoordelijk werd gehouden voor de vernedering door het in 1919 gesloten Verdrag van Versailles en er niet in slaagde de grote politieke en vooral economische problemen op te lossen.

    De herstelbetalingen drukten zwaar op de economie en leidden in 1923 tot een grote crisis. Mede door hulp van de Verenigde Staten begon een voorzichtig economisch herstel (vb. Dawesplan)en konden tussen 1924 en 1929 redelijk stabiele regeringen worden gevormd.

    De Amerikaanse Beurskrach van 1929 legde de zwakte van de Duitse economie bloot . Van de ontstane politieke instabiliteit profiteerden de nationaalsocialistische partij, NSDAP, onder leiding van Adolf Hitler en de communistische partij, KPD. Mede door het redenaarstalent van Hitler, grootscheepse propaganda en paramilitair machtsvertoon, groeide de NSDAP uit tot een massapartij. Het Duitse volk werd economisch herstel beloofd, verwerping van het Verdrag van Versailles en sterk leiderschap. Hierdoor zou Duitsland weer de plaats op het wereldtoneel krijgen waar het, volgens Hitler, recht op had. De NSDAP won de verkiezingen en met steun van de conservatieve elite werd Hitler in 1933 rijkskanselier Vlak na zijn aantreden begon hij met de opbouw van een totalitair regime. Met een noodverordening werd het parlement buiten spel gezet en kwam de Republiek van Weimar ten einde (vb. Rijdsdagbrand).

    Voorbeelden Kenmerkende aspecten
    Spartakus-opstand (1919) 38
    Dawesplan (1924) 39
    Rijksdagbrand (1933) 37, 38

  • Welke gevolgen had het nationaalsocialisme voor Duitsland en Europa, 1933-1945?
  • Kenmerkende aspecten

    – 37, De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie

    – 38, Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaalsocialisme

    – 40, Het voeren van twee wereldoorlogen

    – 41, Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden

    Onder leiding van Hitler werd met terreur, censuur en Goebbels’ propaganda de Duitse samenleving genazificeerd (vb. Instelling Rijkscultuurkamer). Mede door het economisch herstel en de verwerping van het Verdrag van Versailles kregen de nazi’s veel steun van de bevolking. Tot de eerste slachtoffers behoorden politieke tegenstanders van het regime, al snel gevolgd door degenen die vanwege ras, fysieke eigenschappen, seksuele geaardheid of anderszins evenmin pasten in de Duitse ‘Volksgemeinschaft’.

    In zijn buitenlandse politiek richtte Hitler zich aanvankelijk op de aansluiting van Duitstalige gebieden, maar streefde hij uiteindelijk naar een totale etnische herschikking van Europa waarin het Arische ras moest overheersen (vb. Neurenberger wetten). Groot-Brittannië probeerde met de politiek van appeasement oorlog te voorkomen (vb. Conferentie van München). Maar toen Hitler, gedekt door de Sovjet-Unie, in 1939 Polen binnenviel, verklaarden Groot-Brittannië en Frankrijk aan Duitsland de oorlog. De door Duitsland snel veroverde gebieden werden volledig onderworpen aan het nationaalsocialisme. Het optreden van de bezetter verschilde aanvankelijk sterk in Westen Oost-Europa. In 1941 viel Duitsland de Sovjet-Unie binnen. Dit verbond het radicaal anticommunisme van de nazi’s met hun racistisch wereldbeeld en leidde tot vernietiging op grote schaal. Tijdens deze aanval begon de genocide op de joden in onderworpen gebieden (vb. Ingebruikname concentratiekamp Dachau en de Wannseeconferentie)).

    De ommekeer aan het oostfront vond plaats na de door Duitsland verloren Slag bij Stalingrad. In juni 1944 bereikten de geallieerden de definitieve doorbraak in het westen. Gezamenlijk trokken de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië op tegen Duitsland. Toen in mei 1945 Berlijn was ingenomen door de Russen eindigde de totale oorlog met een totale nederlaag voor Duitsland. De toekomst van Duitsland lag nu in handen van de geallieerden.

    Voorbeelden Kenmerkende aspecten
    Instelling Rijkscultuurkamer (1933) 37, 38
    Ingebruikname concentratiekamp Dachau (1933) 38, 41
    Neurenberger wetten (1935) 38, 41
    Conferentie van München (1938) 40
    Wannseeconferentie (1942) 38, 41

    Wil jij nog meer weten van de historische context Duitsland? Of heb je een compleet andere vraag? Stel ze aan de coaches van Mr. Chadd, zij helpen je graag!

    Upload je eigen samenvatting!

    Chat
    Chat

    Hulp nodig met je huiswerk?

    Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

    icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp