Een nieuw jaar, een frisse start. Nu een jaar lang Mr. Chadd met €50,- korting met de code:

JAAR2022

Werking alvleesklier

De alvleesklier zit diep verstopt in je buik, maar is een onmisbaar orgaan.

De alvleesklier maakt onder andere insuline aan. Daarnaast maakt de alvleesklier glucagon en spijsverteringssappen.

De alvleesklier heeft 2 verschillende functies die duidelijk van elkaar onderscheiden moeten worden: De exocriene functie en de endocriene functie.

alvleesklier

Exocriene functie

De exocriene functie speelt een belangrijke rol bij de vertering van voedsel . De alvleesklier produceert per dag ongeveer 1,2 liter pancreassap . Pancreassap bevat spijsverteringsenzymen die onmisbaar zijn in de spijsvertering. Het pancreassap wordt niet de hele dag door afgegeven aan de darmen, maar alleen wanneer onze hersenen een seintje doorkrijgen dat er voedsel in aantocht is. Dit signaal wordt doorgegeven aan de alvleesklier wanneer we voedsel ruiken, zien, proeven en doorslikken. De alvleesklier begint vervolgens met de aanmaak van pancreassap. De spijsverteringsenzymen werken in op de voedingsstoffen in onze darm. Pas wanneer deze enzymen hun werk hebben gedaan, kunnen voedingsstoffen in het lichaam worden opgenomen. Wanneer de alvleesklier niet goed werkt, is dit vaak direct merkbaar. De spijsvertering is verstoord en belangrijke voedingsstoffen kunnen niet worden opgenomen door de dunne darm. Deze voedingsstoffen verlaten dan samen met de ontlasting het lichaam, wat leidt tot verzwakking van het lichaam.

Zo werkt de app

Endocriene functie

De endocriene functie van de alvleesklier is essentieel in het maken van hormonen die een essentiële rol spelen bij de suikerstofwisseling in ons lichaam. De alvleesklier reageert op de hoeveelheid suiker in het bloed. Is het suikergehalte, bijvoorbeeld na een maaltijd, verhoogd, dan wordt er meer insuline aangemaakt. Insuline zorgt er voor dat organen glucose uit het bloed gaan opnemen. De glucosedeeltjes worden aan elkaar gekoppeld en vormen zo lange ketens. Deze ketens noem je glycogeen. Glycogeen kan vervolgens worden opgeslagen in de lever en in de spieren, als energiereserve. Bij een laag suikergehalte gaat de alvleesklier minder insuline produceren en gaat de alvleesklier glucagon aanmaken. Glucagon doet het tegenovergestelde: het zorgt ervoor dat opgeslagen glycogeen in de lever vrijkomt als de bloedsuikerspiegel te laag is. Hierdoor stijgt de bloedsuikerspiegel weer. Omdat glucagon en insuline een tegengestelde functie hebben, zorgen ze er samen voor dat de glucosespiegel in balans is.

Diabetes

Bij diabetes type 1 maakt de alvleesklier geen insuline meer, omdat de cellen die dat moeten doen zijn kapot of stilgelegd door het eigen afweersysteem. Het afweersysteem denkt dat de insulineproducerende cellen indringers zijn die moeten worden opgeruimd. Bij diabetes type 2, ook wel het welvaarts-type genoemd, maakt de alvleesklier eerst nog wel insuline aan, maar het lichaam reageert niet meer goed op insuline. De bloedsuikerspiegel blijft te hoog en de alvleesklier maakt steeds meer insuline aan om de suikerspiegel toch te laten zakken. Op een gegeven moment maakt de alvleesklier ook bij diabetes type 2 steeds minder insuline aan. Mensen met diabetes moeten insuline spuiten, zodat glucose in het bloed toch door organen kan worden opgenomen. Wanneer de bloedsuikerspiegel te hoog is, spreken we van een hyper. Wanneer de bloedsuikerspiegel te laag is, spreken we van een hypo. Bij mensen zonder diabetes is het lichaam in staat om zelf de bloedsuikerspiegel te handhaven en controleren.

Oefenopgaven

  1. Zetmeel heeft als molecuulformule C6H10O5 en is een verzamelnaam voor een complexe polymere koolhydraat die in de natuur dient als voedselreserve voor planten. Welk koolhydraat heeft in dierlijke organismen een vergelijkbare functie?
  2. Als diabetes type 1 niet wordt behandeld zal een patiënt, ondanks het hoge glucosegehalte in het bloed, gewicht verliezen. Leg uit waarom.
  3. Bij een gezond persoon veroorzaakt een tijdelijk hogere glucosewaarde in het bloed via regulatie van ADH-afgifte een afname van de hoeveelheid geproduceerde urine. Neemt de ADH-afgifte door een hogere bloedsuikerspiegel toe of af? Neemt de resorptie van water in de nieren dan toe of af?

Docent of directeur? Vraag een gratis testperiode aan!

Mr. Chadd uitproberen? Dat kan nu twee weken gratis en geheel vrijblijvend met jouw klas! We komen graag in contact om de mogelijkheden te bespreken.

Ik laat u graag zien hoe Mr. Chadd werkt!

Docent of directeur? Vraag een gratis informatiepakket aan

Laat hieronder uw gegevens achter en we sturen u een gratis informatiepakket over Mr. Chadd op!

Ik vertel u graag over de voordelen van Mr. Chadd!

Docent of directeur? Neem contact op

Bent u benieuwd naar de voordelen van Mr. Chadd of heeft u andere vragen? Laat uw gegevens achter en wij nemen zo snel mogelijk contact op.

Ik vertel u graag meer over Mr. Chadd!
Zo werkt het Academy Over ons
{"api_base_path":"https://c.mrchadd.nl","funnel_return_domain":"https://www.mrchadd.nl","third_party_js_asset":"third-party.js"}