fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

If en when betekenen allebei ‘als’.

Hoe kun je ervoor zorgen dat je het juiste woord gebruikt? Mr. Chadd helpt je verder!

If en when
When
Je zou when letterlijk kunnen vertalen als ‘toen’ of ‘wanneer’. Je gebruikt dit als je zeker weet dat iets gaat gebeuren. Als je weet dat iemand later een afspraak heeft met iemand anders, dan zou je kunnen zeggen: zeg dat ik haar wil spreken wanneer je haar ziet. Je weet dan (bijna helemaal) zeker dat dit gaat plaatsvinden. Je zou dit dan vertalen met: “Tell her I want to talk to her when you see her.”.


If
If betekent ‘als’ of ‘indien’. Je gebruikt dit als je niet zeker weet of iets gaat gebeuren of als je een voorwaarde ergens aan wil geven. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: zeg dat ik haar wil spreken, als je haar ziet. Als je hier ‘if’ gebruikt, dan betekent dit dat je niet zeker weet of degene met wie je praat haar ziet. In het Engels zou je dan zeggen: “Tell her I want to talk to her if you see her.”

Zo werkt de app

Voorwaardelijke bijzinnen
Voorwaardelijke bijzinnen, of conditionals in het Engels gebruik je om bepaalde gevolgen duidelijk te maken van een actie. Een voorbeeld hiervan is: als je nu gaat, dan haal je je trein. De voorwaarde is de if-zin en het gevolg hiervan staat in de hoofdzin.

  • Als je zeker weet dat er een bepaald gevolg plaatsvindt dan gebruik je zowel in de if-zin als in de hoofdzin de present simple. Een voorbeeld hiervan is: if you freeze water, it becomes ice.
  • Als het zeer waarschijnlijk is dat de voorwaarde plaatsvindt, dan gebruik je de present simple in de if-zin en will (not) in de hoofdzin. Bijvoorbeeld: if you miss your train, your parents will get mad.
  • Als de kans heel klein is dat de voorwaarde plaatsvindt, dan gebruik je de past simple in de if-zin en would (not) in de hoofdzin. Zo kun je bijvoorbeeld zeggen: if I won the lottery, I would travel the world.

Let op: je gebruikt nooit will of would in de if-zin, dit gebruik je alleen in de hoofdzin.

Oefenen

  • Vertaal de volgende zinnen en kijk of je if of when moet gebruiken.
  • Als ik doodga, wil ik dat iedereen gekleurde kleren draagt.
  • Als je naar de supermarkt gaat, dan mag je snoep kopen.
  • Als hij je e-mailadres had, zou hij je bellen.



 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Judith.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp