fbpx

Contact

Neem contact met ons op.

Openingstijden app

Maandag tot en met donderdag: 8:30 tot 22:00 uur
Vrijdag: 8:30 tot 16:00 uur
Zaterdag: 10:00 tot 16:00 uur
Zondag: 10:00 tot 22:00 uur

Bezoekadres

Lopendediep 5
9712 NV
Groningen

KvK: 66929237
BTW: NL8567.56.623.B01
IBAN: NL93 ABNA 0483 1544 31

Het lymfesysteem

Naast het bloedvatenstelsel is er nog een tweede vaatstelsel in het lichaam aanwezig, namelijk het lymfestelsel.

Hieronder vertellen we je precies hoe dit in elkaar steekt!

Het lymfesysteem
Je lymfevatenstelsel is net als je bloedvatenstelsel een systeem van grotere en kleinere vaten en vaatjes door ons hele lichaam, waarin zich een kleurloze vloeistof bevindt: het lymfevocht. Het lymfevocht, het weefselvocht in de vaten, vervoert ook stoffen, net als je bloedvaten. Dit zijn echter geen voedingsstoffen die naar cellen en weefsels toegebracht worden, zoals in het bloedvatsysteem. Het lymfesysteem vervoert en verwerkt afvalstoffen, beschadigde lichamscellen en ongunstige indringers en ziekteverwekkers. Lymfe maakt deze stoffen onschadelijk en vervoert ze af. Het lymfestelsel is dus als een filter en is de belangrijkste reinigingsmethode van je lichaam.
Het lymfesysteem
Wat doet het lymfesysteem?
Het lymfestelsel begint in de weefsels en vervoert lymfe van de weefsels naar steeds grotere lymfevaten. Lymfe of lymfevocht ontstaat in de weefsels en neemt vocht en afvalstoffen uit je lichaam op. Als het lymfevocht minstens één klier is gepasseerd, komt het weer in de bloedbaan terecht. Op de plaatsen waar meerdere lymfevaten kruisen, liggen de zogenaamde lymfeklieren, ook wel lymfeknopen. Lymfeklieren liggen in grote aantallen in onder andere de nek, de oksels en de liezen. De lymfeklieren produceren antistoffen en vormen lymfocyten (type witte bloedcel). De lymfevaten kunnen net iets grotere deeltjes opnemen dan de bloedvaten. In de bloedbaan kunnen bepaalde grotere of moeilijk te verwerken deeltjes zoals bepaalde eiwitten, bacteriën en andere ziekteverwekkers niet komen. Deze stoffen worden opgenomen in je lymfevaten en zo begint het verwerkings-, opruim- en reinigingsproces. De klieren doden of maken afvalstoffen en ziekteverwekkers onschadelijk. Vervolgens worden deze stoffen overgedragen aan de bloedbaan, zodat de uiteindelijk overblijvende afvalstoffen via urine en ontlasting kunnen worden afgevoerd. Het onschadelijk maken van bacteriën en virussen gebeurt door de witte bloedcellen, ofwel lymfocyten, die in de lymfeklieren zitten. Het lymfestelsel zorgt zo voor een belangrijk deel van de afweer in ons lichaam; het is een essentieel onderdeel van je belangrijke immuunsysteem. Meer over het afweersysteem kun je lezen in ons artikel hierover!

Zo werkt de app

Uit het haarvat naar het lymfevat
De haarvaten hebben een groot oppervlak, waardoor er in de haarvaten een lage druk en lage stroomsnelheid is. In de haarvaten vindt uitwisseling van opgeloste stoffen plaats. Aan het begin van het haarvat is de bloeddruk hoger dan de colloïd-osmotische waarde. Hierdoor wordt het bloed uit het haarvat geperst, dit heet filtratie. Op gegeven moment wordt de bloeddruk lager dan de colloïd-osmotische waarde. Hierdoor vindt resorptie plaats, het heropnemen van opgeloste stoffen vanuit het weefselvloeistof weer in het haarvat. 90% van het weefselvloeistof wordt terug opgezogen in het haarvat. De overgebleven 10% blijft achter en wordt opgenomen door de lymfe.

Probeer onderstaande opdrachten eens te maken. Heb je nog verdere vragen of kom je er nog niet helemaal uit? Stel je vraag aan Mr. Chadd! Onze slimme coaches helpen je graag verder!

Oefenopdrachten

  1. In de weefsels verlaten water en opgeloste stoffen het bloed dat in de haarvaten aanwezig is. Vanuit de weefsels keert ook weer vocht terug in het bloed.
    Via welke weg kan vocht vanuit de weefsels terugkeren in het bloed?
    A. Alleen door de wanden van de haarvaten heen
    B. Alleen via vervoer door lymfevaten
    C. Zowel door de wanden van de haarvaten heen als via vervoer door lymfevaten
  2. Hongeroedeem, zoals dat in veel ontwikkelingslanden voorkomt en waarbij vochtophoping in weefsels optreedt, is te verklaren als gevolg van:
    A. Een te lage bloeddruk als gevolg van voedseltekort, waardoor het weefselvocht wel uit de bloedvaten, maar niet door het weefsel heen gepompt kan worden.
    B. Een te laag glucosegehalte, waardoor het bloed een te lage osmotische waarde heeft om weefselvocht terug te nemen.
    C. Een te laag eiwitgehalte, waardoor het bloed een te lage osmotische waarde heeft om weefselvocht terug te nemen.
    D. Een laag voedsel gehalte in het weefselvocht, waardoor door osmose overmatig veel water wordt vastgehouden tussen de weefselcellen.

Belinda

 

 

 

Deze uitleg is geschreven door Belinda.

Chat
Chat

Hulp nodig met je huiswerk?

Loop je tegen een lastige berekening aan of ben je even kwijt of je ‘word’ met een d of een dt schrijft? Meld je nu aan en stuur Mr. Chadd een bericht!

icon-external-link cancel close check cog graduate navigatedown icon-info icon-phone icon-mail icon-chat icon-facebook icon-instagram icon-twitter icon-youtube icon-play icon-eye whatsapp