fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Future tense: hoe kun je dingen vertellen over de toekomst?

In het Engels heb je verschillende tijden waarmee je iets kunt zeggen over de toekomst.

Mr. Chadd legt je uit wanneer je welke tijd gebruikt!

Present continuous
Je gebruikt de present continuous als je iets van plan bent en het ook al afgesproken hebt. De present continuous gaat altijd over de nabije toekomst. Een voorbeeld hiervan is: I am going to the movies on Sunday afternoon (Ik ga naar de bioscoop zondagmiddag.). Je gebruikt de present continuous als je meteen daarna de actie gaat uitvoeren. Bijvoorbeeld: I’m going to bed now (Ik ga nu naar bed). Als je meer wil weten over hoe je de present continuous maakt, kun je hier kijken.


Present simple
De present simple wordt gebruikt voor gebeurtenissen die een vast schema volgen. Als je het bijvoorbeeld over aankomsttijden of begintijden hebt, dan gebruik je de present simple. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: My bus leaves at 6:30am (Mijn bus vertrekt om half zeven ‘s ochtends). Hier kun je lezen hoe je de present simple maakt.

Zo werkt de app

I am going to
Deze gebruik je als je besloten hebt om iets te doen en je bedoeling is om de taak ook echt uit te voeren. Het gaat hierbij niet om afspraken, zoals de present continuous, maar om beslissingen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: I don’t feel well, I’m not going to the party tonight (Ik voel me niet lekker, ik ga niet naar het feestje vanavond.). Het verschil tussen to be going to en de present continuous is niet heel erg groot en je kunt ze vaak door elkaar gebruiken.

Will
Je gebruikt will wanneer je net besloten hebt om iets te doen. Er zijn verschillende situaties wanneer je will gebruikt. Als je iemand bijvoorbeeld belooft om iets te doen of als je iemand vraagt om iets te doen, dan gebruik je vaak will. Een voorbeeld hiervan is:I will return your bike on Friday (Ik breng je fiets vrijdag terug.). Als iemand iets niet wil doen, dan gebruik je will not of won’t. Je gebruikt will dus als je een nieuwe beslissing wil aankondigen, terwijl je met to be going to de beslissing al eerder hebt gemaakt.

Oefenen:
Gebruik het juiste woord in de volgende zinnen:

My flight … (to arrive) at 9.35 p.m.
I … (to go) on a date on Thursday.
She … (to watch) Netflix now.




 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Judith.

Heb je vragen over dit onderwerp?

Stel je vraag via de app

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp